Wrakduiken
Mogelijk scheepswrak gevonden met lading cognac
16-02-2012
Duikers zeggen een scheepswrak te hebben gevonden met aan boord een waardevolle lading cognac en drank. Het schip is tijdens de Eerste Wereldoorlog gezonken in de wateren tussen Zweden en Finland.
Een duikteam uit de West-Finse kuststad Rauma liet donderdag weten dat zij het schip hadden gevonden in de Botnische Golf, ten noorden van de Åland Eilanden en ten westen van Rauma. De groep, het Raumanmeren Hylky-Team, weigert over de locatie nadere informatie bekend te maken. Wel is bekend dat de lading op circa 80 meter diepte ligt.
De Zweedse stoomboot Kyros had honderden flessen cognac en drank aan boord toen het werd getorpedeerd door een Duitse U-boot, op 19 mei 1917. Die dag zonken nog 8 andere Zweedse schepen.
De Kyros
Volgens sommige berichten had het schip een gemengde lading aan boord met onder meer staalproducten en wel 1.000 flessen cognac en 300 flessen sterke drank.
Duikteams zoeken al jaren naar het mythische schip. In de laten jaren 90 van de vorige eeuw geloofde een Zweedse groep schatduikers dat zij het vaartuig hadden gevonden, maar het object bleek een partij rotsen te zijn. Volgens de Finse duikers is het schip behoorlijk in tact gebleven. Zij moeten nog besluiten of zij de lading willen bergen voor nader onderzoek. Er zijn plannen om dit de komende zomer eventueel te proberen.
Volgens duiker Pasi Rytkönen tegenover de Finse publieke omroep YLE is het erg moeilijk om op de grote diepte te werken. "Het schip is in tact, maar het begint al een beetje uit elkaar te vallen. Er is ook veel sediment. Je kan niet zomaar naar beneden gaan en naar boven brengen wat daar ligt."
Het team van Rytkönen wil doorgaan met duiken, waarbij een grotere robot wordt gebruikt. Onduidelijk is wat er vervolgens gaat gebeuren. Er is geen eigenaar van het schip of lading bekend. Volgens Rytkönen is de situatie duidelijk: "Wie vindt mag houden!"
In 2010 haalden andere Finse duikers het wereldnieuws toen een lading waardevolle champagne uit een scheepswrak bij de Åland Eilanden werd gevonden.
Zie ook:
- Sonarfoto van het scheepswrak
Bron : Finlandsite
Fauna op Noordzeewrakken is uniek
02-02-2012
Wrakken in de Noordzee zijn van groot belang voor de biodiversiteit in zee. Dat blijkt uit recent onderzoek van Bureau Waardenburg. Op een wrak zitten gemiddeld zo’n 250 verschillende diersoorten. Zeker 90% van deze soorten komen niet voor op omliggende zandbodems. Wrakken herbergen daarmee ongeveer de helft van de biodiversiteit van het Nederlands Continentaal Plat. Hierdoor zijn wrakken unieke gebieden in zee en is goede bescherming van groot belang, vinden de samenwerkende organisaties van Bescherm een wrak.
De wrakken op de bodem van de Noordzee zijn nog de weinige plekken waar tegenwoordig specifieke diersoorten die leven op harde ondergronden, ofwel hard substraat, te vinden zijn. Naar schatting bestond zo’n 100 jaar geleden één vijfde tot één derde van de bodem uit hard substraat. Dit waren uitgestrekte oestergronden, veenbanken, zwerfkeien en restanten van bomen. Door menselijke activiteiten, voornamelijk bodemberoerende visserij, is veel hiervan verdwenen. Ook natuurlijke processen zoals erosie kunnen hierin een rol gespeeld hebben.
Er is tot nog toe nog maar weinig onderzoek gedaan naar het ecologisch belang van wrakken in de Noordzee. Bureau Waardenburg concludeert uit diverse monitoringen, die de afgelopen 30 jaar op de Noordzee zijn gedaan, dat op wrakken in de Noordzee ongeveer evenveel diersoorten zitten als op de omringende zandbodem. Maar, de diersoorten die op wrakken zitten, zijn niet dezelfde als die op zandbodems leven. Zeker 90% van de fauna is uniek voor harde ondergronden. Wrakken bieden ook beschutting aan bijzondere soorten, zoals de zwaar overbeviste kabeljauw, of het door exoten bijna verdreven spookkreeftje. Daarnaast vervullen wrakken mogelijk ook een belangrijke kraamkamerfunctie.
Het grote belang van wrakken voor de biodiversiteit in de Noordzee betekent dat deze wrakken beter beschermd moeten worden, vinden de partijen die samenwerken binnen het project Bescherm een wrak. Wrakken staan onder druk door hobbymatige- en beroepsvisserij, waarbij regelmatig vistuig, zoals lood en vislijnen of netten, achterblijft op de wrakken, en door het slopen van wrakken voor waardevolle metalen, zoals koper en brons. De overheid heeft vanuit diverse wet- en regelgeving de verplichting om de biodiversiteit in zee te beschermen. Wettelijke bescherming van wrakken kan een concrete bijdrage leveren aan het nakomen van deze afspraken.
Bescherm een wrak is een initiatief van Stichting De Noordzee, Duik de Noordzee schoon, Vereniging Kust & Zee en Sportvisserij Nederland. Samen met alle gebruikers en liefhebbers van scheepswrakken in de Noordzee proberen wij scheepswrakken te beschermen en duurzaam te gebruiken. Meer informatie: www.beschermeenwrak.nl
Bron : Duiken
Mammoet Salvage en de U-864
08-11-2011
Er was sprake van dat Mammoet Salvage nog dit jaar de U-864 zou gaan bergen.
De opdracht werd reeds op 30 januari 2008 gegeven en betreft het bergen van het wrak van een Duitse onderzeeër uit de 2e Wereldoorlog. De U-864 ligt op 150 meter diepte bij het eiland Fedje voor de kust van Noorwegen met een lading bestaande uit onder andere 67 ton kwik in 1857 stalen flessen. Begin 2003 ontdekte de Noorse Marine het wrak en uit onderzoek bleek dat verschillende flessen al waren doorgeroest en lekten. Er zijn in Noorwegen echter twee kampen die een tegengestelde mening over een eventuele berging hebben. Het is dus nog niet zeker of de U-864 gelicht gaat worden en er zijn veel voorstanders die de wraklokatie willen afdekken op de Tsernobyl manier.
Het verhaal over de ondergang van de U-864 laat zich lezen als een spannend jongensboek. Kapitein Ralf-Reimar Wolfram met een 50-koppige bemanning en 18 Duitse en 2 Japanse ingenieurs en wetenschappers, vertrok op 5 december 1944 uit Kiel. De missie van de U-864 was om militair equipement naar Japan te vervoeren, waaronder Messerschmitt straalmotoren, V2 onderdelen en het nu weglekkende kwik. De onderzeeboot was voor vertrek uitgerust met een snorkelmast die niet helemaal naar behoren werkte. Op 9 december arriveerde het schip in Horten, Noorwegen waar de nodige reparaties werden verricht.
De volgende stop was in Bergen, maar de U-864 liep aan de grond en ging naar Farsund voor inspectie en reparatie. Pas op 5 januari 1945 kwam de U-648 in Bergen aan. De onderzeeboot liep lichte schade op toen de haven van Bergen op 12 januari werd gebombardeerd door 33 RAF bommenwerpers. Na reparatie van de schade en justering van de snorkelmast maakte de onderzeeboot verschillende proefvaarten. In de tussentijd was er een Britse onderzeeboot onder commando van luitenant James ‘Jimmy’ S. Launders vertroken uit Lerwick op de Shetland eilanden naar Fedje ten noorden van Bergen.
|
|
|
|
Op 6 februari 1945 passeerde de U-864 Fedje zonder opgemerkt te worden. Ze kreeg echter problemen met de motor en kreeg het bevel naar Bergen terug te keren. Een nieuw escorte vaartuig zou op 10 februari in Hellisoy worden toegevoegd, maar op 9 februari hoorde men op de HMS Venturer de lawaaiige defecte dieselmotor van de Duitse sub en werd een periscoop gesignaleerd. In een ongebruikelijk lange ontmoeting tussen de onderzeeboten, wachtte Launders 45 minuten tevergeefs op het boven water komen van de U-864 en besloot toen in actie te komen. Toen Ralf-Reimar Wolfram zich realiseerde dat ze gevolgd werden door een Britse onderzeeboot, terwijl hun escorte nog niet in zicht was, volgde hij een zigzag koers om aan de torpedo’s te kunnen ontsnappen.
De Venturer had slechts acht torpedo’s (vier in de lanceerbuizen en vier om te herladen) tegenover 22 aan boord van de U-864. Na drie uur kat en muis spel besloot Launders een calculatie te maken van zijn tegenstanders zig-zag koers en lanceerde een viertal torpedo’s die na 4 minuten hun doel moesten bereiken. De eerste torpedo werd gelanceerd om 12.12 uur en vervolgens nummer twee, drie en vier om de 17 seconden. Daarna liet Launders zijn onderzeeboot snel duiken om eventuele torpedo’s van zijn tegenstander te ontwijken. De mensen op de U-864 moeten de torpedo’s hebben horen aankomen en ook kapitein Wolfram liet zijn schip een snelle duikbeweging maken in combinatie met een scherpe bocht. Hij wist de eerste drie torpedo’s te ontwijken, maar stuurde zijn schip onwetend in het pad van de vierde. Het was de eerste en enige keer dat een onderzeeboot opzettelijk een andere onderzeeboot heeft vernietigd terwijl ze beide onder water waren. De U-864 implodeerde, brak in tweeën en vond met de complete bemanning een zeemansgraf op 150 meter diepte op twee zeemijlen ten westen van het eiland Fedje.
In 2003 werd het wrak op aanwijzing van lokale vissers door de Noorse Marine gevonden. Al gauw werd het duidelijk dat het 2400 ton wegende wrak met de flessen kwik en op scherp staande torpedo’s een potentieel gevaar voor de omgeving vormt. De huid van de onderzeeboot, oorspronkelijk 5 mm dik, was op sommige plaatsen door roestvorming nog maar 1 m dik en kwik sijpelde al uit de metalen flessen. In een drie jaar durende studie van de Norwegian Coast Administration werd geadviseerd om het wrak af te dekken met 12 meter zand met grind en beton als versterking. Lokale instanties hadden echter veel kritiek op deze oplossing en hadden de voorkeur voor een berging.
Op 11 november 2008 gaf de Norwegian Coastal Administration aan Mammoet Salvage BV opdracht in de vorm van een 'letter of intent' om de onderzeeboot met lading te bergen. Dit op grond van een goed uitgewerkt bergingsplan waarbij geen duikers ingezet hoeven worden en alles op afstand wordt gecontroleerd. Mammoet’s reputatie van de berging van de Russische atoomonderzeeër Koersk speelde hierbij ook een rol. Volkomen onverwacht werd de naar schatting 1 biljoen Noorse kronen (172 miljoen US dollar) kostende operatie, gepland voor 2010, uitgesteld met de argumentatie dat er nog diepgaand onderzoek moest worden verricht voordat er tot berging kan worden overgegaan. Zie ook de U-864 en Wikipedia
Bron : www.proteusproducties.nl
Schepen Francis Drake ontdekt
08-11-2011
Meer dan vier eeuwen na de dood van de legendarische Engelse avonturier Francis Drake (1540-1596), denken archeologen dat ze twee van zijn schepen hebben ontdekt voor de kust van Panama. Dat hebben ze maandag bekendgemaakt. De onderzoekers vonden de schepen in de smaragdgroene Caribische wateren waar de zeeheld annex kaper begraven zou zijn in een loden doodskist. Ze maakten gebruik van technologieën die gebruikt worden door de olieindustrie om de schepen op te sporen.
Volgens het team dat naar de schepen zocht, is ''het bewijs overweldigend'' dat de schepen inderdaad deel uitmaakten van de expeditie van Drake.
Overvallen
Drake maakte in zijn tijd furore door talloze schepen te overvallen, waaronder een aantal Spaanse zilvertransporten. Ook in militair opzicht kende hij grote successen. In 1588 versloeg hij als viceadmiraal van de marine de Spaanse Armada. Door zijn preventieve aanval op de vloot moesten de Spanjaarden hun geplande invasie van Engeland een jaar uitstellen.
Slaven
Drake was de eerste Engelsman en de derde Europeaan die met zijn schepen rond de wereld zeilde. Hij vervoerde niet alleen buitgemaakt Spaans zilver, maar ook slaven.
In 1596 kwam hij aan zijn einde door dysenterie, enkele weken nadat hij de slag om San Juan (Puerto Rico) had verloren van de Spanjaarden.
Bron : NU.nl
Gedumpte munitie is tijdbom
28-10-11
De zeeën rondom Europa wacht een nieuwe bron van vervuiling. Duizenden tonnen chemische wapens zullen doorroesten en gaan lekken. In de Oostzee wordt onderzocht wat de mogelijke consequenties zijn.
Niemand weet precies hoeveel afgedankte chemische wapens de golven rondom Europa verbergen. De Oostzee bijvoorbeeld, waar de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog munitie afkomstig uit Duitse arsenalen overboord zetten: minstens 40.000 ton, waarvan zeker 13.000 ton giftige substanties. Eenzesde van die hoeveelheid is genoeg om al het leven in de Oostzee voor honderd jaar uit te roeien.
Hele Oostzee morsdood
Geen geruststellend idee, voor wie bedenkt dat het mosterdgas, chloorpicrine, fosgeen, difosgeen en de arseenverbindingen zijn verpakt in hulzen en vaten die vroeg of laat doorroesten. Het is niet bekend wanneer dat gaat gebeuren, maar dat het gaat gebeuren staat vast. Tien jaar geleden voorspelde de Russische wetenschapper Aleksander Korotenko dat ergens tussen 2020 en 2060 de corrosie zo ver is gevorderd dat het gif weglekt. 16 procent is genoeg om de hele Oostzee morsdood te maken.
"Dat klopt, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat al die munitie gelijktijdig doorroest", relativeert Jacek Beldowski. Hij werkt in het Oceanologisch Instituut in Sopot, het Scheveningen van Polen. De badgasten die buiten over de boulevard en de lange houten pier flaneren, hoeven zich volgens hem geen grote zorgen te maken. "De kans dat al dat gif in een keer vrijkomt, is zo goed als nul", legt hij uit. "Ook in het zwartste scenario blijft het gebied dat biologisch afsterft, beperkt. Je hebt het dan over zo'n duizend vierkante kilometer. Dat is, gemeten op de hele Oostzee, niet veel."Lees verder op pagina
Verspreid over enorm gebied
Beldowski is coördinator van Chemsea (chemical munitions search & asses project) een internationaal onderzoeksproject dat vorige maand van start ging met Europees geld. "Er vinden twee processen plaats die met elkaar concurreren: enerzijds lekt het gif weg, anderzijds wordt het minder schadelijk als het in contact komt met het water", aldus Beldowski.
"De chemische wapens zijn verspreid over een enorm gebied en liggen in heel uiteenlopende omstandigheden. Op sommige plekken zijn ze weggezakt in zand en slib, op andere plekken liggen ze op de zeebodem. Bovendien zijn er plaatsen waar het ze niet in aanraking komen met zuurstof en dus nauwelijks roesten."
Onzekerheid
Het probleem is vooral de onzekerheid. "We weten nog steeds niet wat de effecten kunnen zijn. Het enige dat zeker is, is dat er de komende jaren een nieuwe vorm van verontreiniging in de Oostzee ontstaat." Dat geldt ook voor de Noordzee en de aangrenzende delen van de Atlantische Oceaan. Een grote chemische stortplek, de zogeheten 'Paardenmarkt', ligt vlak voor de Belgische kust, dicht bij de grens met Nederland. Het doorroesten van de munitie is hier waarschijnlijk nog maar net begonnen.
Hoeveel lekkende munitie de wereldzeeën te verwerken krijgen weet niemand. Na de Tweede Wereldoorlog hadden alleen al Duitsland en het Verenigd Koninkrijk ruim 300.000 ton chemische wapens, waarvan het grootste gedeelte in zee belandde. Volgens de officiële gegevens heeft het Amerikaanse leger in de twintigste eeuw 74 keer chemische wapens afgezonken in zee.
Russen
De westelijke geallieerden hielden doorgaans statistieken bij. Zo niet de Russen. Deze zetten niet zelden hun afval al overboord voordat ze bij de dumpplek kwamen. Bovendien verpakten ze granaten vaak in houten kisten die kilometers afdreven alvorens te zinken. Moskou heeft toegegeven dat op zeker zestien locaties voor de Poolse kust chemische wapens liggen. Dat is een kleinigheid op het gehele plaatje: "Minstens 160.000 ton chemische wapens is begraven in de Russische zeeën en vormt een groot gevaar voor het milieu en de menselijke gezondheid", gaf Moskou in 1995 toe.
Informatie voor Noordzee
De resultaten van het onderzoek in de Oostzee zullen ook waardevolle informatie bevatten voor de Noordzee, meent Katja Broeg van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven, een van de partners in het Chemsea-project. "Vooral als het gaat om toxicologisch onderzoek. We vangen ter plekke vissen en laten er mosselen in kooien zinken, om te kijken of zich kanker ontwikkelt."
Als het gaat om de verspreiding van het gif zijn de Noord- en Oostzee echter heel verschillend, legt Broeg uit: "De Noordzee is veel zouter en kent veel sterkere stromingen dan de Oostzee."
Handleiding voor vissers
Het onderzoek moet onder meer een handleiding opleveren voor vissers. Wat te doen als je een 150 mm granaat aantreft tussen de kabeljauw? En hoe te handelen als er een klodder mosterdgas tussen de haring zit? Mosterdgas ontsnapt namelijk niet in gasvorm, maar als een kleverige massa die jarenlang kan ronddrijven in het zeewater. Al kort na de stort, in de jaren vijftig, meldden zich de eerste badgasten in de DDR en Polen met brandwonden, veroorzaakt door mosterdgas. In Polen kwam het 24 keer tot ernstige ongelukken, de laatste keer in 1997, toen vissers een grote klomp mosterdgas in hun netten omhooghaalden.
Mechanische beschadiging
Het grootste risico is echter mechanische beschadiging. Vandaar dat vrijwel overal is besloten de munitie niet te bergen. Bouwwerkzaamheden kunnen voor een ramp zorgen, als in een klap een grote hoeveelheid granaten wordt beschadigd. Dit gevaar kwam uitgebreid in het nieuws, dankzij de Northstream, de gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland dwars door de Oostzee.
Zeebodem omgewoeld voor bouwprojecten
In Centraal-Europa wordt dit project met wantrouwen gadegeslagen. Het zou Rusland in staat stellen de gaskraan naar landen als Oekraïne, Wit-Rusland en Polen dicht te draaien, zonder ruzie te krijgen met West-Europa. Het gevaar van een ecologische ramp werd in stelling gebracht in een geo-politieke strijd.
Volgens Beldowski is de gasleiding slechts een voorbeeld: "Steeds vaker wordt de zeebodem omgewoeld voor bouwprojecten: kabels, windmolenparken en pijpleidingen. Plekken die als onbereikbaar golden toen de munitie werd gedumpt, worden dankzij nieuwe technologie toegankelijk. Daarom moeten er snel procedures komen voor het graven, bouwen en boren in risico-zones."
Volgens OSPAR - een samenwerkingsverband van Noordzee-landen - liggen op 31 plekken in de Noordzee en de aangrenzende Atlantische Oceaan chemische wapens weg te roesten. Daarnaast zijn er 120 stortplaatsen van conventionele wapens bekend die zware metalen en andere gevaarlijke stoffen bevatten, waarvan 64 voor de Franse kust.
In de Duitse Bocht, niet ver van de Waddeneilanden werd na de Tweede Wereldoorlg ruim 1,5 miljoen ton munitie gedumpt, waaronder 90 ton chemische wapens. In het Skagerrak tussen Denemarken en Noorwegen brachten de geallieerden minstens 45 schepen vol chemisch wapentuig tot zinken. Tussen Ierland en Schotland, in de Beaufort's Dyke, werd een miljoen ton munitie gedumpt, waaronder chemische wapens.
In de Oostzee zijn twee grote gifbelten bekend: bij het eiland Bornholm en het Gotland-bassin, tussen het Zweedse eiland Gotland en de Baltische staten. In de Middellandse Zee ligt de grootste concentratie bij de Italiaanse stad Bari. Hier werden sinds de Tweede Wereldoorlog 232 ongelukken veroorzaakt door chemisch afval, met name mosterdgas.
België: De Paardenmarkt
Een van de grootste depots van chemische wapens in de Noordzee ligt voor de Belgische kust, niet ver van de grens met Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog werden de slagvelden in Belgie geruimd. Bij opslag en transport kwamen regelmatig mensen om het leven, vandaar dat de regering in Brussel eind 1919 besloot tot dumpen in zee. Zes maanden lang verdween elke dag een scheepslading munitie buiten de kust van Knokke Heist. "We weten niet waarom men niet verder de zee opvoer. Waarschijnlijk wilde men zo snel mogelijk van het spul af, omdat ook het transport heel gevaarlijk was", aldus Tine Missiaen van het Renard Centre of Marine Geology in Gent.
Het resultaat is dat de Paardenmarkt, een zandplaat vlak voor de kust, ieder jaar wordt gemonitord. Het is de laatste rustplaats van minstens 35.000 ton munitie, waarvan ongeveer eenderde gifgasgranaten. De meeste zijn onder een dikke laag slib verdwenen. In 1972 kwamen er enkele boven water. Ze bleken in bijzonder goede staat, dankzij de zuurstofarme omgeving. Het doorroesten moest dus nog beginnen.
Bron : Duiken
Vermiste onderzeeër terecht na 70 jaar
23-10-2011
De Hr.Ms. K XVI, sinds 1941 met een 36-koppige bemanning vermist, is gevonden. Na een tip van een lokale visser begin deze maand dat hij een wrak had gesignaleerd, heeft een Australisch-Singaporees team van sportduikers de Nederlandse onderzeeboot in de wateren boven het eiland Borneo ontdekt.
Marine-experts bestudeerden fotobeelden van het duikteam en zagen duidelijke kenmerken die uitsluitend op Nederlandse onderzeeboten zijn te vinden. Aan de hand van onder meer deze informatie viel vast te stellen dat het om de K XVI ging. Een lange periode van onzekerheid bij de nabestaanden is hiermee te einde. Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom bracht hen op de hoogte.
Hr.Ms. K XVI wordt aangemerkt als zeemansgraf. Reden de exacte positie niet bekend te maken. Duikers is gevraagd het wrak ongemoeid te laten, uit respect voor de gesneuvelde bemanning en hun nabestaanden. In overleg met hen wordt bekeken hoe de laatste eer wordt bewezen.
Blij
Hr.Ms. K XVI maakte deel uit van de geallieerde strijdmacht die de Japanse invasie van het toenmalig Nederlands-Indië moest verhinderen. Nadat de onderzeeboot van 1000 ton de Japanse onderzeebootjager Sagiri in de nacht van 24 op 25 december 1941 tot zinken wist te brengen, ging het marinevaartuig de volgende ochtend zelf ten onder na een torpedoaanval van de Japanse onderzeeboot I-66 in de Zuid-Chinese Zee. Katja Boonstra-Blom, dochter van één van de opvarenden van Hr.Ms. K XVI en bestuurslid van de stichting Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945: “We zijn ontzettend blij en dankbaar voor alle steun van iedereen die heeft bijgedragen aan het vinden van de K XVI. We zijn de bemanningsleden in al die jaren van vermissing nooit vergeten.”
Alleen Hr.Ms. O 13 nog zoek
In de Tweede Wereldoorlog gingen 7 onderzeeboten van de Koninklijke Marine door vijandelijkheden verloren, 6 tijdens oorlogspatrouilles en één na te zijn gebombardeerd in de haven van Soerabaja. Het zestal was lange tijd vermist, tot 1982. Sinds die tijd zijn 4 boten gelokaliseerd en geïdentificeerd. Dat gebeurde vooral dankzij inspanningen van naaste familieleden van gesneuvelde opvarenden en door de inzet van de stichting Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945. Met het terugvinden van Hr.Ms. K XVI, waarvan 6 Indonesische schepelingen deel uitmaakten van de 36-koppige bemanning, is alleen de Hr.Ms. O 13 nog niet gelokaliseerd. Deze onderzeeboot ging ten onder in de Noordzee. Foto's: met dank aan Ministerie van Defensie. Stuurwiel door Ross Coleman
Bron : Duikeninbeeld-/-NU.nl
Berging van de Gairsoppa
18-10-2011
“We search the oceans of the world for treasures and artifacts once thought lost forever.” Odyssey Marine Exploration
In januari 2010 tekende de Britse overheid een contact met het Amerikaanse bergingsbedrijf Odyssey Marine Exploration voor de berging van de Gairsoppa. In de overeenkomst werd vastgelegd dat het bedrijf 80 procent van de geborgen lading mocht houden en dat de overige 20 procent naar de Britse schatkist zou gaan. Na een zoektocht van een jaar werd gisteren, op 26 september, bekend dat Odyssey het wrak van de Gairsoppa gelokaliseerd had. Na de eerste verkenningen vermoedt het bedrijf dat er nog ruim 200 ton zilver aan boord is. De lading van het schip zou daarmee in totaal meer dan 150 miljoen pond (172 miljoen euro) waard zijn. Odyssey verwacht in 2012 te kunnen beginnen met de berging van de Gairsoppa.
De SS Gairsoppa heette aanvankelijk de SS War Roebuck en werd gebouwd in opdracht van Palmers Shipbuilding. Tijdens de constructie verkocht zij het schip echter aan de British India Steam Navigation Company en kreeg het de naam SS Gairsoppa. In november 1919 werd het stoomschip voltooid en te water gelaten. De Gairsoppa was 122 meter lang, 16 meter breed en had een topsnelheid van ongeveer 20 kilometer per uur. Het vaartuig deed dienst als vrachtschip en voer regelmatig op en neer tussen Glasgow en Brits-Indië.
Tweede Wereldoorlog
Na de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog werd de Gairsoppa onderdeel van de Britse oorlogsvloot. In opdracht van het Ministerie van Oorlogstransport voer het schip meerdere malen mee met militaire konvooien. In 1941 verliet de Gairsoppa Brits-India met een grote lading thee, ijzer en zilver. Vanuit Sierra-Leone voegde het schip zich bij konvooi SL-64 met als bestemming Engeland. De groep schepen had tijdens de reis echter last van hevige stormen en de koolvoorraad van de Gairsoppa dreigde op te raken. De kapitein besloot daarom om zich af te scheiden van de rest van het konvooi en koers te zetten naar Noord-Ierland.
Schipbreuk
Op de ochtend van 16 februari 1941 werd het schip ontdekt door een Duits verkenningsvliegtuig. Nog diezelfde avond kreeg ook de Duitse onderzeeboot U-101 de Gairsoppa in haar vizier. Het schip werd getorpedeerd en zonk in minder dan 20 minuten. Slechts 7 van de 81 bemanningsleden overleefden de ondergang en wisten met een reddingsboot te ontkomen. Twee weken lang dobberden de mannen rond op zee voordat ze de Ierse kust bereikten. Inmiddels waren twee van de zeven overlevenden alsnog omgekomen.
Bron : http://www.isgeschiedenis.nl
Scheepswrak met 200 ton zilver ontdekt
26-09-2011
AMSTERDAM - Op de bodem van de Atlantische Oceaan is een scheepswrak met 200 ton zilver gevonden. De buit vertegenwoordigt een waarde van ongeveer 170 miljoen euro.
Het betreft de grootste vondst met edele metalen ooit ontdekt op zee. De SS Gairsoppa, een Brits vrachtschip dat in 1941 tot zinken werd gebracht door een Duitse onderzeeër, werd gevonden door de Amerikaanse firma
Odyssey Marine Exploration.
Het bedrijf behoudt tachtig procent van de waarde van de vondst, onder voorwaarden van een contract met het ministerie van Transport. Dat meldt de BBC.
4700 meter diepte
Het wrak van het 126 meter lange schip werd 483 kilometer voor de Ierse kust deze zomer gevonden op een diepte van 4700 meter onder de Noord-Atlantische Oceaan. De vondst is vorige week echter pas bevestigd.
Het schip was in 1941 op weg terug naar Groot-Brittannië vanuit India, toen het bijna zonder brandstof kwam te zitten tijdens zwaar weer. Daarom probeerde de kapitein uit te wijken naar de haven van Galway, maar het schip werd ontdekt en tot zinken gebracht door een Duitse onderzeeër.
Het schip ligt rechtop op de zeebodem met de laadruimen geopend, wat betekent dat op afstand bestuurbare onderzeeërs het zilver naar boven kunnen halen. Meer info op de site van Odyssey Marine--Gairsoppa Project
Video op YouTube
Bron : De Telegraaf
'Black Swan' Treasure
25-09-2011
'Black Swan' Treasure 'Unquestionably The Property Of Spain'
TAMPA, Florida -- Odyssey Marine Exploration, Inc., today announced that it will request an en banc hearing (a hearing before all the Eleventh Circuit Court of Appeals judges) in the "Black Swan" case and will point out that today's decision by a panel of only three judges from the Eleventh Circuit affirming the district court's dismissal of the case is contrary to other Eleventh Circuit opinions and rulings by the United States Supreme Court.
In today's opinion, the appellate court agreed with the lower court's finding that the U.S. federal court lacked jurisdiction over property recovered by Odyssey from the Atlantic Ocean in 2007. The opinion concluded that the recovery was that of the sovereign immune shipwreck Nuestra Senora de las Mercedes, a Spanish vessel that perished in 1804, even though Spain's attorney admitted to the Eleventh Circuit panel that the majority of the coins aboard were not owned by Spain at the time of the sinking. Because no vessel was found or recovered at the site and identification was not certain, Odyssey code named the site "Black Swan." Odyssey argued that even if the recovered cargo had originated from the Mercedes, that vessel was primarily on a commercial voyage when it sank, and therefore should not be considered as a "warship" having immunity from the jurisdiction of the court. Judge Black, writing for the Eleventh Circuit, concluded that the Foreign Sovereign Immunities Act (FSIA) applied in the case because, "The shipwreck of the Mercedes is thus unquestionably the property of Spain." In an apparent contradiction however, the opinion also states, "We do not hold the recovered res is ultimately Spanish property."
Odyssey had also argued that sovereign immunity should not apply because Spain did not have possession of the recovered property, citing several cases requiring possession in similar admiralty cases, but the Court ruled that the FSIA does not require possession in order for a foreign country to claim immunity over its sunken warships. The appellate court also affirmed the trial court's order which directed Odyssey to return the property to Spain, but according to the district court's ruling, this order is stayed until the appeals process is complete.
"We are certainly disappointed by the Eleventh Circuit's ruling," said Melinda MacConnel, Odyssey's Vice President and General Counsel. "We believe the U.S. Constitution and all other applicable laws give jurisdiction to the U.S. courts to determine the rights of Odyssey, Spain and all other claimants in this case. Furthermore, we believe this ruling contradicts other Eleventh Circuit and Supreme Court opinions."
"While we were surprised by the ruling and are obviously not pleased with the opinion, there is no near-term economic impact on the company and our day-to-day business operations," stated Mark Gordon, Odyssey President and COO. "Since the original adverse ruling in the 'Black Swan' case, we have developed numerous shipwreck projects and opportunities to move the company forward. We have been successful in working with other governments on shipwreck projects that determine a salvage award in advance and we've had some very promising results on several recent projects which we expect to confirm very soon." Black Swan Project
Bron : UnderwaterTimes.com
Berging Vinca Gorthon gestaakt
17-08-2011
ALKMAAR (ANP) – Bergingsbedrijf Titan Salvage heeft de bergingsoperatie van het scheepswrak van de Vinca Gorthon op de Noordzee gestaakt. Dit meldde een woordvoerster van Rijkswaterstaat woensdag.
Na hier eind mei met volle moed opnieuw aan te zijn begonnen, hebben de bergers van het Amerikaanse Titan Salvage nu definitief de berging van het Zweedse RoRo-vrachtschip Vinca Gorthon op de Noordzee voor Egmond opgeheven.
Het beloofde een van de spectaculairste bergingsoperaties van de laatste jaren te worden. National Geographic maakte er vorig jaar een exclusieve reportage over die een maandje geleden voor het eerst werd uitgezonden. Het wrak had vorig jaar ook al boven water moeten zijn maar door allerlei tegenslagen, als een onverwachte olievervuiling van een lekke pijpleiding waarop het wrak is gezonken, en het erg vast in het zand gezogen zitten van het wrak, noopten de bergers vorig jaar al om met de komst van het onstuimige herfstweer de eerste bergingspoging op te schorten. Dit voorjaar wilde Titan Salvage een tweede poging wagen maar al na enkele weken, toen opnieuw met het hijsen zou worden begonnen, knapte een van de kettingen waarmee het wrak werd doorgezaagd. Een Amerikaanse duiker kwam daarbij om. Rijkswaterstaat wil niet zeggen waarom Titan Salvage de bergingsoperatie stopzet, omdat hij nog met het bedrijf in gesprek is over de afwikkeling. De financiële consequenties zijn nog onduidelijk. De berging is aanbesteed voor 22 miljoen euro.
Het Zweedse vrachtschip, dat in 1988 verging, ligt zo’n 25 kilometer uit de kust van Camperduin. Omdat het op een kruispunt ligt van steeds drukkere vaarroutes, gaf Rijkswaterstaat in 2009 opdracht het wrak te ruimen. Rijkswaterstaat beraadt zich nu zich op het vervolg. Berging van het wrak blijft uitgangspunt. „Wij willen het daar weg hebben, omdat de situatie gevaar kan opleveren”, aldus de woordvoerster. De plaats waar het wrak ligt is nu afgezet met boeien om te voorkomen dat schepen er overheen varen.
Bron : Maritiem Nederland
|
|
|
|
Hol. Shipyards levert pontons berging Vinca Gortho
08-08-2011
Holland Shipyards heeft twee voor de aanvoer van binnenvaartcasco's gebruikte pontons omgebouwd tot bergingspontons voor het Britse Titan Salvage. Een derde ponton werd aangepast.
De pontons worden gebruikt bij de berging van het wrak van het RoRoschip Vinca Gorthon (166 x 23 meter), dat sinds 1988 op 16 mijl ten westen van Camperduin ligt. Het 25 meter diep liggende schip wordt geborgen omdat er steeds meer schepen op deze plek varen. Het ligt bovendien bovenop een pijplijn van Chevron. De berging wordt uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat.
Holland Shipyards bouwde de pontons l' Avenir (136 x 36 x 8 meter) van Concordia Shipyards en Discovery 2 (122 x 36 x 8 meter) van Rensen Shipbuilding om (nu CC Atlantique). De pontons worden op zee gekoppeld met een 8-punts mooring spread, die ze uit elkaar houdt. Tussen de pontons in is dan plaats voor het afzinkbare ponton Eidebarge (100 x 30 x 6 meter). Met op het dek geplaatste pullers (20 per ponton, met 300 ton trekkracht per stuk) kunnen wrakstukken van de bodem worden getild en op de afgezonken Eidebarge gelegd. Die kan vervolgens met hulp van de beide pontons gecontroleerd opstijgen.
Voor Holland Shipyards was het een interessant project. ‘We konden in de keuken van de wreck removal kijken. Een heel dynamische markt, waar in oplossingen wordt gedacht en niet in procedures, wat ons erg aanspreekt', zegt Marco Hoogendoorn van Holland Shipyards. ‘Titan benaderde Concordia Shipyards voor de huur van de L'Avenir en werd vervolgens met ons in contact gebracht voor de levering en plaatsing van de bemanningsaccommodatie voor 40 personen, inclusief technische uitrusting, zoals generatoren, watermakers, tanks enzovoorts.'
Holland Shipyards verzorgde ook de puller buttons, waaraan de pullers zijn bevestigd. ‘Op de Eidebarge hebben we onderdekse pijpleidingen aangebracht om haar afzinkbaar te maken en versterkte hijsogen in de zij gezet, zodat ze gecontroleerd omhoog kan worden gebracht met een last op het dek. Op het dek is 20 centimeter versterkt beton gestort om de bak bij de bergingswerkzaamheden zo min mogelijk te beschadigen.'
Holland Shipyards verwacht in september aan de ‘decomissioning' te kunnen beginnen. Dan worden de meeste zaken weer van de pontons verwijderd. (HH)
Bron : Schuttevaer
Zeventiende eeuws schip ontdekt
03-08-2011
PANAMA - Een groep Amerikaanse archeologen heeft een schip uit de zeventiende eeuw ontdekt voor de kust van Panama. Het vlaggeschip behoorde waarschijnlijk tot een vloot van kapitein Henry Morgan en liep op een klip. Zie video
Bron : www.zie.nl
Adoptie 'Adder' aftrap wrakkenbescherming Noordzee
18-06-2011
Als afsluiting van de expeditie Doggersbank (10-20 juni) zullen de expeditie-duikers het scheepswrak de Adder voor de kust van Scheveningen ontdoen van netten. Het planten van een vlag door de duikers is een symbolische eerste stap op weg naar een betere bescherming van wrakken. De Adder is hiermee officieel het eerste geadopteerde wrak in de Noordzee. Dit is de start van het project ‘Adopteer een wrak’ waarin Duik de Noordzee schoon (DDNZS), Sportvisserij Nederland, Stichting De Noordzee en Vereniging Kust & Zee samenwerken aan een gezonde zee.
De Adder was een gepantserd schip van de Koninklijke Marine dat zonk in 1882. Het ligt nu op 12 mijl uit de kust bij Scheveningen op een diepte van 21 meter. De duikers van DDNZS snijden hier op maandagochtend 20 juni de verspeelde visnetten en –lijnen van het wrak. Vissen, krabben en andere zeedieren worden gevangen door dit verloren vistuig. Dit zogenaamde ‘spookvissen’ is een steeds groter probleem op de Noordzeewrakken. Na de laatste schoonmaakactie op de Adder zullen duikers onder water een vlag planten op het wrak om de adoptie te bekrachtigen.
De Adder: het eerste geadopteerde wrak
Met de adoptie van de Adder starten de betrokken duik-, hengelsport- en natuurorganisaties een gezamenlijke actie om scheepswrakken op de Noordzee beter te beschermen. Wrakken vervullen een belangrijke ecologische rol als hot spots voor biodiversiteit en kraamkamers voor vis. Hier is echter nog weinig aandacht voor. Dit komt deels door de onzichtbaarheid van de scheepswrakken onder water, maar ook doordat er weinig bekend is over de aanwezige fauna. Daarom zullen de komende maanden diverse wrakken op de Noordzee door duikers gemonitord worden, zoals de afgelopen week reeds door de expeditie Doggersbank is gedaan. Met de zo vergaarde kennis willen de organisaties komen tot een concreet wrakkenbeschermingsplan.
Expeditie Doggersbank
Duik de Noordzee schoon vaart van 10 tot 20 juni met een groep gerenommeerde marien biologen, fotografen en onderwaterfilmers met het speciale expeditieschip Cdt. Fourcault voor een bijzondere expeditie naar de Doggersbank. Dat is het uiterste puntje van het Nederlandse deel van de Noordzee. Tijdens de tocht zijn ook de Klaverbank en de Bruine Bank bezocht. Het is voor het eerst sinds begin jaren negentig, dat er uitgebreid onderzoek wordt gedaan naar de soortenrijkdom op de wrakken van de Klaverbank en de Doggersbank.
Bijzondere ontdekkingen
De eerste monitoringsresultaten van deze expeditie zullen op maandag 20 juni bekend worden gemaakt. De expeditieleden hebben een aantal soorten aangetroffen, die voorheen nog nooit op Nederlandse bodem zijn gesignaleerd.
Bron : Duiken
Filmpje mysterieus wrak in Golf van Finland
06-06-2011
In de Finse Golf, in de buurt van Helsinki, is in april een goed bewaard wrak van een oorlogsschip uit de jaren rond 1700 ontdekt. Het wrak ligt op circa 60 meter diep en is opmerkelijk goed bewaard gebleven. Duikers zijn recentelijk aan het werk geweest om het wrak goed te documenteren.
Zie ook Mysterieus Scheepswrak gevonden.
Filmpje op Vimeo.com
Bron : Duiken
Extreme exploratie USS Atlanta
06-06-2011
Eind mei heeft een international groep GUE-duikers uit de VS, Australië, Zweden, Rusland en Nederland, een exploratieproject naar de USS Atlanta succesvol afgesloten.
Het wrak van de USS Atlanta ligt in de buurt van Honiara, een van de Solomon Eilanden in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan.
De USS Atlanta is een oorlogsschip dat tijdens de slag bij Guadalcanal zonk, nadat het door zowel vijandelijke als eigen troepen onder vuur was genomen en zware schade opliep. Het schip ligt op de aanzienlijke diepte van 130 meter.
Een van de belangrijkste doelen van het GUE-team was het exploreren en documenteren van het wrak om een goed beeld te krijgen van de huidige conditie en de schade die het heeft opgelopen. Door de grote diepte en de zware omstandigheden - stroming en regelmatig slecht zicht - was er tot voor kort geen beeldmateriaal van de USS Atlanta beschikbaar. Naast de stroming en de diepte maken ook de grote hoeveelheid materiaal die tijdens een duik meegaat, de lange decompressie in open zee, het dagelijk vullen en analyseren van een enorme hoeveelheid tanks en het garanderen van goede support en veiligheidsmaatregels op deze afgelegen locatie dit project tot een van de meest uitdagende projecten die ooit binnen de GUE-geschiedenis heeft plaatsgevonden.
Het GUE-team bestond uit zes RB80-duikers: Jarrod Jablonski, Casey McKinlay, Liam Allan, Richard Lundgren, Kiryll Egorov en JP Bresser doken 6 dagen lang op de USS Atlanta met bodemtijden tot 35 minuten. Tijdens alle duiken werden HD-videobeelden geschoten –manueel- en waren HD-videocamera’s op scooters gemonteerd. Het team maakte gebruik van Halcyon scooters om overmatige inspanning op diepte te voorkomen en de soms sterke getijdenstromingen te kunnen handelen. Het beeldmateriaal van de duiken bevat o.a. opnames van de torpedobuizen, verschillend afweergeschut en de brug van het schip. Ook werd het wrak deels gepenetreerd.
Tijdens het project werd het team vergezeld door een internationaal filmteam dat de beelden zal samenvoegen tot een televisiedocumentaire. Foto's: JP Bresser
Bron : Duikeninbeeld
|
|
|
Expeditie naar wrak piratenschip Zwartbaard
22-05-2011
BEAUFORT - Maandag zal een expeditie van start gaan, waarbij onderzoekers gedurende twee weken het wrak van het piratenschip Queen Anne's Revenge binnenstebuiten zullen keren. Het schip ligt voor de kust van het Amerikaanse stadje Beaufort op de bodem van de zee.
Het is bevaren door de beruchte piraat Zwartbaard en werd in 1996 ontdekt.
Onderzoekers van het North Carolina Onderwater Archeologie Agentschap hopen veel 18e-eeuwse goederen te kunnen bergen, zoals enkele ankers en kanonnen. Die zijn uiteraard veelvuldig gebruikt door de Engelse piraat, die als echte naam Edward Teach had.Met de expeditie willen de onderzoekers aandacht vragen voor het behoud van onderwaterschatten, meldde de Amerikaanse tv-zender CNN zondag.
Zwartbaard speelt een belangrijke rol in de nieuwe Pirates of the Caribbean-film, die onlangs in première ging.
Bron : Nu.nl
Half Romeins schip geconserveerd
10-05-2011 12:14
Op 12 mei 2011 vindt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad een wisseling plaats van de twee helften van het Romeinse scheepswrak "De Meern 1". Eén deel is geconserveerd. De andere helft van het 25 meter lange schip zal nu de plek in de conserveringstank innemen. Een bijzonder moment in één van de grootste conserveringsprojecten ooit. Beide scheepshelften zijn dan sinds lange tijd, heel even beide te zien. Die dag zal de conserveringstank, waar de tweede scheepshelft dan in is geschoven, weer voor een jaar worden afgesloten.
Aan het eerste deel zal verder worden gewerkt in een grote werktent die speciaal voor dit doel naast het gebouw is geplaatst en waar publiek geen toegang heeft. Laatste kans dus om een indruk te krijgen hoe De Meern 1 er uit zal zien wanneer over een jaar beide helften weer worden samengevoegd.
Het Romeinse schip "De Meern 1" werd in 2003 bij Vleuten/de Meern geborgen en naar afdeling Scheepsarcheologie in Lelystad getransporteerd. Eén deel van het scheepswrak is daar in een enorme conserveringsbak geplaatst. Het andere deel heeft jarenlang op de sproeivloer gelegen waar het voortdurend nat werd gehouden.
De conservering van De Meern 1 is uniek. Voor het eerst wordt in Nederland scheepshout geconserveerd door een compleet schip onder te dompelen in een conserveringsoplossing.
Lees verder: © Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Onderzoek naar munitie wrak Veerse Meer
29-04-2011
De duikgroep (DDG) van de marine heeft ook na een derde onderzoek geen explosieven kunnen vinden bij het Duitse oorlogswrak in het Veerse Meer.
Daarmee is echter nog altijd niet gegarandeerd dat er geen oude munitie meer aanwezig is. De DDG is wederom niet in staat gebleken een veilige toegang tot het tot mijnenlegger omgebouwde landingsvaartuig (MFP 920) te vinden. Daartoe waren de beschikbare middelen en de onderzoekstijd te beperkt, vermeldt de rapportage van de marine.
Rijkswaterstaat Zeeland reageert teleurgesteld op het uitblijven van duidelijkheid en zal een nieuw onderzoeksverzoek indienen, aldus wrakkenspecialist Gerius van Woudenberg. Hij wil '100 procent zekerheid dat het wrak munitievrij is', omdat het in de vaarroute ligt en vlak bij het strand van de Veersegatdam.
Bron : PZC.nl
wrak van Vrouw Maria wordt niet geborgen
18-04-2011
Stefan Wallin, de Finse minister van Cultuur, heeft laten weten geen plannen te hebben om de Vrouw Maria of haar lading te gaan lichten. Het Nederlandse schip verging ruim 200 jaar geleden in de archipel ten zuidwesten van Finland. Het Maritiem Museum van Finland zal in plaats daarvan een tentoonstelling verzorgen die ook in Stockholm en Amsterdam te zien zal zijn.
De Finse National Board of Antiquities heeft onderzoek verricht naar het lichten van het wrak van het schip, dat in 1771 verging. Het afgelopen jaar hebben duikers meer inzicht gekregen in het schip en haar lading. Het schip inspireerde tot de organisatie van een tentoonstelling in samenwerking internationale partners, die komend jaar zal worden geopend in het Maritiem Museum van Finland en daarna zal naar Stockholm en Amsterdam zal gaan.
De Vrouw Maria zonk in de Archipel Zee (Saaristomeri) bij het eiland Jurmo, toen het op weg was van Amsterdam naar St-Petersburg. Aan boord waren kostbare kunstwerken van de Russische tsarina Catherina de Grote. Wallin liet zijn Russische collega Aleksander Avdeyev per brief weten dat de plannen van Finland niet inhouden dat het wrak van de Vrouw Maria noch haar lading zal worden gelicht. Er was sprake van het bergen van het schip om een museum op te zetten, waarbij verschillende Russische investeerders zouden zorgen voor de financiering van het project. Zie ook
Bron : Finlandsite
Mysterieus scheepswrak gevonden in Finse Golf
In de Finse Golf, in de buurt van Helsinki, is een goed bewaard wrak van een oorlogsschip uit de jaren rond 1700 ontdekt. Het wrak ligt op circa 60 meter diep en is opmerkelijk goed bewaard gebleven. Duikers zijn recentelijk aan het werk geweest om het wrak goed te documenteren.
Het wrak was al eerder ontdekt, in 2003. Toen werd weinig waarde aan het scheepswrak toegekend, aangezien men dacht dat het een onbelangrijk koopvaardijschip was geweest. Pas recentelijk kwam men tot de conclusie dat het een wrak van een oorlogsschip betreft. De masten van het wrak staan nog overeind; ze zijn wel gebroken, maar men vermoedt dat dit is gekomen toen het schip zonk. Aan boord zijn 12 kanonnen, wat weinig is. Men vermoed dat de rest van de kanonnen overboord is gegooid in een poging om te voorkomen dat het schip zonk. De boegspriet is nog steeds in tact. Aan boord van het wrak zijn verschillende voorwerpen gevonden, variërend van tandwielen, touw tot aan een geweerkolf. Ook is een boegbeeld van een mannelijk figuur aangetroffen, deze ligt voor de boeg van het wrak op de zeebodem. Ook is er nog een scheepsbel, die zo gaaf is dat deze nog wel zou kunnen luiden.
De scheepsbel
Onderzoeker Jussi Kaasinen hoopt dat er interesse is uit landen met marines, zoals Zweden, Rusland en Engeland, om mee te doen aan het onderzoek naar het wrak. Van het scheepswrak zijn beelden gemaakt door onderzoeker Juha Flinkman van het Finse Milieu Instituut. Het is niet voor het eerst dat een scheepswrak wordt gevonden in de Oostzee, dat in uitstekende staat verkeert. Vorig jaar werd bij de semi-autonome Åland Eilanden een wrak gevonden waarin de oudste drinkbare champagne ooit werd aangetroffen. Een ander schip, de Nederlandse Vrouw Maria, wordt nog steeds onderzocht. Over dit schip gaan geruchten, waarvan de wildste zijn dat er aan boord nog schilderijen van de oude Hollandse meesters zouden zijn, die werden vervoerd naar het Rusland van tsarina Catharina de Grote.
Bron : Finlandsite
Schoener Doris hervindt koers
24-03-2011
Het kompas van de Schoener Doris die in 2009 door duikers van WDSR was gevonden, zal volgende week worden overgedragen aan het Maritiem MuZEEum in Vlissingen. In 1907 zonk de schoener in de Westerschelde toen ze strandde op de Noorderrassen doordat volgens zegge beide kompassen overboord waren geslagen. Van de 5 opvarenden worden 4 gered, waaraan de familie Schroevers bijdroeg. Het kompas zal een plaats gaan krijgen in de vitrine die speciaal vervaardigd is om de spectaculaire redding door de Schroevers uit te beelden. Lees hier de volledige publicatie over het onderzoek rond de Doris.
Gedeelte van de publicatie over het onderzoek rond de Doris:
Bezoek aan de schoener de Doris
Maandag 8 juni 2009 14:00, het anker wordt naast het wrak van de Doris gelegd en aan de ankerlijn is een boei geplaatst, als de kentering valt vertrekken de duikers onderwater om de resten van de eens zo trotse schoener de Doris te bezoeken.
Barend duikt samen met Fred, het zicht is matig, rond de 1m, voor de Westerschelde geen uitzondering, op 12m diepte eindigt de lijn, er wordt vlot een lijn uitgezet en richting het wrak gezwommen. Op het wrak aangekomen is het lastig oriënteren, het wrak ligt verzand en is door de tand des tijd zwaar beschadigd. 102 jaar Westerschelde stroming heeft haar sporen nagelaten.
Na een eerste scan van het wrak wordt het achterschip geïnspecteerd. Nu slechts een plaats , waar vissen, kreeften en diverse Noordzee krabben huishouden. Na enkele minuten goed kijken valt Fred zijn oog op iets ongewoons; onder resten van de mast ligt iets vreemds. Erg voorzichtig pakt Fred het voorwerp op en zijn ogen geven een teken van herkenning. Het kompas van de Doris! Voorzicht speurt hij de bodem af of er nog onderdelen van het kompas omheen liggen, ook de naald steekt uit het zand en het kompas wordt vakkundig geborgen en veilig gesteld.
Er wordt nog kort getwijfeld of de vondst niet beter op het wrak achter kan blijven. Gezien het belang van dit essentiële onderdeel van de Doris en wat de tand des tijd met de rest van het wrak heeft gedaan wordt negatief besloten en wordt tot veiligstelling overgegaan. We vinden het niet verantwoord om dit stuk maritieme geschiedenis uiteen te laten vallen in de Westerschelde.
Na deze vondst is het de hoogste tijd om dit bijzondere artefact in veiligheid te brengen en naar de oppervlakte te transporteren. Aan het oppervlakte wordt teruggekeken op een prachtige duik en wordt het kompas direct in water gelegd ter bescherming verder verval door zuurstof. Het kompas vertegenwoordigd zelf geen enkele geldige waarde, de historie achter het verhaal is echter van onschatbare waarde. Eindelijk is er iets "tastbaars" van de Doris, een schoener die verging doordat men strandde op de Rassen doordat volgens zegge beide kompassen overboord waren geslagen. Wat moet de drijfveer geweest zijn van de kapitein om z'n verhaal staande te houden. We kunnen slechts gissen.....
Marine stuit op onderzeeër uit Eerste Wereldoorlog
16-03-2011
De Koninklijke Marine heeft vandaag de vondst bekend gemaakt van de Duitse onderzeeboot U-106. Het vaartuig uit de Eerste Wereldoorlog werd al in oktober 2009 gelokaliseerd door een Nederlands marineschip. Het nieuws wordt nu pas bekend gemaakt omdat de informatie eerst door de Duitse autoriteiten moest worden bevestigd en waar mogelijk nabestaanden op de hoogte zijn gebracht.
Hr. Ms. Hellevoetsluis
In oktober 2009 stuitte het hydrografische opnemingsvaartuig Hr. Ms. Snellius op 40 mijl ten noorden van Terschelling op een onbekend object. Het Nederlandse marineschip was op dat moment bezig om vaarroutes in kaart te brengen. Met de vondst van het vermoedelijke scheepswrak was ook de hoop terug eindelijk de sinds 18 juni 1940 vermiste Nederlandse onderzeeër O-13 te hebben gevonden. Dit zette een reeks onderzoeksmissies in gang die nu is afgesloten.
Contouren
Als eerste onderzocht de mijnjager Hr. Ms. Maassluis in december 2009 de locatie op 40 meter diepte met zijn draadgeleide onderwatercamera, de Seafox. Het leverde de contouren op van een onderzeeboot en 2 maanden later, februari 2010, deed Hr. Ms. Hellevoetsluis een uitgebreidere poging met behulp van een duikteam en de draadloze onderwaterrobot Remus. Marineduikers van de Duik- en Demonteergroep wisten een cilindervormige luchttank van 300 bij 44 centimeter, gebruikt voor het duiken en stijgen, naar boven te halen.
Luchtfles
In het voorjaar van 2010 hebben duikers van de Duik- en Demonteergroep een grote luchttank boven water gehaald.
De luchtfles was voorzien van een koperen plaat met het serie- en onderzeebootnummer. Het bleek te gaan om de Duitse U-106, vergaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Kapitein-luitenant ter zee Jouke Spoelstra, expeditieleider van het identificatieproject: Dit soort vondsten gebeuren vrijwel altijd toevallig. Een tiental jaar geleden is een schip van de hydrografische dienst dezelfde plek gepasseerd maar toen lag de boot nog onder een laag zand.
|
|
Oorlogsgraf
Nadat Duitse experts de juistheid van de vondst bevestigden, begon de zoektocht naar nabestaanden. Deze werd onlangs afgerond waarna de Duitse autoriteiten toestemming gaven om de vondst bekend te maken. Spoelstra: Het schip blijft liggen en wordt een officieel oorlogsgraf. Het zou inderdaad kunnen dat er een herdenkingsceremonie op zee gaat plaatsvinden, maar dat gebeurt alleen op initiatief van de nabestaanden. Video [4.023 KB]
Bron: Ministerie van Defensie
Wrak Koude Oorlog-onderzeeër gevonden in Oostzee
08-03-2011
(Novum/AP) - Zweedse duikers hebben in de Oostzee het wrak gevonden van een onderzeeër uit de Koude Oorlog. Deskundigen denken dat het om een Sovjet-onderzeeër gaat, maar weten niet zeker hoe en wanneer deze gezonken is. Een Zweeds bergingsbedrijf vond het wrak al in 2009, zo'n zeventig kilometer ten zuiden van het Zweedse eiland Gotland. Toch wachtte het bedrijf met het bekendmaken van de vondst tot deze week.
Hoewel er volgens de Zweedse marine geen aanwijzingen zijn dat er op de onderzeeër geschoten is, bestaat het vermoeden dat de duikboot in de jaren tachtig door de Zweedse marine tot zinken is gebracht.
Marinewoordvoerder Bo Rask zei donderdag dat vierkante gaten in de romp en het ontbreken van de mast en lantaarns er eerder op wijzen dat de onderzeeër zonk toen het werd weggesleept.
Bron : Nieuws.nl
Scheepswrak Cornelia Maersk geborgen
23-02-2011
Anker, schroef en stoomketels boven gekomen
Onlangs begon aannemer PUMA in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam met het bergen van het scheepswrak van de Cornelia Maersk. Dit is een Deens stoomschip dat in 1942 op weg van Rotterdam naar Kopenhagen gebombardeerd werd en zonk.
Het scheepswrak lag op 10 tot 17 meter diepte in één van de toekomstige havens van Maasvlakte 2, de uitbreiding van de Rotterdamse haven. Om verder te kunnen met de aanleg van de nieuwe havens die tot 20 meter diep worden, haalde PUMA de wrakstukken met een ‘backhoe’ in kleine brokstukken naar boven. Onlangs werden hierbij stoomketels ontdekt.
Reeds in 2009 is begonnen met de voorbereidingen voor het verwijderen van de restanten van de Cornelia Maersk. Er is toen gekozen om met de werkzaamheden te beginnen na de aanleg van het land voor de containerterminals en de zachte zeewering. Dit zorgt voor meer beschutting tegen golfslag en deining. Op gedetailleerde surveybeelden bleken drie stukken van het schip zichtbaar: een stuk van het voor-, midden- en achterschip.
Slechte staat
Het wrak is in de zomer van 2010 vrij gebaggerd met een winzuiger. Vervolgens is het vrij geblazen van zand. Hierna is door een duikinspectie de staat van het wrak vastgesteld. Deze bleek in zeer slechte doen te zijn. Van het middenschip was weinig meer in tact. Daarom heeft PUMA het scheepswrak met een Backhoe in kleine stukken geborgen. Inmiddels is het vrijwel geheel verwijderd. De mooiste overblijfselen van de Cornelia Maersk worden in overleg ter beschikking gesteld aan Maersk, de voormalige eigenaar van het schip, en informatiecentrum FutureLand. Kunstenaar Marcel van Eeden kreeg twee patrijspoorten in bruikleen ten behoeve van de tentoonstelling van zijn werk in het Kunstmuseum in Sankt Gallen, Zwitserland van 19 februari t/m 8 mei. De rest van het schip wordt afgevoerd naar een erkende verwerker.
|
|
Over de Cornelia Maersk
Het Deense SS Cornelia Maersk kwam op 17 april 1925 van de F. Schichau scheepswerf in Elbing in Duitsland, het huidige Elblag in Polen. Op 5 januari 1942 werd het stoomschip Cornelia Maersk, op weg van Rotterdam naar Kopenhagen, gebombardeerd. Het werd getroffen door twee bommen. Een reddingsoperatie mislukte en het schip zonk. Onbevestigde bronnen uit die tijd meldden dat het schip nog zo'n vijf zeemijlen naar het zuidwesten dreef voor het zonk in het gebied waar nu Maasvlakte 2 wordt aangelegd. Er vielen geen slachtoffers. De Cornelia Maersk had een laadvermogen van 3.150 ton, was 85,43 m lang, 12,19 m breed en had een voorsteven van 6,51 m. Het schip voer de Deense vlag.
Marcel van Eeden
Ieder jaar verstrekt het Havenbedrijf Rotterdam samen met het Nederlands Fotomuseum en SKOR een opdracht aan een fotograaf, filmmaker of beeldend kunstenaar om de aanleg van Maasvlakte 2 vast te leggen. Vorig jaar was dit kunstenaar Marcel van Eeden. Hij nam het tot zinken brengen van de Cornelia Maersk als uitgangspunt voor een serie tekeningen. Deze vormen samen een vertelling die een persoonlijke interpretatie is van de gebeurtenissen die leidden tot de ondergang van het schip. Van begin september 2009 tot 19 januari 2010 was dagelijks een nieuwe tekening van Van Eeden te zien. Van 22 mei tot 4 juli 2010 exposeerde het Nederlands Fotomuseum de volledige serie tekeningen. Ze zijn nu op zijn website allemaal terug te vinden. Van 19 februari t/m 8 mei is zijn tentoonstelling, inclusief de twee patrijspoorten van de Cornelia Maersk, te zien in het Kunstmuseum in Sankt Gallen, Zwitserland.
Bron : www.portofrotterdam.com
Veel belangstelling voor bier uit Ålands wrak
13-02-2011
Er is veel belangstelling voor de flesjes bier die het afgelopen jaar in het scheepswrak bij de Åland Eilanden, ten zuidwesten van Finland, werden aangetroffen.
Eerder werden al flessen champagne uit het wrak geborgen. Het scheepswrak werd in juli vorig jaar ontdekt door 4 duikers onder leiding van de Zweed Christian Ekström. Ekström had van een lokale visser een tip gekregen dat in de buurt van de Åland Eilanden een wrak zou liggen en ging hier op af. Dit was de aanleiding tot de vondst van vele flessen met de oudste champagne die bekend is en een enorme waarde vertegenwoordigt. Even was er onenigheid over het eigendom van de gevonden waar, maar uiteindelijk trok de regering van de Åland Eilanden aan het langste eind: het wrak ligt in de Ålandse wateren, dus het is eigendom van de Ålandse regering.
De vondst van de flesjes bier in het wrak, slechts 5 waren in tact, was minder prominent in het nieuws. Toch is met name voor dit bier veel belangstelling.
Zo zijn er enkele (onder meer Finse en Amerikaanse) brouwerijen geïnteresseerd om het bier chemisch te analyseren om het opnieuw te kunnen brouwen. Ook is het Finse VTT Technical Research Centre druk bezig met het analyseren van het bier. Tijdens een sessie op dinsdag werd één van de 5 flesjes bier geopend. Arvi Vilpola, wetenschapper bij het VTT, mocht even proeven van het bier. Dit smaakte "enigszins zuur met een lichte zoute nasmaak."
Behalve uit de hoek van de brouwerijen is er ook uit de wetenschappelijke hoek verregaande interesse voor het bier. Zo heeft een Amerikaanse universiteit contact opgenomen met de provinciale regering van de Åland Eilanden, een autonome regio binnen Finland. Deze universiteit wil de gistcultuur in het bier analyseren voor medische doeleinden. Volgens Raimo Tuominen , hoogleraar farmacologie aan de Universiteit van Helsinki, biedt het bier, als er nog levende cellen in het bier zitten, de kans om een unieke blik te werpen op het DNA, de eiwitten en enzymen van ongeveer 200 jaar geleden. Dit zou weer kunnen leiden tot informatie aan de hand waarvan nieuwe geneesmiddelen zouden kunnen ontwikkeld. Ook de diagnostiek zou profiteren.
Tuominen geeft de regering van Åland alvast wel een (gratis) advies: zorg er voor dat er wordt geïnvesteerd in een goede octrooideskundige, die er voor kan zorgen dat er patent wordt verkregen op het biologische materiaal uit het bier. Anders bestaat volgens hem het risico dat een ander de economische vruchten kan plukken van de inhoud van het bier.
Scheepswrak van ‘Moby Dick-kapitein’ gevonden
13-02-2011
Onderzoekers hebben op de bodem van de zee het wrak gevonden van het schip De twee broers, een walvisvaarder uit Nantucket die in 1823 ten onder ging nadat het twee keer getroffen was door de bliksem. De kapitein van het schip was George Pollard, die eerder al het schip Essex verloor na een aanvaring met een walvis. De belevenissen van Pollard vormden de basis voor het wereldbekende boek Moby Dick van Herman Melville.
De vondst is extra bijzonder omdat van de hele Amerikaanse walvisvloot uit de 19e eeuw slechts een schip bewaard is gebleven. Het is voor het eerst dat een gezonken walvisvaarder is aangetroffen, meldden Amerikaanse media vandaag. De twee broers geeft de wetenschappers de mogelijkheid om meer te weten te komen over de tijd waarin de walvisvaarders leefden.
Andere links:
http://www.wrecksite.eu
National Geografic
Bron: National Geographic
Marine duikt naar erfgoed
December 2010
VLISSINGEN - Het onderzoek van de Duik- en Demonteergroep naar restanten van het admiraalschip De Walcheren (1689) heeft geen nieuwe aanwijzingen opgeleverd. Volgens marinewoordvoerder Valerie Meelker-Casparie is met een onderwaterrobot net buiten de Vlissingse Koopmanshaven over een gebied van 1000 bij 250 meter de bodem afgezocht.
Net als eerdere verkenningen dit jaar, vanaf een vaartuig van Rijkswaterstaat, zijn 'onregelmatigheden' waargenomen. Marineduikers hebben in die waarnemingen echter geen overblijfselen van een wrak kunnen herkennen, aldus Meelker.
De marine heeft de zoektocht in December uitgevoerd in het kader van een stroomtraining van de duikers en een test van de robot, zegt Meelker. De kans op een vervolg is volgens haar heel klein, gezien de bezuinigingen waar defensie mee te maken heeft.
Maritiem historicus Doeke Roos uit Vlissingen hoopt dat de marine toch nog een klein gaatje kan vinden. "Dit is van enorm belang voor ons cultureel erfgoed." Andere instanties hebben de deur voor verder onderzoek al in het slot gegooid.
Bron: PZC
Decembertip: Schatkamers van de Noordzee
03-12-2010
Het boek 'Wrakken, schatkamers van de Noordzee' is begin december verschenen. Wij hebben het boek alvast gelezen.
Het boek Wrakken, schatkamers van de Noordzee neemt je mee naar de scheepswrakken die voor de Nederlandse kust in de Noordzee liggen. Het boek vertelt het verhaal van een enthousiaste groep sportduikers, die zich tot doel heeft gesteld om de wrakken in de Noordzee te ontdoen van vistuig, netten en verloren vislood. Op informatieve wijze wordt veel achtergrondinformatie gegeven over de wrakken, de historische waarde, het vissen op deze wrakken, maar ook lees je dat deze wrakken steeds verder onder druk komen te staan en langzamerhand dreigen te verdwijnen. De makers willen duikers, vissers en geïnteresseerden meenemen naar de wrakken, informatie te geven om het rijke onderwaterleven en de wrakken te behouden. Ze willen laten zien dat de Noordzeewrakken de moeite waard zijn om te beschermen. Lees Verder
Bron : Duikeninbeeld






































