De HSD Onderwaterhuis Wrakduiken Duiknieuws Leden Links Email Sitemap
Start Duiknieuws Medisch

Duiknieuws


April Maart Februari Januari Nieuws 2011 Duiken en Natuur Medisch Het verhaal achter GUE

Laatste Nieuws Leden info Duikwrakken Scharendijke: Le Serpent, De Rat en de Betonnen schepen Brigitte Bardot

Organisaties

Sponsoren





Suikerziekte

31-01-2012

Om te kunnen leven hebben we niet alleen zuurstof nodig maar ook suikers. Deze stoffen hebben we nodig om energie te maken. Glucose is een vorm van suiker die voornamelijk in het lichaam gebruikt wordt. Insuline is een hormoon dat door de alvleesklier wordt afgegeven en zodoende de hoeveelheid glucose in het bloed regelt. Wanneer je wat eet of drinkt wordt dit afgebroken tot glucose en een aantal andere stoffen die ons lichaam nodig heeft om goed te kunnen functioneren.

Glucose zet de alvleesklier aan tot insuline-aanmaak en dit zorgt ervoor dat de glucose in de lichaamscellen wordt opgenomen. Dit kan dan gebruikt worden om meteen energie te maken die nodig is. Of het wordt opgeslagen om op een later tijdstip gebruikt te worden als de energie nodig is. Normaal is er een wisseling van de glucosespiegels gedurende de dag. Na de maaltijden zijn de concentraties hoger. Als je nu te weinig insuline aanmaakt in je alvleesklier dan wordt de glucosespiegel in het bloed te hoog en in de cellen te laag. Er is dan te weinig insuline beschikbaar om de glucose binnen in de cellen te brengen.

Twee typen suikerziekte
Dit heeft gevolgen voor alle organen in ons lichaam. Maar met name voor de bloedvaten. Aderverkalking, gezichtverlies, verminderd gevoel, afname van je afweersysteem zijn slechts enkele problemen die kunnen optreden. In principe zijn er 2 vormen. De zogenaamde type 1 suikerziekte treedt vaak al op jongere leeftijd op. Hierbij worden de insuline producerende cellen in de alvleesklier opgeruimd zodat de productie steeds minder wordt. Bij type 2 suikerziekte wordt er nog wel insuline geproduceerd maar het lichaam is er minder gevoelig voor. Er is dan steeds meer insuline nodig om aan de vraag te voldoen. Op een gegeven moment lukt dat dan niet meer.

Richtlijnen duiken
De behandeling bestaat uit goede lichaamsbeweging, voorkomen van overgewicht en een juist voedingspatroon. Vaak zijn in milde gevallen pillen nodig en bij onvoldoende effect moet je insuline spuiten. Wat betekent dit alles voor het duiken? Recent is weer een werkgroep vanuit de Nederlandse Vereniging voor Duikgeneeskunde bezig geweest met een nieuwe richtlijn met betrekking tot duiken en suikerziekte en duiken vanaf 18 jaar. Bij nieuwe duikers dient men 3 maanden te wachten na het starten met bloedsuiker regulerende tabletten alvorens je veilig kunt gaan duiken. Mits de instelling goed is en er geen belangrijke verschillen zijn geweest. Voor mensen die ingesteld worden op insuline is de periode 12 maanden.

Duikonthouding
Bij mensen met suikerziekte die reeds duiken met bloedsuiker regulerende tabletten den die overgaan op insuline dient men een periode van 6 maanden duikonthouding aan te houden. Ook mag er geen sprake zijn van zogenaamde hypo's die niet aangevoeld werden. De duiker dient inzicht te hebben in zijn of haar verloop van de suikerspiegel tijdens inspanning en specifiek tijdens het duiken. Een suikermeter is essentieel en de duiker moet ook goed weten hoe hiermee om te gaan.

Extra veiligheid
Er mogen geen orgaanafwijkingen zijn door de suikerziekte. Hierbij moet je dus weer denken aan ogen, zenuwen en nieren. Van belang is dat de suikerspiegel stabiel laag is. Dit kun je aflezen aan het zogenaamde HbA1c. Deze waarde is een maat voor de suikerspiegel over langere termijn. Deze waarde dient onder de 75 mmol/mol te liggen. Extra veiligheid kan je toevoegen door de duiken niet langer dan een uur te laten duren, meer dan een uur oppervlakte interval aan te houden en niet meer dan 2 duiken per dag te doen. Voor deze categorie duikers is het essentieel zich jaarlijks te laten keuren door een gecertificeerd duikmedisch arts. Of natuurlijk zoveel eerder als er tussendoor bijkomende ziektes of problemen zijn. Deze artsen vind je op www.mijnduikerarts.nl
Bron : Duiken - column Menno Gaastra

Bloedverdunners

31-10-2011

Duiken met bloedverdunnende medicijnen is een onderwerp wat regelmatig een item is in vragen die ons gesteld worden. Dit komt doordat er een hele grote groep mensen is die bloedverdunnende medicijnen nodig hebben en een nog veel grotere groep die ze slikken om problemen te voorkomen.

Het blijft natuurlijk altijd wel van belang om te weten wat de reden is waarom mensen deze medicijnen slikken. Is het bijvoorbeeld zo dat je een herseninfarct hebt gehad en daarom bloedverdunners moet slikken, danis het infarct een probleem om het het duiken te hervatten; niet het eventuele slikken van de medicijnen.

Richtlijnen
Dr. Peter Westerweel( internist-haematoloog) heeft het initiatief genomen om met een aantal ter zake kundige duikmedici richtlijnen te maken voor het gebruik van bloedverdunnende medicijnen tijdens het duiken. Ons bloed bestaat grofweg uit vocht met daarin een aantal opgeloste cellen: de rode bloedcellen voor het zuurstoftransport, de witte bloedcellen voor de afweer in ons lichaam en de bloedplaatjes voor de stolling. Belangrijk is te weten dat het aantal bloedplaatjes tijdens een duik afneemt. Bij gezonde duikers tijdens een normale duik kan deze afname tot meer dan 30 % zijn.

Bloedingen
Ook is het optreden van bloedingen bij het duiken regelmatig beschreven. Je moet dan denken aan bloedingen door bijvoorbeeld barotrauma - zowel over- als onderdruk verschijnselen. Het gekke is dat er veel onderzoek gedaan is naar het gebruik van middelen die het samenklonteren van bloedplaatjes remmen of tegengaan tijdens behandeling van decompressieziekte in de recompressiekamer.

Advies
De adviezen zien er voorlopig als volgt uit. Bij gebruik van medicijnen die de antistolling verlagen is dit een relatieve contra indicatie. Gecombineerd gebruik van antistollingsmedicijnen is wel een absolute no go voor het duiken. Ook dien je te waken bij het gebruik van pijnstillers zoals ibubrofen, diclofenac en naproxen gelijktijdig met je antistollingsmedicijnen. 24 uur na inname mag je dan niet duiken. Bij gebruik van aspirine is dit 1 week. Ook is het van belang dat in het voorgaande jaar er zich geen problemen hebben voorgedaan met betrekking tot de verhoogde bloedingsneiging.

Oppervlakte interval
De duiken die je doet, mogen geen decompressieduiken zijn en niet meer dan 2 duiken per dag. Het advies is een oppervlakte interval aan te houden van meer dan 4 uur. Ook is het advies de duikdiepte te beperken tot 20 meter. Bij duikproblemen is het goed te melden dat je antistollingsmedicijnen gebruikt aan de behandelend arts. Bij gebruik van medicijnen die door de trombosedienst worden gecontroleerd, dienen de waarden in de 3 maanden voorafgaand aan de duik binnen de grenzen te liggen. De laatste controle hiervoor mag maximaal een week voor de duik hebben plaatsgevonden. Het gebruik van zelfmetingapparatuur wordt hierbij positief aangemoedigd. Bij enige verandering in medicijnen of het optreden van bijkomende aandoeningen dien je contact op te nemen met je behandelend arts. Bij specifieke problemen op dit gebied kun je kijken op www.mijnduikerarts.nl
Bron : Column Menno Gaastra - Duiken

Een pondje meer!!

20-09-2011

Een paar kilootjes meer is een toenemend probleem in de Westerse wereld. Maar als die paar kilootjes een heleboel kilo's extra worden worden, is het dan nog raadzaam om te duiken?

Ik denk dat iedereen zich wel een beeld kan vormen dat sommige extreme gevallen van overgewicht niet thuis horen onder water. Maar er zit wel een grote groep met overgewicht met de vraag : kan ik veilig duiken. Het is van belang je twee dingen af te vragen in deze context. 1: zal iemand met overgewicht gezondheidsproblemen oplopen bij of door het duiken? en 2: Zal iemand met overgewicht alle noodzakelijke handelingen kunnen doen om veilig te duiken?

Obesitas
Hoewel het veel aangehaald is in artikelen over dit onderwerp, is er nog steeds geen echte sterke relatie aangetoond tussen overgewicht en het optreden van decompressieziekte. Bij heel sterk overgewicht (BMI groter dan 30) spreek je van obesitas. De bijkomende factoren zijn in zo'n geval reden om het duiken te ontraden. Het is sowieso van belang te weten hoe iemands gezondheid en conditie is. Mensen die te zwaar zijn hebben een groter kans op hart en vaatziekten, suikerziekte en andere gezondheidsproblemen.
Conditie
Je kan tijdens het duiken in een situatie terecht komen dat je snel moet kunnen handelen. Dit kan varieren van zwemmen tegen de stroom in, tijdens zwaar weer aan boord klimmen tot plotselinge problemen bij je buddy. Als je dan geen goede conditie hebt dan kan zo'n situatie leiden tot een (bijna) verdrinking.

Kun je je buddy redden?
Voor de tweede vraag moet je je bedenken dat je niet alleen jezelf moet kunnen redden, maar ook je buddy. Kan jouw buddy je voldoende assistentie verlenen in een noodgeval? Of andersom. Zware mensen zijn bijvoorbeeld moeilijker uit het water te halen. Verder kan het zijn dat er voldoende conditie is om in rustige omgevingsfactoren goed te kunnen handelen. Maar hoe gaat dat bijvoorbeeld tijdens plotseling optredend noodweer. Zijn er dan voldoende reserves?

Ervaring
Zoals al eerder aangehaald is niet het overgewicht vaak het probleem. Het gaat ook bijvoorbeeld om ervaring. Iemand met overgewicht nu kan zijn of haar duikcarrière begonnen zijn zonder overgewicht. Al de ervaring die je de daarop volgende jaren gekregen hebt, is van belang om in noodsituatie goed te kunnen handelen. Dit is natuurlijk een andere duiker als iemand die met zijn of haar overgewicht net aan de duikopleiding begint.

Duikuitrusting
Een ander punt is de duikuitrusting. Als je te veel overgewicht hebt kan het zijn dat de duikuitrusting niet meer toereikend is. Je kunt bijvoorbeeld niet meer goed bij de ontluchting van je vest. Dit kan ook tot levensbedreigende situaties leiden. Zowel voor de duiker in kwestie als zijn of haar buddy. Kortom: een eenduidige uitspraak is niet te doen maar het blijft een op maat gesneden advies. Voor goede adviezen kun je terecht bij het Duik Medisch Centrum te Den Helder of duikmedisch artsen via www.duikgeneeskunde.nl
Bron : Duiken - column: Menno Gaastra

ABC-medicijngebruik

05-09-11

Ruim 90 procent van de mensen neemt wel eens een medicijn tegen een of andere aandoening in, op doktersvoorschrift of zonder recept verkrijgbaar bij de drogist. Het is belangrijk om van een bepaald medicijn te weten of je er zonder gevaar mee kunt duiken. Van de meeste medicijnen is echter niet bekend hoe zij zich onder druk gedragen. Van sommige medicijnen weten we dat ze absoluut niet geschikt zijn om mee te duiken. Vaak is de reden waarom het wordt voorgeschreven al voldoende aanleiding om het duiken te ontraden. Deze maand een overzicht van enkele geneesmiddelen.

In onderstaand overzicht vind je een belangrijk aantal groepen medicijnen waarbij wordt aangegeven of je er wel of niet mee kunt duiken. Van iedere groep wordt een aantal specifieke voorbeelden gegeven. Voor specifieke achtergronden verwijzen wij je naar de diverse duikmedische boeken of naar je duikmedisch arts.

Overzicht geneesmiddelen
Angiotensine Converting Enzyme-remmers: deze middelen, waaronder enlapril en captopril, worden goed verdragen.

Antiastmamiddelen: vaak is astma op zich een reden om het duiken te ontraden. Inhalatiesteroïden als budesonife en fluticason leveren geen probleem op. Wanneer salbutamol wordt voorgeschreven, is het niet verstandig te duiken.

Antibiotica: middelen als tetracycline en doxycycline maken je wat gevoeliger voor zonlicht. Zolang de algehele conditie van de gebruiker in orde is, is er vaak geen bezwaar deze middelen te gebruiken.

Anticoagulantia: de reden waarom deze bloedverdunnende medicijnen worden gegeven is vaal al aanleiding tot afkeuring. Met middelen als acenocoumarol mag niet worden gedoken. Het gebruik van acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium dient per individueel geval bekeken te worden.

Anti-epilepsiemiddelen: diazapam, carbamazepine, fenytoïne, clonazepam. Voor deze medicatie geldt: niet duiken. Ook epilepsie geldt als indicatie om niet te gaan duiken.

Antidepressiva: middelen die vaak worden voorgeschreven, zijn amitriptyline, fluoxetine, fluvoxamine, imipramine, opipramol. Voor deze medicatie geldt: niet duiken.

Antihistaminica: deze stof wordt vaak tegen allergieën gebruikt. Veel oude antihistaminica hebben een slaapverwekkend component in zich. Een voorbeeld hiervan is hydroxyzine. Hiermee kan dan ook niet worden gedoken. De nieuwere antihistaminica kennen deze problemen niet. Voorbeelden zijn: desloratadine, levocetrizine en fexofenadine.

Antihypertensiva: worden voorgeschreven bij een hoge bloeddruk. Met name het gebruik van bètablokkers wordt afgeraden tijdens het duiken. Voorbeelden zijn: atenolol, propranolol en metoprololtartraat.

Antimalariamiddelen: van mefloquine (lariam) is bekend dat het problemen kan opleveren. In plaats van de gebruikelijke twee weken kun je beter zes weken van te voren met het medicijn beginnen om te kijken of er bijwerkingen optreden. Als dat het geval is, dien je niet meer te duiken. Malarone is een goed nieuw antimalariamiddel dat geen bijwerkingen heeft, die het duiken in de weg staan.

Antipsychotica: de reden waarom deze medicijnen gebruikt worden is al voldoende voor afkeuring. Voorbeelden zijn: chloorpromazine, thioridazine, chloorprotixeen, flupentixol, haloperidol, pipamperon, pimozide, olanzapine, risperidon. Voor deze medicatie geldt: niet duiken.

Antizeeziektemiddelen: cyclizine en difenhydramine zijn goed bruikbaar. Zorg wel dat je ze eerst boven water gebruikt. Treden er geen bijwerkingen op, dan kun je ze ook zonder problemen onder water gebruiken.

Anxiolytica: diazapam, clonazepam, oxazepam, temazepam. Voor deze medicatie geldt: niet duiken. Ook met lithium mag niet worden gedoken.

Calciumantagonisten zijn bijvoorbeeld verapamil en diltiazem. Voor deze medicatie geldt: niet duiken. Nifedipine, nicardipine en nitrendipine kunnen na de instapperiode wel goed gebruikt worden. Ook middelen als felodipine, amlodipine en isradipine kunnen goed gebruikt worden in combinatie met duiken.

Voor directe vaatverwijders als hydralazine geldt: niet duiken. Centraal werkende antihypertensiva zijn bijvoorbeeld reserpine, methyldopa, clonidine en guanfacine. Voor deze medicatie geldt: niet duiken.

Het gebruik van diuretica levert na de instapperiode geen probleem op. Voorbeelden zijn: furosemide, triamtereen, hydrochloorthiazide.

Bloedsuikerspiegelverlagende middelen zijn bijvoorbeeld tolbutamide en metformine. Je dient wel op te passen met lage bloedsuikerspiegels. Diabetici die goed op insuline ingesteld zijn en regelmatig intensief sporten zonder dat er sprake is van zogenaamde hypo’s, kunnen in bepaalde gevallen duiken.

Corticosteroïden: het gebruik van prednison-preparaten, zowel lokaal als tablet of injectie, hoeft geen probleem op te leveren voor het duiken.

Hormoongebruik: de anticonceptiepil is geen probleem. Ook het gebruik van pleisters tegen overgangsklachten levert geen problemen op.

Pijnstillers: paracetamol, ibuprofen, diclofenac vormen geen probleem tijdens het duiken.

Schildkliermiddelen: indien de schildklierfunctie goed is ingesteld op medicijnen als levothyroxine, kun je duiken.

Verkoudheid: bij verkoudheid kun je beter niet duiken. Bij een verstopte neus of klaarproblemen is xylometazoline geschikt, maar dit mag je slechts kortstondig gebruiken.

Deze lijst van medicaties is verre van compleet, maar je krijgt een indruk van de meest gebruikte medicijnen. In de regel geldt overigens dat een medicijn dat voorzien is van een sticker waarop staat dat het de rijvaardigheid kan beïnvloeden, ook niet geschikt is om mee te duiken. Zoals eerder gezegd, dient per geval bekeken te worden of de aandoening waarvoor het medicijn voorgeschreven wordt reden is om het duiken te ontraden. De website www.duiken.nl biedt nog veel meer informatie over geneesmiddelen en hun invloed tijdens het duiken.
Bron : Duiken - Colums- Menno Gaastra

Hyperventilatie

03-08-2011

De angst slaat je om het hart, je hebt tintelingen in je handen, rond je mond. Je hoofd voelt alsof je ieder moment kan flauwvallen. Voor de mensen die wel eens last hebben gehad van hyperventilatie zijn dit bekende verschijnselen.

Hyperventilatie betekent eigenlijk dat je teveel ademt. Als je ademhalingsfrequentie omhoog gaat treedt er een verandering op in de gasuitwisseling in de longen. Onze hersenen geven de longen een signaal zodra de hoeveelheid afvalgassen in ons bloed te hoog wordt. Dit zorgt er dan voor dat we inademen. Als we inademen komt er zuurstofrijke lucht in de longen. Deze wordt via de longblaasjes opgenomen in het bloed. Afvalstoffen gaan tegelijkertijd het bloed uit, om samen met de uitademingslucht het lichaam te verlaten.

Geen prikkel
De prikkel om te ademen wordt gegeven op basis van de hoeveelheid afvalgassen in ons bloed. Als er te weinig afvalgassen zijn wordt die prikkel tot ademen uitgesteld. Helaas kunnen we niet zonder zuurstof. En hoewel de ademprikkel nog niet gegeven hoeft te worden kan het wel zijn dat de hoeveelheid zuurstof te laag geworden is. Dit geeft klachten zoals eerder beschreven.

Meer afvalgassen
Bij hyperventilatie adem je eigenlijk te snel of te oppervlakkig, of beide. De hoeveelheid afvalgas neemt wel af maar een juiste hoeveelheid zuurstof komt niet goed in de longen. Het is dus belangrijk dat je weer een goede ademhalingsprikkel krijgt. Dit kan alleen als de hoeveelheid afvalgassen in het bloed weer toeneemt. Dit kun je oplossen door de dode ruimte toe te laten nemen. Een advies voor boven water is om in een zakje te ademen. Door je eigen uitademingslucht opnieuw in te ademen neemt de hoeveelheid afvalgassen in het bloed toe, waardoor de ademprikkel op gang komt.

Gevaarlijk
Er zijn mensen die expres hyperventileren voordat ze een hoekduik gaan maken. Zo kunnen ze langer onder water blijven zonder dat ze een ademprikkel krijgen. Dit levert een gevaarlijke situatie op. Als de prikkel uitblijft terwijl de hoeveelheid zuurstof niet meer toereikend is voor de te leveren inspanning, dreigt flauwvallen. Onder water betekent dit vaak dat de duiker verdrinkt. Het fenomeen is bekend onder de naam ’Shallow-water Blackout’.

Geen trucs
Tijdens het duiken is het essentieel om rustig en voldoende diep adem te halen. Probeer niet met allerlei trucs perslucht te sparen, zoals met skip-breathing. Dit kan tot levensgevaarlijke situaties leiden. In vroegere tijden was er nog wel eens sprake van hyperventilatie bij minder goed werkende ademautomaten. Door alle technische hoogstandjes treedt dat probleem tegenwoordig niet meer op. Maar ook voor geavanceerde automaten geldt wel dat de gene die ermee duikt, rustig en met voldoende diepte moet ademhalen.
Bron : Duiken, Column Menno Gaastra

"Mijn oor zit dicht"

15-06-2011

"Mijn oor zit dicht." of "er zit nog water in mijn oor" zijn veel gehoorde opmerkingen na het duiken. Regelmatig zie je mensen heel uitgebreid hun oren drogen om dit gevoel kwijt te raken. Het probleem zit alleen niet in de gehoorgang, maar in het middenoor. Het trommelvlies vormt de afgrenzing van het middenoor en het buitenoor.

In de normale toestand staat het trommelvlies licht gespannen. Zo kan het werken als een versterker van het geluid dat het trommelvlies bereikt. Als het vlies te slap staat of juist te veel gespannen is, dan kan het minder goed zijn werk doen en wordt het geluid onvoldoende goed doorgegeven en versterkt. Er zijn een aantal redenen waarom dit zo kan zijn.

Spanning
De spanning van het trommelvlies kan anders zijn of een gaatje zorgt ervoor dat de trillingen niet doorgegeven worden. Als je verkouden bent dan kan er ook een reactie optreden in de keel die irritatie geeft aan de buis van Eustachius. Het gevolg hiervan is dat het middenoor minder goed belucht kan worden door een mindere doorgang van deze buis. Het middenoor zal minder lucht bevatten en wat meer slijm. Hierdoor trekt het trommelvlies iets naar binnen. De geluiden die nu het trommelvlies bereiken zijn niet in staat goed door te dringen tot het middenoor omdat het trommelvlies ze niet goed kan doorgeven. Je hoort dan alles veel doffer en minder goed. Als je verkoudheid weer over is zal het gehoor weer langzaam herstellen.

Oorontsteking in jeugd
Mensen die in hun jeugd veel oorontstekingen hebben gehad, kunnen wel blijvende gehoorschade oplopen. Ditzelfde fenomeen kan optreden als je onvoldoende klaart. Tijdens de afdaling wordt het trommelvlies naar het middenoor toe getrokken doordat het luchthoudend volume in je middenoor afneemt door toename van de omgevingsdruk. Als je klaart, breng je het volume van het middenoor weer op orde en staat het trommelvlies weer in zijn oorspronkelijke staat. Je hebt dan geen pijn meer en je kunt weer goed horen.

Doffe geluiden
Als je middenoor tijdens de opstijging onvoldoende snel de uitzettende lucht weer kwijt kan via de buis van Eustachius zal het trommelvlies iets naar buiten toe bollen. Opnieuw kan het trommelvlies niet goed zijn geluidstrillingen doorgeven. Je hoort dan de geluiden doffer waardoor het lijkt alsof er nog water in je oren zit. Het veranderde geluid heeft dan natuurlijk niets te maken met water. Als het geluid het trommelvlies heeft bereikt dan wordt het daarna doorgegeven aan de gehoorbeenketen die het uiteindelijk via het zogenaamde ovale venster doorgeeft aan het binnenoor. In dit traject kunnen ook een aantal storingen zitten.

Gehoorbeentjes
Bijvoorbeeld bij mensen die vroeger veel oorontstekingen hebben gehad. Bij hen kan de onderlinge bewegelijkheid van de gehoorbeenketen verminderd zijn. Dit heeft ook tot gevolg dat de geluiden minder goed en minder zuiver de gehoorzenuw bereiken. Dit is vaak van blijvende aard. Via ingewikkelde operaties kun je dan nog wel proberen nieuwe gehoorbeentjes te maken. Het ovale venster vormt de begrenzing tussen het middenoor en het binnenoor. Aan dit vlies zitten de gehoorbeentjes vast die hun trillingen weer door geven die het trommelvlies in gang heeft gezet. Als dit ovale venster beschadigd raakt kan het geluid nauwelijks tot niet het binnenoor bereiken. Dit kan gebeuren als je niet kan klaren en toch tegen de pijn in verder naar beneden gaat.

Essentieel
Beschadiging van het ovale venster is een serieuze zaak en vaak zijn uitgebreide ingrepen nodig om het te herstellen. Kortom: op tijd klaren en voor jou op de beste manier is wel essentieel. Niet alleen voor je trommelvlies maar ook voor je midden- en binnenoor kan dit problemen voorkomen.
Bron : Duiken - column Menno Gaastra

Hart- en vaatziekten

09-05-11

Bij duiken treden er in het lichaam veranderingen op waardoor het hart- en vaatstelsel extra belast worden. Het begint vaak al voor de duik. De stress voor de duik zorgt er al voor dat je bloedruk en je hartslagfrequentie omhoog gaan. Dit kunnen al kleine dingen zijn als: wat zal ik onder water zien of bijvoorbeeld zaken als: ben ik wel genoeg getraind voor de duik die ik ga maken. En in welke mate ben ik zelf in staat uitvloed uit te oefenen over het verloop van de duik.

Zodra je het water ingaat en je gezicht komt in aanraking met het water, gaat je hart minder snel kloppen. Ook knijpen de bloedvaten samen en dit leidt tot een hogere bloeddruk. We noemen dit de duikreflex. Deze komt bij alle zoogdieren voor. Doordat je het water ingaat zal de hydrostatische druk toenemen en krijg je een verplaatsing van het bloed vanuit je benen naar je romp toe. Dit effect wordt nog versterkt bij kouder water.

Dit betekent dat ruim een halve liter bloed extra naar de borstholte wordt geperst. Hierdoor krijgen de longen en het hart meer bloed te verwerken. Het lichaam reageert hierop door het hart harder te laten werken. Het hart op zijn beurt geeft signalen af via bepaalde hormonen die er voor zorgen dat je meer gaat plassen... Kortom, dit is een van belangrijkste factoren van het beruchte duikersplasje.

Het is dus wel van belang dat het hart gezond genoeg is om hier adequaat op te reageren. Tijdens de keuring dient er dus ook aandacht te zijn voor de toestand van het hart- en vaatstelsel. Een niet optimaal functionerend hart kan onder water leiden tot levensgevaarlijke situaties. Men schat dat 20% van de dodelijke duikongevallen het gevolg is van hart- en vaatziektes. Na een hartinfarct is het advies een jaar niet te duiken. Dit heeft te maken met het feit dat de complicaties vaak in het eerste jaar optreden. Na dit jaar moet je dan gekeurd worden door een ter zake kundig cardioloog. Er moet een goede inspanningstolerantie zijn, er mogen geen aantoonbare tekenen meer zijn van zuurstoftekorten van het hart en belangrijke ritmestoornissen.

Er zijn natuurlijk heel veel mensen die medicijnen gebruiken om hun hoge bloeddruk te behandelen. Een aantal van deze medicijnen zijn niet geschikt om mee te duiken. Een belangrijke groep van medicijnen waarmee het duiken niet is aan te raden is de groep van de zogenaamde beta- blockers. Zij kunnen er voor zorgen dat de inspanningstolerantie afneemt. Hierdoor kan het lichaam niet goed reageren op situaties waarbij extra aandacht aan het lichaam gevraagd wordt. Een bepaling van de conditie is wel dus van belang bij de duikmedische keuring. Het mooiste zou zijn om een zwemtest uit te voeren met vinnen aan en dan het zuurstofverbruik te meten. In de praktijk lukt dit vaak niet en is men aangewezen op inspanningstesten. Verder dient bij iedere afwijking van het hart wel een degelijk advies gegeven te worden of de duikveiligheid in gevaar kan komen.
Bron : Duiken - Column Menno Gaastra

Diep beginnen en ondiep eindigen

31-01-11

Vanaf de jaren 70 is er door alle opleidingsinstituten geleerd dat je de diepste duik het eerst moest doen. Door de duiken zo uit te voeren had je de grootste hoeveelheid stikstof van de dag al voor je kiezen gehad. Bij het daarop volgende oppervlakte interval raak je dan weer een deel kwijt.

Als je dan je herhalingsduik gaat doen,heb je nog wel reststikstof van de eerste duik. Omdat je vervolgens een ondiepere duik gaat maken, komt er nog wel stikstof bij maar niet zoveel als bij de eerste duik. Uitgaande van dit profiel kan de stikstof langzaam het lichaam verlaten en zou de kans op het krijgen van decompressieziekte kleiner worden. Dit is dan ook de reden dat dit verhaal altijd veel aanhangers heeft gehad.

Niet waar
Als je gaat kijken naar waar deze gedachte vandaan komt, dan kom je bedrogen uit. Dit theoretische verhaal is bedacht achter de tekentafel maar niet gebaseerd op grondig onderzoek. Vanuit de professionele duikerij (commercieel en marine) weten we al veel langer dat het regelmatig voorkomt dat de eerste duik van de dag gevolgd wordt door een nog diepere duik verder op de dag. Zonder dat dit gevolgen heeft voor de kans op het ontstaan van decompressieziekte.

Argumentatie
In oktober 1999 heeft in Washington een wetenschappelijke conferentie plaatsgevonden in het wereldberoemde Smithsonian Instituut met dit probleem als belangrijkste onderwerp. Hierbij waren niet alleen wetenschappers aanwezig van het instituut zelf maar ook de artsen van DAN en mensen uit de duikindustrie. De conclusie was dat er geen goede steekhoudende argumenten waren om dit advies keihard overeind te houden bij de duiken tot 30 meter diepte.

Jo-jo duiken
Wat veel belangrijker was om decompressieproblemen te voorkomen, is het maken van duikprofielen waarbij het diepste deel van de duik in het begin van de duik plaatsvindt. Jo-jo duiken vormen ook een grote risicofactor als je praat over het ontstaan van decoziekte. Bij iedere duik blijft het van belang een langzame opstijging te maken van rond de 8-10 meter per minuut. Ook is het uitvoeren van een veiligheidsstop op 3-5 meter een prima manier om wat extra stikstof kwijt te raken en ook je meer bewust te zijn van je stijgsnelheid. Als je weet dat je nog een tussenstop moet maken, ben je meer bezig met je opstijgsnelheid en de diepte dan wanneer je een directe opstijging maakt naar de oppervlakte.

Inkopper
Maar ook bijkomende factoren als conditie, een goede vochthuishouding en getraindheid zijn natuurlijk van essentieel belang. En hoewel je keurig aan alles hebt gedacht en je prima gehouden hebt aan de adviezen, kan het nog altijd gebeuren dat je een keer problemen tegenkomt die het gevolg zijn van decompressieziekte. In feite houdt iedere duik dit gevaar in zich al is het natuurlijk nog zo klein. Bij enige twijfel is het van belang om deskundige medische hulp te zoeken en niet de klachten en symptomen af te doen als niet belangrijk. Een inkopper die wel zeer de moeite waard is en blijft in deze is: plan je duik en duik je plan!
Bron : Duiken/ column Menno Gaastra

Inspanning na het duiken

10-01-2011

De statistieken laten zien dat het aantal duikers dat ook actief is op andere sportgebieden groeiende is. Dat is een mooi gegeven, maar zoals we tijdens onze eerste theorielessen van het duiken leerden, gaan inspanning en duiken niet goed samen. Met name het inspannen na de duik is iets waar de duikdokters niet dol op zijn.

De opname en uitwas van stikstof is hoofdzakelijk een zaak van circulatie en temperatuur. De uitwisseling van gassen werkt goed bij een bepaalde constante temperatuur. Als je na het duiken extra inspanning verricht zoals hardlopen, fitness of gewoon zware arbeid, dan verander je de temperatuur en de circulatie. Dit heeft een gevolg voor de opname en afgifte van stikstof in het lichaam. Je kan dit vergelijken met iemand die de fles cola lekker schudt voordat hij wordt opengedraaid. Het gevolg daarvan is je bekend. Het is dus wel van belang na je duik eerst een tijd te wachten voordat je je weer gaat inspannen. Hoelang deze rustperiode moet zijn, is natuurlijk moeilijk te bepalen. Zaken als fitheid, conditie en het duikprofiel zijn zaken die hier een rol inspelen. Maar de belangrijkheid van de onderdelen op zich is moeilijk uit te maken.

Inspannen voor duiken
Er zijn vanuit het verleden wel een aantal onderzoeken die in marineverband gedaan zijn. Deze laten wel een toename zien van de klachten passend bij decompressieziekte. Een beter alternatief zou zijn je in te spannen voor het duiken. Als we het water in gaan zijn we warm en nemen we stikstof op volgens een bepaalde snelheid. Tijdens de duik koelen we af en waardoor bloedvaten zich gaan samentrekken. Hierdoor zal er minder stikstof worden opgenomen. Maar door de lagere temperatuur van het lichaam neigen de weefsels de opgenomen hoeveelheid stikstof beter vast te houden. Dit is de reden dat je een duik in koud water dieper plant dan je in werkelijkheid doet. Dus na de duik ben je nog steeds wat kouder waardoor het uitwassen van stikstof trager verloopt.

Rustperiode
Zowel bij inspanning voor als na de duik blijft het van essentieel belang er voor te zorgen dat je vochthuishouding in orde blijft. Als je na je duik wil sporten dan kun je veiligheidshalve een rustperiode van vier uur aanhouden na het duiken. Dit is absoluut geen garantie dat er geen deco op kan treden na het duiken. Maar het geeft wel een vermindering van de kans erop.

Vermindering stille bellen
Dr .Brubakk heeft met zijn onderzoeksteam in 2002 aangetoond in onderzoek met ratten dat twintig uur voor de duik extra inspanning een meetbare afname gaf van het aantal stikstofbellen in de circulatie. In 2004 is dit onderzoek herhaald met mensen. Dit liet eigenlijk hetzelfde beeld zien. Inspanning 20-24 uur voor de duik gaf een vermindering van het aantal stille bellen in de bloedsomloop en daardoor minder kans op decompressieziekte. De kans op decompressieziekte is sowieso klein maar dit kan wel een aanknopingspunt zijn voor verder onderzoek, Ook de rol van stikstofmonoxide wordt onderzocht in deze. Voorlopig blijft het advies: geen grote inspanningen na de duik. En als je dan toch echt niet zonder kan dan kun je beter een dag voor je duik jezelf inspannen.
Bron : Duiken, Column Menno Gaastra

strafzaak tegen duikschool

19-01-2011

Niemand had verwacht dat er iets mis zou gaan. Er waren wel twee cursisten bij die 14 duiken alleen in het buitenland hadden gemaakt, maar de update in het zwembad en de nachtduik waren zonder problemen verlopen.

Voor de Advanced cursus stond de diepe duik op het programma. Begin november in Vinkeveen. De afdaling wordt gemaakt met zes cursisten, twee divemasters en een instructeur. Bij aankomst op het 17 meter-platform blijkt een van de cursisten nog 100 bar in zijn fles te hebben. Twee aan twee zullen de cursisten met de duikinstructeur naar 22 meter gaan. Het buddypaar waarvan de ene duiker nog 100 bar heeft, ziet de hoeveelheid lucht terugzakken naar 60 a 70 bar. De instructeur geeft aan dat zij samen met de divemaster alvast terug moeten keren. Op de weg langs de lijn naar boven gaat het mis. Waarschijnlijk heeft de duiker dan geen lucht meer. De divemaster voelt dat de ademautomaat uit zijn mond getrokken wordt. Er ontstaat paniek en samen met een van de buddy’s komt hij aan de oppervlakte. De andere leerling blijkt nog beneden te zijn. Deze wordt door andere duikers boven gebracht en succesvol gereanimeerd. Helaas blijken er ernstige blijvende lichamelijke klachten te zijn. Het slachtoffer kan zich van duik zelf helemaal niets meer herinneren.Aan de hand van het politieonderzoek beslist de officier van Justitie dat de zaak voor de rechter wordt gebracht. De officier eist een straf voor de divemasters, de instructeur en de duikschoolhouder. Tijdens de rechtszaak wordt uitgebreid ingegaan op wat er precies gebeurd is die dag en de dagen daarvoor. Zijn alle standaards gevolgd? En hoe zit het met NEN-normen? De rechter vraagt zich af of de leerling wel voldoende begeleid is. Ook wordt uitgebreid stilgestaan bij cursus, het logboek en medische verklaring. Een deskundige van de Koninklijke Marine licht het (hoge) gebruik van lucht toe en hoe de fles leeg geraakt kan zijn. Er blijven helaas nog veel vragen over, want niemand kan precies vertellen wat er onder water gebeurde.
Uitspraak

In de uitspraak overweegt de rechter dat in dergelijke gevallen de vraag voorligt of de betrokkenen roekeloos of aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld hebben. Voorzover zij de voorschriften en standaards niet helemaal gevolgd zouden hebben, blijkt niet dat daardoor het ongeval is veroorzaakt.

De rechter gaat ervan uit dat men met de opstijging is begonnen toen er nog tenminste 50 bar in de fles zat. Dat moest ook volgens de deskundige voldoende zijn geweest. Wel bleek later dat de fles helemaal leeg was, maar dat kan ook gekomen zijn omdat de automaat op de bodem viel en is gaan blazen. Ook kan de betreffende duiker door angst zijn gaan hyperventileren en het gevoel gehad hebben geen lucht meer te hebben, verklaarde de deskundige.

Al met al kon de rechter niet in voldoende vaststellen wat de oorzaak van het ongeval geweest was. De divemaster, instructeur en duikschool werden vrijgesproken.
Schade

Naast de strafzaak is er ook nog de vraag wie de schade zal betalen van het slachtoffer. De vrijspraak in de strafzaak betekent nog niet dat er geen schadevergoeding betaald hoeft te worden. Mogelijk dat dit jaren later ook nog een keer voor de rechter komt, maar het kan ook zijn dat het slachtoffer en de (verzekeringsmaatschappij van) de duikschool een en ander onderling regelen.

Dit was de eerste strafzaak in Nederland over een duikongeval bij recreatief duiken. We moeten er rekening mee houden dat er wel meer zaken zullen komen. Van deze eerste keer kunnen we wel wat leren.
Les

Allereerst natuurlijk: volg de standaards. Bij een beoordeling van een ongeval later voor de rechter zal daar altijd naar gekeken worden. Ten tweede, het volgen van de standaards of de NEN-normen betekent nog niet dat je veilig duikt. Veel is afhankelijk van de omstandigheden, de ervaring van de d en je eigen inschatting.uikers

En in deze zaak werd duidelijk dat over de minimale hoeveelheid gas voor de opstijging veel onduidelijkheid bestaat. Nergens in standaards of voorschriften staat een minimale hoeveelheid ademlucht vermeld. Dat kan ook niet want het luchtverbruik is afhankelijk van tijd en diepte, maar ook van het persoonlijke verbruik. En dat kan aanmerkelijk wisselen. Inspanning, kou, angst, zicht en persoonlijke gesteldheid bepalen het luchtverbruik.

Wat de rechtbank dacht over de opstijging bij minimaal 50 bar is dus onjuist. Niet dat daardoor de uitspraak anders zou zijn geweest, maar we zien wel dat er bij rechters en officieren van justitie nog niet veel kennis van duiken is.

Voor wie wat meer wil weten hoe het zit met de minimale hoeveelheid lucht bij opstijging, staat in de pdf die je hier kunt openen, een voorbeeld.

Leo Blokland is advocaat, PADI Instructeur en NAUI Tec diver. Op DuikeninBeeld.tv zal hij regelmatig ingaan op juridische aspecten waar je als duiker, duikinstructeur of duikcentrum mee te maken hebt of kunt krijgen.

Misschien heb je zelf een idee voor een onderwerp? Mail het ons en mogelijk besteden wij er later een keer aandacht aan.
Bron : Duikeninbeeld/Leo Blokland