Update Duikvrije zone wrak Grevelingen
Plattegrond wrak Scharendijke
27-09-2011
Wanneer je nog niet gedoken hebt op Le Serpent bij Scharendijke, is het misschien handig om eens deze plattegrond door te nemen. Hierop staat precies hoe diep het waar is en op welke plek de boeien liggen. De webcam is inmiddels van het wrak verwijderd, in Duiken 11/11 lees je waar de camera's nu staan.
Bron : Duiken
Updat Duikvrije zone Le Serpent
07-04-2011
De beroepsvissers werken niet zonder meer mee aan nieuwe duikobjecten in het Grevelingenmeer. Ze willen eerst zien of de extra toeloop van duikers op het wrak van Le Serpent bij Scharendijke niet leidt tot meer schade aan vistuig. Dat zegt Martin Bout, voorzitter van de Vereniging Beroepsvissers de Grevelingen.
Het kan raar lopen voor een visser in Zeeland. Ben je lekker aan het werk op een perceel waar je pacht voor betaalt, komt er een duiker boven die begint te schelden. Of je wel weet waar je mee bezig bent, dat er gedoken wordt en hoe gevaarlijk het wel is om in een duikgebied netten te plaatsen. Martin Bout kan er gelukkig om lachen. ‘Het is juist omgekeerd,’ zegt hij. ‘De hele Grevelingen is visgebied, keurig in vakken verdeeld. En sinds de tijd van onze overgrootvaders worden die vakken verhuurd aan de beroepsvisserij. Sportduikers zijn er veel later bij gekomen, als medegebruikers van het gebied.’ Hetzelfde geldt overigens voor de Oosterschelde en het Veerse Meer, ook plekken waar de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) de belangen van sportduikers behartigt.
Zeven beroepsvissers zijn actief op het Grevelingenmeer. De visgebieden rouleren, zodat goede en minder goede stukken evenwichtig onder de vissers zijn verdeeld. In het voorjaar vissen ze op paling en kreeft, op die laatste met kleine schietfuiken die twee a drie keer in de week worden geleegd en verplaatst. ‘Die visserij is goed geregeld,’ vertelt Martin Bout. ‘In 1995 hebben we kreeft uitgezet in de Grevelingen (gekocht van vissers die in de Oosterschelde kreeft vingen) en ze vijf jaar met rust gelaten. Het resultaat is een gezonde kreeftenstand. En alles wat te klein is of eitjes bij zich draagt gaat terug.’ In het najaar wordt er alleen op paling gevist. Daar gebruiken de vissers de hokfuiken voor: joekels van acht meter hoog en dertien meter breed, en daarmee ook een groter risico voor duikers. ‘De palingvangst is moeilijker,’ weet Martin. ‘Door de teruglopende palingstand in Europa is er tot 2013 een vangstverbod van drie maanden per jaar. Daar krijgen we wel compensatie voor maar die wordt de komende jaren afgebouwd. Voor veel vissers is dat slecht nieuws.’
Fuik op reefballs
Kreeft en paling voelen zich het beste thuis tussen de steenblokken op de dijkvoet, het hard substraat dat ook voor duikers het meest interessant is. Martin Bout: ‘Vissers en duikers maken zo’n twaalf weken in het jaar intensief gebruik van hetzelfde gebied. Daar is niks mis mee, in een klein land als het onze moet je elkaar de ruimte gunnen. Als je maar rekening houdt met elkaar. De vissers hebben afgesproken dat we geen netten plaatsen op drukke duikdagen: weekenden in het duikseizoen of de Paas- en Pinksterweekenden. De grote hokfuiken plaatsen we zo’n honderd meter opzij aan weerszijden van de duikplaatsen, zodat er een vak van tweehonderd meter ontstaat waar geen fuiken staan. En als er een schietfuik op de reefballs ligt, is dat geen boze opzet. De kunstriffen zijn niet meer gemarkeerd en van bovenaf kunnen wij niet precies zien waar ze liggen. De sportduikers gaan dit seizoen opnieuw boeien leggen op alledrie de kunstriffen zodat wij daar uit de buurt kunnen blijven.’
In ruil vragen de vissers eigenlijk maar één ding: dat duikers van het vistuig afblijven. ‘Duiken is een mooie sport,’ zegt Martin, ‘en ik snap dat mensen daarvoor naar Zeeland komen. Zolang ze maar van onze spullen afblijven!’ Want stukgesneden netten zijn ieder jaar weer een kostenpost en grote frustratie van de beroepsvissers. ‘Het is ook moeilijk,’ vervolgt Martin. ‘De meeste duikers komen om te kijken, dat weten we ook wel. Maar als er duizend man over dijk gaan zijn er altijd wel een paar rotzakken bij. Stropers – daar zit het stropersteam van de Algemene Inspectie Dienst bovenop. Maar ook vandalen of duikers die uit medelijden sepia’s, vis of kreeft uit de fuiken snijden. Collega Jaap Muller heeft vorig jaar veel schade gehad bij Dreischor en Scharendijke. En controle op vernielingen onder water is bijna niet te doen, we moeten het echt hebben van de goede bedoelingen van de duikers.’
Wrak in visvak
Dus als de sportduikers dan langskomen met een idee om een wrak af te zinken in het visvak bij Scharendijke, zodat het gebied nog interessanter wordt voor duikers, staan de vissers niet meteen te juichen. Martin: ‘We werken eraan mee vanuit het idee dat een gebied meerdere functies en gebruikers heeft. De provincie, gemeente en het Natuur-en Recreatieschap vinden het belangrijk dat er voorzieningen voor duikers komen. Dat is een algemeen belang. We hadden een wrak of laag kunstrif liever wat verderop in de Grevelingen gezien, op een zandplaat. Maar dat is voor duikers niet interessant.’ Uiteindelijk werd Scharendijke aangewezen als locatie voor het afzinken van Le Serpent; het betonnen casco dat jarenlang bij Schelphoek in de blubber lag en speciaal voor duikers is gelicht en schoongemaakt. De exacte plek veranderde drie keer. Op de kop van de reefballs was de bodem te steil. Het alternatief was achter de reefballs evenwijdig aan de kant, maar daar was de bodem te instabiel. Dus moest het wrak weer verder opzij, dieper het visvak in. ‘Dan is goed overleg heel belangrijk, aldus Martin Bout, ‘en daar zijn we ook tevreden over. De Nederlandse Onderwatersport Bond heeft ons in een vroeg stadium betrokken bij de plannen, al ging de keuze voor de definitieve locatie bij de vissers niet van harte.’
Dat het dan toch gebeurt, is het resultaat van creatief nadenken van beide kanten. Een proces van geven en nemen. De vissers staan een stuk visgrond af. Waar het wrak ligt en in een zone van een paar meter eromheen kunnen geen visnetten staan. Daarnaast zijn de vissers bang dat duikers massaal van het wrak naar de wal zwemmen, dwars door het visgebied. En dan bedoeld of onbedoeld vistuig vernielen. Om die zorg weg te nemen is afgesproken dat schuin achter het wrak een duikvrije zone komt, die doorloopt tot aan de wal voorbij de bocht in de Elkerzeeseweg (zie het kaartje). De vissers zetten geen fuiken bij het wrak of de reefballs. En de duikers markeren de duikvrije zone met een boeilijn evenwijdig aan de steiger. Onder water wordt de route naar het wrak aangegeven met een dikke ankerketting. Het is de bedoeling dat duikers bij Scharendijke alleen vanaf de steiger het water in gaan en er daar ook weer uit komen. Bastian Mathijssen van de Stichting Kunstriffen Zeeland wil zelfs onderzoeken of het haalbaar is om tien meter achter het wrak een hangcultuur voor mosselen te plaatsen, als een natuurlijk gordijn voor de duikvrije zone. Martin Bout ziet dat wel zitten. ‘Mits rendabel.’
Gezond verstand
Dit duikseizoen moet blijken of voorzieningen voor duikers niet leiden tot meer schade voor vissers. ‘We zien het een beetje als proef,’ zegt Martin Bout. ‘Voor volgende projecten moeten we nog eens hard nadenken. Vragen we misschien toch om een plek op een zandplaat, zodat de visserij er ook wat aan heeft. Dat zien we tegen die tijd wel weer. Er liggen goede afspraken. Als duikers en vissers hun gezonde verstand gebruiken, komt het allemaal goed.’
Duikvrije zone
Om te voorkomen dat duikers massaal door het visgebied zwemmen wordt achter Le Serpent een duikvrije zone ingesteld (rode lijn). De gele lijn is de ankerketting die vanaf de steiger naar het wrak loopt. De groene lijn is een boeilijn die de duikvrije zone aan de oppervlakte markeert.
‘Je hebt elkaar nodig’
Het afzinken van een schoongemaakt scheepscasco bij een duiklocatie is een van de projecten die staan beschreven in het masterplan ‘Onderwatersport in Zeeland’. Dat plan heeft de NOB op verzoek van de Provincie Zeeland geschreven. Er staat in hoe de provincie het sportduiken kan benutten om de toeristische sector te versterken. Door betere voorzieningen aan te brengen onder water en aan de waterkant, en door middel van kennisontwikkeling, marketing en promotie. Hierin past ook het internationale marktonderzoek waarvan de NOB op 20 april in Middelburg de resultaten presenteert.
In de voorbereiding en uitvoering van de plannen is de NOB steeds in gesprek met de Provincie Zeeland, Rijkswaterstaat, het Natuur- en Recreatieschap de Grevelingen, Nationaal Park Oosterschelde, Stichting Kunstriffen Zeeland, duikondernemers en –verenigingen, de gemeenten Schouwen-Duiveland, Goes, Veere en Tholen en natuurlijk de visserijsector. Want een vergunning voor bijvoorbeeld een wrak of een steiger komt er pas als duikers en vissers onderling tot overeenstemming zijn gekomen. Op het bondsbureau zijn Desmond van Santen en Harry Brands een groot deel van hun tijd met de ontwikkelingen in Zeeland bezig.
Het overleg is goed en intensief, ervaart Harry Brands: ‘Per gebied heb je met andere partijen te maken. En binnen een klein gebied als de Grevelingen zien we ieder jaar een andere visser in het visvak met de duikplaatsen, dat maakt het wel eens ingewikkeld. Je hebt elkaar nodig. Een wrak in een visvak is net zoiets als een speeltuin in een akker, dat doe je niet zomaar. Toen we voor de derde keer terug moesten met een nieuwe locatie voor Le Serpent bleef het lang stil aan de andere kant van de tafel. Dan zit je wel even te zweten. Een doorbraak komt dan alleen als iedereen er ook echt uit wíl komen.’
Schade aan vistuig, wat nu?
Het kan gebeuren dat je per ongeluk in vistuig vast komt te zitten en je jezelf los moet (laten) snijden. Meld in dat geval altijd de schade bij de KLPD Dienst Waterpolitie Zeeuwse Stromen op 0113-396300. Ook ongemarkeerd en gevaarlijk geplaatst vistuig of vermoedens van vandalisme en stroperij kun je bij de waterpolitie melden. De NOB heeft voor alle leden een zogenaamde ‘secundaire aansprakelijkheidsverzekering’. Wanneer je tijdens de duik noodgedwongen een net of fuik moet stuksnijden, dien je voor de schade in eerste instantie de eigen aansprakelijkheidsverzekering aan te spreken. Mocht je er daarmee niet uitkomen, dan kun je in tweede lijn een beroep doen op de verzekering van de NOB.
Tekst en foto's: Rob Aarsen





