Wrakduiken
Verhalen nabestaanden O 13 in boekvorm
04-05-2013
Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom heeft het 1e exemplaar van het boek ‘O 13 Still on Patrol’ aan voormalig minister-president en onderzeebootcommandant Piet de Jong overhandigd. Hij deed dat in aanwezigheid van vele nabestaanden. Het boek vertelt het verhaal van de enige nog vermiste Nederlandse onderzeeboot.
De Koninklijke Marine verloor in de Tweede Wereldoorlog 7 onderzeeboten. Eén wordt nog vermist op zee. Al jaren zetten de marine en het Comité Nabestaanden Onderzeeboten zich in om de in 1940 vermiste onderzeeboot en haar bemanning terug te vinden. Een zoektocht die sinds 1,5 jaar op de voet wordt gevolgd door de documentairemakers Machiel Martens, Wilco Pleging en Erik Bibo.Uniek
Bij het maken van de documentaire werd veel duidelijk. Niet alleen door historici die het verdwijnen van de O 13 onderzochten, maar ook door de vele gesprekken met de nabestaanden. Dit leverde persoonlijke verhalen op en ook unieke foto’s en brieven. Te veel, te mooi en te uniek om in de vergetelheid te geraken, vonden Martens, Pleging en Bibo. Daarom zijn al deze herinneringen van nabestaanden gebundeld in het bijzondere boek ‘O 13 Still on Patrol’.Eerbetoon“
Het boek beschrijft de verwarring, de aanvankelijke hoop, de latere berusting en de verwerking van het grote verdriet na die noodlottige gebeurtenis in 1940”, sprak Borsboom de aanwezigen bij het monument van de Onderzeedienst toe. “Verhalen die bij mij stuk voor stuk een diepe indruk hebben achtergelaten.
Het is een eerbetoon aan de 34 manschappen die in de eerste dagen van de oorlog zijn gevallen voor onze vrijheid. Het is een eerbetoon aan alle nabestaanden.” Voormalig onderzeebootcommandant De Jong: "Wat bijzonder, zo'n boek over mijn oude strijdmakkers."
Hr. Ms. O 13 verliet op 12 juni 1940 de haven van Dundee om nooit terug te keren. Wat er gebeurde met de onderzeeboot en de 34 opvarenden is tot op de dag van vandaag onduidelijk.
Bron : Defensie
Duitse bommenwerper wordt geborgen door Brits RAF
04-05-2013
In Groot-Brittannië is deze week een begin gemaakt met de berging van het wrak van een Duitse bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog. Het gaat om een zogenaamde Dornier Do 17. Het toestel werd in het najaar van 1940 neergeschoten tijdens de zogenaamde Battle of Britain.
De luchtoorlog tussen de Duitse Luftwaffe en de Britse Royal Air Force duurde van 10 juli 1940 tot eind oktober 1940.
In augustus deed de Duitse luchtmacht een massale aanval op een aantal doelen in Zuid-Engeland, waaronder de havens van Portland en Weymouth. Hierbij werden onder meer Dornier Do 17's ingezet. Deze bommenwerper werd ook wel het ´vliegende potlood´ genoemd vanwege de slanke lijn van het toestel.
Het toestel dat nu wordt geborgen werd waarschijnlijk in augustus 1940 neergeschoten. Het wrak ligt voor de kust van Kent en werd vijf jaar geleden ontdekt door een onderwaterarcheoloog. Volgens onderzoekers verkeert het toestel nog in redelijke staat. Het is de bedoeling dat de bommenwerper later wordt tentoongesteld in het Royal Air Force Museum in Londen.
De Dornier Do 17Z was een bommenwerper van de Duitse Luftwaffe die onder meer werd ingezet tijdens de Slag om Engeland. Het werd in 1934 als postvliegtuig ontworpen dat zes passagiers kon meenemen. Het kreeg de bijnaam Vliegend Potlood wegens zijn smalle romp. Lufthansa vond de behuizing van de zes passagiers te eng. Testpiloten van de Luftwaffe waren echter onder de indruk van de snelheid en vooral de wendbaarheid van de Do 17 en de Luftwaffe bestelde in 1937 een bommenwerperversie. Het prototype was uitgerust met Daimler-Benz DB 600A motoren en was jachtvliegtuigen van die tijd te snel af. Die motoren gingen echter met voorrang naar de Messerschmitt Bf 109. Daarom koos Dornier Bramo 323 motoren.
De Do 17 was bij de Luftwaffe geliefd. De vier bemanningsleden zaten bijeen in een ruime cockpit en hadden hierdoor gemakkelijk onderling contact. Het was een sterk en betrouwbaar toestel dat stabiel vloog. Het had geen bepantsering maar was moeilijk door luchtafweer te raken wegens zijn smal profiel.
Van de 1700 exemplaren die gebouwd zijn, zijn geen exemplaren behouden gebleven. Na de oorlog is een aantal exemplaren gebruikt door de Finse luchtmacht, maar ook die zijn uiteindelijk gesloopt.
Bron : Historiek.net
Odyssey opent grote tentoonstelling
19-04-2013
Odyssey Marine Exploration, Inc (NasdaqCM: OMEX), een pionier op het gebied van berging scheepswrakken en offshore exploratie van mineralen, heeft 13 April aangekondigd dat de eerste publieke onthulling van zilver geborgen uit de SS Gairsoppa zal worden gehouden tijdens de reizende tentoonstelling op Discovery Times Square in New York op 24 mei 2013.
Honderden authentieke kunstvoorwerpen en historische schatten geborgen tijdens projecten van Odyssey uit de hele wereld worden tentoongesteld.
Odyssee archeologisch werk wordt tentoongesteld door middel van interactieve elementen, grafische displays en een verbeterde theater ervaring. Zilver geborgen uit het, Tweede Wereldoorlog-tijdperk, SS Gairsoppa scheepswrak, dat op ongeveer drie mijl diep ligt, zal te zien zijn. Dit is de eerste publieke vertoning van een aantal van de 1218 zilveren staven (ongeveer 48 ton) die tot op heden uit de Gairsoppa zijn geborgen, dat is de zwaarste en diepste terugwinning van edele metalen uit een scheepswrak in de geschiedenis.
Naast het Gairsoppa zilver, is er ook een grote selectie van nooit eerder getoonde munten uit zowel de SS Republic en de "Tortugas" scheepswrakken.
Lees het uitgebreode artikel op volgende engelstalige pagina
Mogelijk VOC wrak ontdekt voor de Schotse kust
29-03-2013
In Eddrachillis bay bij Drumbeg in Noord west Schotland hebben archeologen van Wessex Archaeology een mogelijk Nederlands VOC wrak onderzocht. Het wrak was al een aantal jaren bekend bij plaatselijke vissers. Op grond van vondsten menen de archeologen dat het om Nederlands schip gaat, te dateren ergens tussen 1650 en 1750. Op de plek waar het scheepswrak gevonden is steken resten van de scheepsconstructie en drie kanonnen boven de zeebodem uit.
Onderzoek
De eerste resultaten van het archeologisch onderzoek op de site leverde een aantal vondsten op. o.a drie kannonen, aardewerk en delen van de scheepsconstructie. De site en vondsten zijn digitaal ingemeten en deze data zijn omgezet in nauwkeurige 3D modellen. De modellen zijn zo nauwkeurig dat verder onderzoek ex situ mogelijk is.
Voor de identificatie en een preciezere datering zijn details van de gevonden kannonen van belang. De ijzeren kanonnen zijn waarschijnlijk van Zweedse makelij. De ijzer industrie in Zweden was (deels) in Nederlandse handen en de kannonen werden vaak gebruikt op Nederlandse schepen. Er is nog een vondst gedaan die wijst op een mogelijk Nederlandse herkomst van het wrak. Het gaat om een scherf van een (Delfts blauwe) tegel met afbeelding van een schip met Nederlandse vlag.
VOC wrak?
Het ‘Drumberg wrak’ zou een VOC schip geweest kunnen zijn. Het gebeurde regelmatig dat VOC schepen op weg naar de Oost om Schotland en Ierland heen voeren om het in oorlogstijd gevaarlijke Engelse kanaal te vermijden. In de 17e eeuw werd deze alternatieve route ‘ de achterom’ route genoemd.
Meerdere VOC wrakken zijn al ontdekt op deze route o.a. bij de Shetland eilanden. In de VOC archieven wordt melding gemaakt van een fregat de Trompetter. De Trompetter vertrok op 26 december 1691 voor haar eerste reis naar Batavia. Bij de Schotse kust werd het schip overvallen door Franse kapers en in brand gestoken. Of het ‘Drumbeg wrak’ ook daadwerkelijk de Trompetter is zal uit nader onderzoek moeten blijken. Wereldwijd ongeveer 600 VOC wrakken vergaan tussen 1602-1795. Slechts 10% van de vergane schepen zijn tot nu toe gevonden of geïdentificeerd.
Beschermde status
Dit scheepswrak is voor Schotland van groot historisch belang. Er zijn in Schotse wateren maar een handvol wrakken bekend die ouder zijn dan 200 jaar. De wraksite heeft met spoed op 18 maart een beschermde status gekregen.
Bron : RCE
Duitse duikboot, U-486, teruggevonden
26-03-2013
Medewerkers van de Noorse oliemaatschappij Statoil hebben voor de kust van Noorwegen een Duitse duikboot uit de Tweede Wereldoorlog teruggevonden. De medewerkers zochten naar een geschikte plek voor de aanleg van een pijpleiding en vonden het wrak bij toeval.
De duikboot is de U-486, die in april 1945 door torpedo's van een Britse duikboot werd getroffen. Hij brak in tweeën en zonk met 48 man aan boord. Er waren geen overlevenden.
De U-486 ligt op ongeveer twee kilometer van een andere Duitse duikboot, de U-864. Deze duikboot zonk met tientallen tonnen kwik aan boord. Het wrak vormt daardoor een bedreiging voor het milieu.
Geschiedenis
De U-486 was een Duitse onderzeeër van de VII C-klasse die de "Léopoldville" torpedeerde voor de kust van Cherbourg op Kerstdag 1944. De onderzeeboot stond onder bevel van Oberleutnant Gerhard Meyer.
De U-486 torpedeerde het voormalige Belgische passagiersschip "Leopoldville", dat toen voor de geallieerden voer als troepentransportschip. 24 maal stak de Leopoldville Het Kanaal over tot ze op die fatale, wat eerder een vredige Kerstdag had moeten zijn, werd getroffen en zonk. De U-486 overleefde het Belgische schip niet veel langer. De commandant, ober-leutenant Gerhard Meyer en zijn U-486, werd op 12 april 1945, voor de kust van het Noorse Bergen, in positie 60°44' N. en 04°39' O. door torpedo's van de Britse onderzeeboot HMS Tapir dodelijk getroffen en zonk met alle 48 bemanningsleden. In maart 2013 werd de U-486 teruggevonden door een Noorse oliemaatschappij. Ze ligt op ongeveer 2 kilometer van een andere Duitse onderzeeër, de U-864.
Bron : NOS/Wikipedia
Lyubov Orlova, een wrak dat nog geen wrak is
22-03-2013
De meeste zijn van ons gewend dat we naar wrakken duiken, oude, nieuwe, nog niet ontdekte wrakken, van alles is de afgelopen jaren bedoken. Prachtige avonturen maar nu is het team van de Cdt. Fourcault al weken achter een nog drijvend schip aan.
De 100m lange Lyubov Orlova is gebouwd in voormalig Joegoslavie en jaren in gebruik geweest als expeditie cruiseschip. Nu drijft het al weken leeg en stuurloos op de Atlantische Oceaan. De Lyubov Orlova deed jaren dienst als cruiseschip vooral in Antartica.
Het schip, met voornamelijk Russische bemanning, heeft geweldige reizen verzorgt maar kwam soms ook in opspraak door slechte betalingen van salarissen en leveranciers.
In 2006 is het flink opgeknapt en had het 59 cabines met eigen sanitair voor 110 gasten en 70 man bemanning. Het schip was uitermate geschikt voor mensen met gering budget die toch de luxe van eigen hut wilde hebben. Na verschillende rechtsgeschillen is het uit de vaart genomen en na vele perikelen zou het naar de Virgin Islands gesleept worden waar het gesloopt zou worden.
Op 24 januari na 24 uur slepen met de Hunt uit St. John (New Foundland) brak de sleepkabel.
Het schip was uit zicht maar bleek gevaarlijk richting boorplatforms te drijven. Canadese instanties hebben toen een sleeper ingehuurd (Atlantic Hawk) om de Orlova te slepen. Ook toen is de al snel de sleeptros gebroken maar inmiddels dreef het schip richting internationale wateren. Nu drijft het dus stuurloos rond op de Atlantisch Oceaan. Ierland is bang dat het die kant op komt. Het is bekend gegeven dat veel rotzooi vanuit Canada door de stroming uitkomt bij Ierland.
Bekendste voorbeeld hiervan is de fles die ooit gevonden werd door een 9 jarig meisje op een strand in Ierland. De fles was afkomstig van de Titannic.
BRON: Sail-Trek
Stuwraketten Apollo-missies van zeebodem gevist
22-03-2013
Op ruim vier kilometer diepte zijn in de Atlantische Oceaan de raketten gevonden die veertig jaar geleden astronauten richting de maan schoten. Dat meldt het Amerikaanse New Scientist.
De raketten zijn van het type Saturn V, die gebruikt werd bij de bemande Apollo-missies naar de maan. Miljardair Jeff Bezos, topman van Amazon, zei gisteren dat zijn team de raketten van de bodem van de Atlantische Oceaan opgevist had. De stuwraketten zouden de grote raket de eerste kilometers de ruimte in schieten. Binnen twee minuten raakte de brandstof op en vallen de motoren in zee. Lang was onduidelijk wat ermee gebeurd was.
Of de stuwraketten van de allereerste maanmissie was, Apollo 11, is nog niet bekend. Het zou ook van latere Apollo-missies kunnen zijn. 'We kregen tijdens het opgraven mooie herinneringen en flashbacks aan de maanmissies',schreef Bezos op zijn website.
Bron : http://www.newscientist.com
Middeleeuws schip bij Kampen wordt geborgen
22-03-2013
De middeleeuwse kogge, die vorige zomer werd gevonden in de bodem van de Beneden-IJssel bij Kampen, wordt boven water gehaald. Dat heeft Rijkswaterstaat besloten nu is gebleken dat een berging van het vrijwel intacte scheepswrak vrijwel even duur is als het schip laten liggen. Archeologen hebben vastgesteld dat de kogge bij Kampen een ''unieke historische vondst'' is. Er zijn op de wereld vrijwel geen onbeschadigde exemplaren van handelsschepen uit de 15e eeuw gevonden.
De kogge is met sonarapparatuur gevonden bij de verkenning van de bodem van de Beneden-IJssel. Rijkswaterstaat gaat daar het zomerbed van de rivier uitdiepen om de IJssel bij hoge waterstanden meer ruimte te geven.
Gedeeltelijk bloot
Door het uitdiepen zakt de rivierbodem ongeveer 2 meter. Daardoor zou het scheepswrak gedeeltelijk bloot komen te liggen onder water. Dat betekent dat er maatregelen moeten komen voor de scheepvaart en de waterveiligheid, aldus Hans Brouwer van het project Ruimte voor de Rivier. Dergelijke maatregelen pakken net zo duur uit als het bergen van de kogge.
Wereldwijd
Rijkswaterstaat verwacht de kogge volgend jaar boven water te kunnen halen. Wereldwijd is er veel belangstelling voor het bestuderen van het schip, dat destijds expres is afgezonken om de loop van de IJssel te veranderen.
Door: ANP
‘De Vliegende Hollander’
02-03-2013
Het prospecteren van scheepswrakken op land is een lastige opgave. Bij graafwerkzaamheden in drooggelegde vaargebieden zoals de Flevopolders of fossiele geulen van rivieren, bestaat altijd een kans op het aantreffen van een scheepswrak of aan scheepvaart gerelateerde resten. Het onderzoek naar een mogelijkheid om deze resten op te sporen vormt een onderwerp waar generaties archeologen zich mee bezig houden.
De locatie waar een scheepswrak wordt aangetroffen laat zich niet voorspellen: wanneer een schip vergaat is er een kleine kans dat het daadwerkelijk in depositie in de bodem terecht komt en bovendien is de plaats waar het terechtkomt willekeurig. Een uitzondering vormen de opzettelijk afgezonken schepen, maar deze specifieke groep blijft in het verband van dit stuk buiten beschouwing.
Lees verder...
Maquette onderwaterarcheologische opgraving
02-03-2013
Eén van de drie maquettes in het Nationaal Depot voor Scheepsarcheologie is recent gerenoveerd en aangevuld met de laatste onderzoeksgegevens. De maquette laat de onderwater opgraving zien van scheepswrak SO1. Dit is een zeer interessant 16e eeuws wrak op de bodem van de Waddenzee, waar door het archeologisch duikteam van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed jarenlang op gedoken is.
Alles wordt nu in de juiste schaalafmetingen en op de juiste plek weergegeven: van het wrak op de bodem tot de rubberboten aan de oppervlakte die compressorvlot en duikplatform zijn. Alles is exact zoals het er in werkelijkheid uitziet, ook de positie van scheepswrak, duikers en werktuigen.
Een tweede maquette is een verbeelding op schaal van een scheepsopgraving op land. De laatste maquette laat zien hoe een schip in de bodem wordt beschermd door het in te kuilen. De drie maquettes zijn een mooi startpunt bij een bezoek aan het Nationaal Depot voor Scheepsarcheologie in Lelystad, waar ruim 33.000 maritieme vondsten worden beheerd.
Bron : Nieuwsbrief RCE
Nieuwe expeditie naar fluitschip in de Oostzee
02-03-2013
Eind maart, begin april 2013 zal een vervolgexpeditie worden uitgerust naar het zogenaamde Ghostship in de Oostzee. Het doel van deze derde expeditie is om letterlijk meer gegevens boven water te halen die er hopelijk toe zullen leiden dat het schip geïdentificeerd kan worden.
Spookschip
In 2003 werd door het Zweedse bedrijf MMT op de bodem van de Oostzee (124 meter diep!) een bijna totaal gaaf, vermoedelijk Nederlands fluitschip aangetroffen. Twee van de drie masten staan nog recht overeind en de lading zit er misschien nog in. In 2007 wordt de RCE op het wrak gewezen en wordt de vondst openbaar gemaakt. Het “spookschip” is voorpagina nieuws in de Telegraaf en komt uitgebreid aan bod in televisieprogramma’s als “Pauw & Witteman”. Het schip wordt beschouwd als een unieke vondst die zijn weerga niet kent in de Nederlandse maritieme geschiedenis. Vanwege de extreem goede conservering heeft de vondst bovendien, los van de herkomst, grote waarde voor de Europese maritieme archeologie en historie. Vandaar dat er in 2008 een internationaal researchteam wordt samengesteld met vertegenwoordigers uit Zweden, Nederland en Amerika om nader onderzoek naar dit bijzondere schip uit te voeren.
Eerste expedities
Tijdens de eerste expeditie in 2008 wordt het schip met behulp van onderwatercamera’s gefilmd en wordt een plankje geborgen met behulp van een grijparm die is bevestigd aan zo’n onderwatercamera. De datering van dit plankje, waarschijnlijk deel van een kist, komt uit op circa 1640. Tijdens een tweede expeditie in 2010 wordt één van de twee houten beelden die achter op het schip, op de hoeken van de spiegel stonden, geborgen en nader onderzocht bij RCE Lelystad. Hier blijkt dat het beeld, een zogenaamde hoekman, gemaakt is in de periode 1669-1693 en grote overeenkomsten vertoont met het type van een Nederlandse rijke koopman rond 1670. Dat valt op te maken uit uiterlijkheden zoals kleding, haar, hoed, schoenen etc.
Derde expeditie
Nu er steeds meer aanwijzingen zijn dat het gaat om een Nederlands fluitschip, in de Oostzee vergaan omstreeks 1670-1690, is het tijd voor een derde expeditie. Dit keer gaan we gezamenlijk trachten om, wederom met behulp van onderwatercamera’s uitgerust met grijparmen, verder te komen met een positieve identificatie van het schip. We zullen dit keer houtmonsters gaan nemen van het schip zelf om zo de constructie te kunnen dateren. We zullen ons op de zeebodem in een straal van zo’n tien meter richten op voorwerpen die kunnen wijzen op de identiteit van het schip. Daarbij moet je denken aan voorwerpen die vroeger aan de achterkant van het schip waren bevestigd, zoals planken met een datum erin of zelfs de naam van het schip erin gegraveerd. Of houten voorwerpen die de naam van het schip verbeelden. Zo denken we op basis van eerdere filmbeelden, gemaakt in 2008 en 2010, dat we een stuk van een zwaan hebben zien liggen op de zeebodem…Zou ons schip de naam van een zwaan hebben gedragen? Met recht wordt dit spannende verhaal vervolgd. Wij houden u op de hoogte van de voortgang.
Bron : Nieuwsbrief RCE - Door: Benno van Tilburg, Hoofd scheepsarcheologie
Opnieuw zoektocht naar wrak De Walcheren
27-11-2012
VLISSINGEN - De marine gaat volgende week opnieuw duiken naar het wrak van het admiraliteitsschip Walcheren. Het schip zonk ruim 300 jaar geleden bij Vlissingen. In juli zochten duikers van de marine ook al naar het wrak.
De nieuwe zoektocht naar het wrak van het admiraliteitsschip begint maandag 3 december en duurt vijf dagen. Duikers van de marine en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed zoeken in een groter gebied en ook gaan ze dieper onder het zand zoeken. Het onderzoek wordt betaald door de marine.
Eerdere zoektocht
Bij de eerdere zoektocht in juli zijn verschillende stukken hout en steen uit het water gehaald. Uit onderzoek bleek dat het onder meer ging om zeventiende eeuws grenenhout, maar er kon niet worden vastgesteld of die van de Walcheren waren.
Ereronde
Het schip Walcheren van admiraal Cornelis Evertsen zonk in 1689. Dat gebeurde na terugkomst van een gewonnen zeeslag. Tijdens de ereronde ter hoogte van Vlissingen botste het schip tegen het havenhoofd en zonk. Hierbij kwamen 24 opvarenden om het leven. Dit voor het oog van honderden toeschouwers op de boulevard. Verschillende pogingen om het schip destijds te bergen, zijn mislukt.
Bron : OmroepZeeland
Videomateriaal berging Messerschmitt Bf109
27-11-2012
De berging van het Duitse jachtvliegtuig de Messerschmitt Bf109 was niet bepaald zonder gevaar. Met nul zicht en alle munitie, inclusief mitrailleurs, nog aan boord werd het wrak na 70 jaar omhoog gehaald uit het IJsselmeer. In Duiken December 2012 vertellen we je alles over deze spannende berging. Bekijk nu ook de filmbeelden op DuikenChannel.nl.
Bron : Duiken
1e dl VOC-archief wrakken digitaal toegankelijk
20-11-2012
Wereldwijd zijn een paar honderd schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), de West-Indische Compagnie (WIC) en de Admiraliteit vergaan, waarvan tot nu toe nog maar een klein deel is teruggevonden. In Nederlandse wateren en daarbuiten. Nederland beheert deze scheepswrakken. Het Maritiem Programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werkt nu aan een beheerplan. Een belangrijk onderdeel hiervan is het inventariseren en digitaliseren van het VOC-archief van de Rijksdienst.
Het VOC-archief omvat archeologische, historische en administratieve informatie, zoals meldingen van duikers en de werkzaamheden die op de wrakken hebben plaatsgevonden. In de afgelopen jaren zijn er afspraken over beheer en management gemaakt met verscheidene instanties in het buitenland, waaronder Brazilië, Engeland en Australië. Deze correspondenties en afspraken komen ook voor in het dit archief.
De eerste mijlpaal van het beheerplan is nu bereikt. Er is bureauonderzoek gedaan naar de eerste vijftig wrakken. De resultaten hiervan zijn online voor iedereen toegankelijk in de goeddeels Engelstalige database Wrakken In Situ. Hierin staat het verhaal achter de wrakken centraal.
De wetenschappelijke en juridische informatie - van cruciaal belang voor het beheer van de vindplaatsen - is toegankelijk voor een selectieve groep belanghebbenden op het gebied van wetenschap, beleid en beheer. Het gaat hier om zaken als exacte locatie, juridische status, fysieke status en onderzoeksgebied. Zie MACHU GIS.
Weinig van de vergane VOC-schepen zijn teruggevonden. In Nederlandse wateren zijn bijvoorbeeld slechts twee wrakken geïdentificeerd als een VOC-schip. Het wrak de Burgzand Noord 3 (BZN 3) wordt gezien als het VOC-schip De Rob, dat verloren ging op de Rede van Texel rond 1640. Het schip de Buytenzorg is vergaan op de Javaruggen in de Waddenzee rond 1759. Buiten Nederlandse wateren - van Brazilië tot China - zijn tot dusver tussen veertig en vijftig wrakken onderwater onderzocht, geïdentificeerd en in verband gebracht met de VOC. Een groot aantal daarvan is overigens niet aan archeologisch onderzoek onderworpen, maar commercieel geborgen. Daarnaast zijn er nog vele locaties van VOC-wrakken bij benadering bekend. Nader onderzoek zal ongetwijfeld leiden tot meer ‘matches’ tussen archeologische bronnen (wrakken) en historische (archivale) bronnen. Hierdoor zullen meer scheepswrakken worden geïdentificeerd. Zo wordt het verhaal van en over de VOC completer.
De digitale ontsluiting van het VOC-archief van de Rijksdienst is een eerste stap in het langdurig beheer van dit rijke erfgoed dat ons bindt met veel andere landen en culturen in de wereld. In de toekomst zal zoveel mogelijk informatie over deze en nieuw ontdekte schepen in zowel de database Wrakken in Situ als in MACHU GIS worden bijgehouden. Zie ook....
Bron : RCE nieuwsberichten
Onderzoeksgids scheepswrakken online
15-11-2012
Het Nationaal Archief stelt een onderzoeksgids beschikbaar voor iedereen die bezig is met onderzoek naar scheepswrakken uit de 16e-18e eeuw. Deze onderzoeksgids is een hulpmiddel bij het doen van archiefonderzoek naar wrakken van schepen van de VOC, WIC en Admiraliteit in de collectie van het Nationaal Archief.
De onderzoeksgids geeft een overzicht van de belangrijkste archieven uit de collectie van het Nationaal Archief, die voor het onderzoek naar scheepswrakken gebruikt kunnen worden. Ook belangrijke websites en literatuur komt aan bod. Door gebruik te maken van deze nieuwe gids is het mogelijk om informatie over onder andere de uitreding van schepen, over de lading en de bemanning boven water te krijgen.
Wrakkenwijzer
De onderzoeksgids is samengesteld op basis van de zogeheten Wrakkenwijzer van het programma Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed. Zowel de onderzoeksgids als de Wrakkenwijzer is online beschikbaar in het Nederlands en in het Engels.
Waar te vinden?
De onderzoeksgids 'Ik zoek informatie over een scheepswrak (16e-18e eeuw)' is op deze website in te zien via ‘Onderzoek doen' en vervolgens 'Onderwerpen’. De Wrakkenwijzer is daarin bijgevoegd als bijlage.
Wilt u de Engelse versie raadplegen? Ga dan naar de research guide 'I'm looking for information on a shipwreck (16th-18th century)'.
Bron : Duiken
Beschermen van scheepswrakken in Europees verband
08-11-2012
Elf organisaties uit zeven Europese landen hebben de samenwerking gezocht om in Europees verband onderzoek te doen naar archeologisch erfgoed onder water. Dat resulteerde in september 2012 in de start van een driejarig Europees project met als doel het ontwikkelen en testen van methoden en technieken om archeologische vindplaatsen onderwater op te sporen, te onderzoeken en in-situ te beschermen. Dit project, Development of Tools and Techniques to Survey, Assess, Stabilise, Monitor and Preserve Underwater Archaeological Sites (SASMAP), wordt gefinancierd door de Europese Commissie. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is met zijn Maritiem Programma een van de elf organisaties. Verder nemen universiteiten, musea, organisaties voor cultureel erfgoed, overheidsinstanties en bedrijven deel aan het project.
Eén van de belangrijkste doelen van het Maritiem Programma van de Rijksdienst is het in de bodem behouden van archeologische sites voor volgende generaties. Dit principe heet in-situ bescherming en is tevens een van de speerpunten in de UNESCO Conventie voor de Bescherming van het Onderwater Cultureel Erfgoed uit 2001.
Voor dit project zal de Rijksdienst onder andere nieuwe in-situ beschermingsmaatregelen testen op het scheepswrak Burgzand Noord 10, dat ten oosten ligt van Texel. Op deze locatie Burgzand, door natuurlijke erosie bedreigt, gingen 300 jaar lang (tussen 1500-1800) schepen voor anker om geladen en gelost te worden voor de haven van Amsterdam. Ondanks de beschutting die het eiland bood tegen de noordwestenwind, zijn er door de eeuwen heen vele schepen vergaan. Dit is dan ook een plek van hoog archeologisch belang, waar al tientallen wrakken zijn ontdekt. De recent verschenen publicatie van de Rijksdienst over de rede van Texel onderschrijft het onderzoekspotentieel van dit gebied en laat tegelijkertijd zien hoe ernstig het bedreigd wordt.
Daarnaast zal onderzoek worden gedaan naar degradatie van beschermingsmaterialen. Ook worden nieuwe monitoringsmethoden ontwikkeld en ingezet die moeten bijdragen aan een beter inzicht in de effectiviteit van actieve in-situ bescherming. Onder andere zal gebruik worden gemaakt van een nieuw systeem waarbij driedimensionaal tot enkele tientallen meters diep in de bodem kan worden gekeken. Meer… Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Bron : Maritiemnieuws.nl
Ultieme zoektocht naar onderzeeboot Hr. Ms. O 13
14-10-2012
Het wordt de ultieme poging om Hr. Ms. O 13 te vinden, de onderzeeboot die al sinds 12 juni 1940 wordt vermist. Met hulp van een onderzoeksschip van de Helderse firma Tranship voorzien van sonar apparatuur en operators van Fugro uit Leidschendam onderzoekt de Koninklijke Marine in oktober in 5 tot 10 dagen zoveel mogelijk onbekende obstakels op de bodem van de Noordzee.
Op die dag verliet de O(nderzeeboot) 13 de haven van Dundee voor een patrouille in het Skagerrak. Doel was het observeren van het scheepvaartverkeer en als het mogelijk was ook het verstoren ervan. De aan de boot opgegeven locatie: 57 graden noorderbreedte, 5 graden oosterlengte.
Op 25 juni 1940 meldde het Britse War Office echter dat de Nederlandse onderzeeboot "overdue (te laat)" was. 31 Nederlanders en 3 Britten zijn sindsdien vermist. Wat er gebeurde, is anno 2012 nog altijd niet duidelijk. Nederland verloor in de Tweede Wereldoorlog 7 onderzeeboten door vijandelijk handelen; 1 werd in de haven van Soerabaja op Java gebombardeerd, 6 boten verdwijnen op zee. 5 wrakken zijn er inmiddels getraceerd. De marine en het Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945 willen ook de laatste verdwenen onderzeeboot opsporen.
Onderwaterobstakels
Het is de bedoeling om met hydrografische opnameapparatuur en de onderwaterrobot Remus van de marine het wrak van de O 13 op te sporen. Behalve de eigen hydrografische gegevens, beschikt het opsporingsteam, onder leiding van kapitein-luitenant-ter-zee Jouke Spoelstra, nu ook over zeekaarten met obstakelgegevens van de offshore-industrie en de visserij. "Dit soort commerciële gegevens kan voor ons van grote waarde zijn", vertelt Spoelstra. "Vissers markeren alle onderwaterobstakels, omdat ze het risico lopen hun netten te verspelen. We weten niet om wat voor een belemmering het gaat: het kan een grote kei of een container zijn, maar ook de periscoop van een onderzeeboot."
"Voor ons zijn het welkome aanknopingspunten, want ondanks de moderne zoektechnieken blijft het een enorm puzzelwerk. In de loop der jaren hebben we veel meer middelen gekregen om de zeebodem af te zoeken, zoals sonar, satellietbeelden en binnenkort zelfs lasermetingen. We leggen hier een link tussen geschiedenis en technologie." Het vinden van de Nederlandse onderzeeboot is dus allerminst een uitgemaakte zaak, benadrukt Spoelstra. "Ons zoekgebied is in principe het totale operatiegebied van de O 13: een gebied van 100 bij 360 kilometer." Maar door gegevens aan elkaar te knopen, denken Spoelstra en zijn team dat ze nu de sector hebben gevonden waar de O 13 moet liggen: in een gebied van 25 bij 25 kilometer. Dat is, zeg maar, de halve provincie Utrecht.
Onbekend
Niet alleen de precieze ligging is onbekend, maar ook wat er gebeurde. Een technisch mankement acht Spoelstra onwaarschijnlijk, omdat de O 13 kort voor de patrouille was getest en in orde bevonden. De bemanning bestond bovendien voor driekwart uit oudgedienden. Een andere mogelijkheid zou de aanvaring met de Poolse onderzeeboot ORP Wilk kunnen zijn, maar Spoelstra noemt dat, gezien de schaderapporten, onwaarschijnlijk. Dat de O 13 tot zinken is gebracht door de Duitse U-99 die in het gebied zou zijn geweest, lijkt Spoelstra ook stug, omdat de Duitse rapportages geen melding maken van een treffen op zee. Volgens hem blijft wel de mogelijkheid over dat de O 13 in een mijnenveld terecht is gekomen dat de Duitsers hadden aangelegd, maar dat nog niet op de Engelse zeekaarten stond.
Hoop
De Koninklijke Marine zet na 7 decennia een eindsprint in om alsnog het oorlogsgraf van de onderzeebootbemanning te lokaliseren. "De bemanning verdient een bekende, laatste rustplaats", aldus Spoelstra. "Nu zijn er nog directe nazaten van de bemanning in leven. Maar met het verstrijken van de jaren groeit bij de tweede generatie de behoefte om het boek van de O 13 te sluiten. Voor die zonen, dochters en kleinkinderen moeten we het proberen. De verloren onderzeebootbemanning verdient een bekende laatste rustplaats. Ze zullen gevonden worden, dat is gewoon een kwestie van tijd."
Bron : Defensie.nl
Engelsen verkochten oorlogsgraven aan Duitsland
06-10-2012
Op 22 zeemijl buiten de kust liggen op de zeebodem de wrakken van drie Engelse pantserschepen, de HMS Aboukir, de HMS Hogue en HMS Cressy. Jaarlijks vinden honderden plezierduikers hun weg naar de wrakken op ruim dertig meter diepte. Recent is er opschudding over wrakduikers die koperen relikwieën mee naar boven nemen.
“De wrakken bestaan voor zo’n 3 à 4% uit koper en brons”, vertelt Rob de Groot, voorzitter van Duikteam Bernicia. “We nemen wel eens een patrijspoort of tandwiel mee.” Stichting De Noordzee beaamt dat de meeste wrakduikers wel eens een souvenirtje meenemen van hun duik. Op de bodem van onze eigen kustwateren moet voor miljoenen aan goud en zilver in scheepswrakken liggen, maar voor zover bekend is hiervan nog niets gevonden.
Duikers van de Bernicia hangt voor hun souvenirs een proces boven het hoofd. “Op overtreding van de Monumentenwet”, stelt Dolf Muller, Senior Communicatiemedewerker en woordvoerder van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. “Ze hebben doelbewust een opgraving gedaan, zonder toestemming te hebben.” Ook John McAnally, president van de Royal Naval Association heeft zich onlangs in de Engelse krant The Times fel uitgesproken over de wrakslopers en riep op tot het met rust laten van hun oorlogsgraven.
Historisch onderzoeker Paul de Keijzer beziet de veroordeling met een zekere scepsis: “Engeland heeft de drie pantserschepen niet eens op de lijst van beschermde wrakken staan, omdat ze vanuit historisch oogpunt geen waarde hebben.”
Op 22 september 1914, de Eerste Wereldoorlog was net acht weken oud, voeren de HMS Aboukir, Hogue en Cressy uit om te patrouilleren voor de Nederlandse kust, op de Breeveertien. Ten tijde van het uitvaren werd het eskader al bestempeld als ‘levend aas’. De reservisten en cadetten aan boord waren ervaren, maar de schepen waren traag en sterk verouderd. Voor de kapitein van de Duitse onderzeeër U-9 Otto Weddingen waren de schepen een schot voor open doel. Hij vuurde zes torpedo’s af en in nauwelijks een uur tijd zonken de HMS Aboukir, Hogue en Cressy naar de bodem van de Noordzee. Engelse en Nederlandse handels- en vissersschepen wisten 837 opvarenden te redden, 1.459 Engelse mariniers kwamen om het leven. Winston Churchill, toen Lord of the Admiralty, leed zware politieke schade door een mediaregen van kritiek.
Hoe kan er sprake zijn van grafschennis, vraagt historisch onderzoeker Paul de Keijzer zich af: “Na de torpedo-inslagen zijn verreweg de meeste opvarenden van boord gesprongen. Velen zijn verdronken en later aangespoeld of opgedregd. De lijken van de handvol mariniers die op slag dood was, hebben we nooit getraceerd. Die zijn allang vergaan.”
In de jaren ’50 verkocht de Admiraliteit van Engeland veel wrakken aan (inter)nationale bergingsmaatschappijen. De Engelse maatschappijen ruimden wrakken in die jaren om hun koper, grondstof voor de productie van patroonhulzen voor de Koreaanse oorlog. “Maar de pantserschepen bergen was niet interessant”, zegt De Keijzer. “Ze lagen te diep en in internationale wateren.” In 1955 werden de bergingsrechten van de HMS Aboukir, Hogue en Cressy voor 500 Engelse pond verkocht aan het Duitse Eisen und Stahl. Het bergingsbedrijf heeft vervolgens, ondersteund door Smit Tak, met explosieven het achterschip erafgeblazen. De koperen schroeven zijn geruimd evenals de roodkoperen beplating, een afdeklaag ter bescherming van het eikenhout om de pantsergordel heen tegen paalworm. Tot in de jaren ’70 heeft Smit Tak tenderdiensten geleverd en materialen van de wrakken geborgen.
Wrakken binnen de 24 mijl vallen sinds 2007 onder de Monumentenwet. Van wrakken ouder dan vijftig jaar mag niets worden meegenomen. “De meeste wrakduikers beperken zich tot het meenemen van relatief kleine voorwerpen”, zegt Marina von Nordheim van STIMON, een stichting die zich richt op maritiem onderzoek en de wettelijke aspecten rond onderwatersport. “De Bernicia maakt normale duiktrips zoals alle bij STIMON aangesloten duikschepen. Ik vind het op zijn zachtst gezegd vreemd dat de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed amateurduikers voor het gerecht sleept, terwijl schepen met grote hydraulische grijpers die op grote schaal voor eigen gewin koper bergen, door de overheid worden gedoogd.” De hetze in de media over koperdiefstal op zee lijkt volgens Von Nordheim vooral op het uitvechten van een persoonlijke vete, “de nasleep van een jarenlange gerechtelijke strijd tussen enkele private partijen.”
De Keijzer: “Elk van de drie schepen is goed voor 12.000 ton schroot. De paar honderd kilo die naar boven wordt gehaald is kruimelwerk. Over 10 à 15 jaar zijn de wrakken verdwenen. Ze corroderen in het zuurstofrijke Noordzeewater of verdwijnen onder het zand.” Bovendien ligt het eigendomsrecht nog altijd bij het Duitse bergingsbedrijf. Als er al een gerechtelijke strijd kan worden gevoerd, dan is het wegens schending van het privaatrechtelijk zeerecht.
Bron : Stimon/Scheveningse Courant - gepubliceerd: 20-10-2011
Defensie stelt Messerschmitt in IJsselmeer veilig
06-10-2012
Op aanwijzing van een groep civiele duikers heeft Defensie een Messerschmitt Bf 109 in het IJsselmeer aangetroffen. De krijgsmachtdelen werkten afgelopen week nauw samen om het eenmotorige vliegtuigje te identificeren en de wapens en munitie veilig te stellen. Er zijn geen stoffelijke resten gevonden.Een civiel team, dat zocht naar een vermiste Lockheed Hudson uit de Tweede Wereldoorlog, stuitte in plaats van de verwachte tweemotorige Lockheed, op de Duitse Messerschmitt.
Foto: Ministerie van Defensie
De duikers concludeerden dat aan de hand van gegevens op de brandstoftank.De vleugel, met daarin nog het wiel, ligt op het dek.
Omdat geïnteresseerde sportduikers al gauw op de hoogte waren van de positie van het vliegtuigje, kwam Defensie snel in actie. Mogelijke wapens en munitie aan boord kunnen, zoals in het verleden bleek, leiden tot gevaarlijke situaties.
Berging
Een samengesteld team bestaande uit de Defensie Duikgroep van de marine, de bergingsdienst van de luchtmacht, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Bergings- en Identificatie Dienst van de landmacht, werkte aan het project. De marine stelde ook het duikvaartuig Argus beschikbaar.
“We hebben veel munitie en wapens gevonden”, zegt majoor Arie Kappert, stafofficier Vliegtuigberging. Delen van het wrak zijn naar boven gehaald. Defensie probeert aan de hand daarvan het vliegtuigje te identificeren, om zodoende duidelijkheid te verkrijgen over de bemanning.
Jachtvliegtuig
De Messerschmitt Bf 109 was een Duits jachtvliegtuig, dat de Luftwaffe tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte. De toestellen waren licht, aerodynamisch efficiënt en klein. Grootste voordeel van het vliegtuigje was de brandstofinjectie van de motor. Hierdoor kon de Messerschmitt makkelijker op de kop vliegen en duikvluchten maken.
Bron : Ministerie van Defensie
Duiken naar het wrak van de mijnenlegger Brummer
06-2012
Terug naar Kronprinz Wilhelm. Onze tweede duik op dit grote slagschip. Je kunt hier trouwens wel 100 duiken op maken zonder er op uitgekeken te raken! Opvallend dat je naarmate je vaker op een zelfde wrak duikt je je hier meer op gaat “thuisvoelen”. Je kent de ruige structuren van het wrak en kunt meer gericht gaan zoeken. De grote kanonnen welke we bij de eerste duik hebben gemist vinden we nu zonder enige moeite. Foto: Kieran Hatton
Dit kaliber vind je bijna nergens op de wereld. Het zicht is opnieuw verbluffend goed. We hebben wat dat betreft veel geluk deze week. De temperatuur is rond deze periode voor deze wateren zeer goed (12 graden) en het zicht is gemiddeld 10-15 meter. We zijn grotendeels onder het schip doorgekomen (het wrak ligt ondersteboven in een helling) en hier-en-daar zijn we het wrak ingezwommen. Tijdens een penetratie van het wrak kwamen we een grote conger-aal tegen welke met zijn kop uit een pijp stak.
Na een bodemtijd van 43 minuten hebben we afscheid moeten nemen van dit geweldige wrak. We hopen hier uiteraard ooit nog eens terug te komen...
Naval cemetery
In het teken van de History Week hebben we ook een bezoekje gebracht aan een begraafplaats. Best indrukwekkend. Er liggen voornamelijk tieners tot midden dertigers en een aantal 60-plussers begraven. De begraafplaats ligt gevestigd nabij de baai in Lyness en kijkt uit op het eiland Cava. Als je terugkijkt naar ons eerste artikel het plaatje van de vloot opzoekt zul je Lyness ongeveer linksonder vinden. Twee grafzerken trekken onze aandacht: Ham Fat en Wilhelm Markgraf. De eerste is komisch bedoeld en de tweede verwijst naar de namen van twee schepen: “De Markgraf´ waar wij morgen op zullen duiken en de Kronprinz Wilhelm”.
Brummer
De Brummer is een battlecruiser welke is omgedoopt tot mijnenlegger. Dit wrak ligt ook op zijn zijkant zoals alle vier cruisers welke hier liggen. Je kunt hier onder andere een rails zien lopen over het dek welke werd gebruikt om de mijnen van voor naar achteren te transporteren om deze vervolgens over boord te zetten. Bij aankomst op het wrak hebben we eerst de brug bezichtigd. Deze hele brug bestaat uit koper om de navigatieinstrumenten niet te veel te beïnvloeden. De opbouw is uiteraard zeer solide gebouwd. Het dek is losgekomen van de boeg waardoor het wrak op vele plaatsen is ingevallen. Hierdoor kent het wrak veel kruip-door-sluip-door mogelijkheden. Het hele wrak is wederom zeer mooi begroeit met dodemansduim, zee-egels, zeesterren, anemonen, zakpijpen, etc...
Het is opvallend dat zich zulke grote scholen met vis op dit wrak bevinden; kabeljauw, zeebaars en allerlei klein spul. Eigenlijk is dit hetgeen dat het zicht op dit wrak belemmert.
Na een bodemtijd van 40 minuten op een gemiddelde diepte van 28 meter is het de hoogste tijd om aan de opstijging te beginnen. Na de nodige minuten decompressie zijn we dan ook aardig afgekoeld.
Battle of Jutland
Op ons schip de Halton is het lekker warm. Aan het einde van de dag komt de groep bij elkaar om bij te praten over de gemaakte duik en om de interessante geschiedenislessen van Kieran te beluisteren. Hij geeft deze dag een uitleg over twee zeeslagen welke tijdens de eerste wereldoorlog hebben plaatsgevonden bij Jutland en op de Doggersbank.
Bron : Duiken
Kronprinz Wilhelm Battleship – König Class
05-10-12
Gue duiktrip Scapa Flow
Deze zeer zwaar beschutte cruiser werd gebouwd door het bedrijf Germaniawerft in Kiel. Het schip heette voorheen de "Kronprinz”. Samen met haar zusterschepen de “König” en “Markgraf” behoorden zij tot de grootste cruisers die de wereld had gekend. Zo groot dat het kanaal in Kiel moest worden verwijd om deze schepen een vrije doorgang te bieden richting open zee. Vier jaar na ter waterlating is de naam omgezet naar “Kronprinz Wilhelm”.
Admiraal Hipper kwam uit zijn bunker nadat de Third Squadron of the High Seas Fleet onder vuur lag met de Britten om het gevecht “Battle of Jutland”. Vanaf dat moment gaf hij naast “König, Markgraf en de Grosser Kurfürst” ook bevelen uit aan de Kronprinz Wilhelm. Desondanks raakten de König en Markgraf ernstig beschadigd in het heetst van de strijd. Kronprinz Wilhelm komt ongedeerd uit het gevecht maar laat een spoor van vernieling en verderf achter door het openen van vuur op de Britse oorlogsschepen.
Onder leiding van Commandant Noel Laurence heeft de Britse onderzeëer de J1 om klokslag 12:08 uur een torpedo afgevuurd op de Kronprinz Wilhelm. De torpedo liet een groot gapende gat achter in de Kronprinz. Ze zonk echter niet dit ondanks dat er voor tonnen aan water naar binnen stroomde. De compartimenten benedendeks waren waterdicht en dat gaf de Kronprinz de mogelijkheid om zich terug te trekken en koers uit te zetten naar de haven waar ze de komende maanden gerepareerd zou worden. Commandant Laurence kreeg een onderscheiding omdat de Kronprinz enkele maanden uit de roulatie was, maar ook omdat hij een twee uur durende aanvallen vanuit de diepte heeft overleefd. Nadat de oorlog in 1919 eindigde heeft men de Kronprinz laten afzinken omdat ze geen waarde meer had.
Tegenwoordig ligt ze op een diepte tussen de 20 en 38 meter. We zijn via de lijn/boei afgedaald op het achterschip en hier zijn we onder het schip gegaan op zoek naar de kanonnen. Op het achterschip hebben we onder andere de grote roeren bekeken. Vervolgens zijn we via de onderzijde van de romp naar voren gegaan. Na een halfuurtje hebben we ons al driftend in de stroming terug laten voeren over de romp waar we op een gegeven moment de shotline zagen. Na een bodemtijd van 40 minuten hebben we de opstijging aanvaard. Na een kwartiertje deco hebben we ons laten oppikken door de Halton. Heerlijk om even in de golven rond te dobberen na zo’n geweldige wrakduik!
Back to the past
Na de eerste duik zijn we afgemeerd op het eiland “Hoy” in het plaatsje Lyness. Op dit eiland staat een museum waar allerlei artefarcten uit de twee wereldoorlogen bij elkaar zijn verzameld. Daarbij kun je denken aan uniformen van matrozen en officieren, de schroef van een boot, kanonnen, torpedo’s, kranten en scheepskaarten, etc. In het verleden was hier ook een olieinstallatie en de daarbij behorende silo’s (18 stuks) gebouwd om deze schepen te voorzien van brandstof. Nu staat er nog één silo overeind en deze dient tegenwoordig als kleine bioscoop en heeft een verzameling van kleine (amfibie)voertuigen van het leger. Op de heuvels in de verte was het Britse hoofdkwartier van de marine gevestigd. Onder deze heuvel ligt tevens een groot oliereservoir met minimaal de inhoud van alle silo’s bij elkaar. We hebben daarnaast ook een bezoek gebracht aan de ondergrondse schuilkelders. We krijgen steeds een beter beeld van de Britse strategie om de Duitse vloot neer te krijgen.
SMS Dresden- Light Cruiser, Dresden II Class
Nu ligt ze op een diepte tussen de 12 en 36 meter. Ze ligt met haar bakboordzijde voor een kwart in het zand. Het lijkt of het dek is opengeritst met een blikopener. Hierdoor kent het wrak mooie doorkijkjes naar binnen. Ook kan dit schip op veel plaatsen naar binnen gegaan worden. We hebben het gehele wrak kunnen bekijken. We hebben onder andere een aantal mooie kanonnen zien liggen. Naast de brug zijn ook de grote ankerketting welke vanuit het voorschip loopt het bekijken waard.
Op de terugreis naar Stromness heeft Kieran een en ander verteld over het verleden van Scapa Flow, de schepen en admiraals die aan de macht waren tijdens de twee wereldoorlogen. Het plan voor morgen is ook doorgenomen. We gaan duiken op de Kronprinz Wilhelm en de Brummer en brengen een bezoek aan de begraafplaats van de marine.
Bron : Duiken
Een Zweeds oorlogsschip in Nederlandse wateren
18-08-2012
Een Zweeds oorlogsschip in Nederlandse wateren
In de serie Rapportage Archeologische Monumentenzorg (RAM) is recent nummer 201 verschenen:
Een Zweeds oorlogsschip in Nederlandse wateren.
Een waardestellend onderzoek op scheepswrak Sophia Albertina door A.B.M. Overmeer
ISBN/EAN: 9789057991905
In Nederlandse wateren liggen schepen uit Zweden, Engeland, Duitsland, Denemarken en Frankrijk. Die objecten zijn evenzeer onderdeel van het erfgoed van Nederland als van dat van het land van herkomst. Steeds vaker wordt dit gemeenschappelijk erfgoed in overleg met de betrokken landen beheerd en ontsloten.
Dit rapport gaat over het Zweedse schip Sophia Albertina, dat in 1781 verging voor de kust van Texel.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikt over duikers die op gezette tijden onder water archeologisch onderzoek uitvoeren. Het duikteam van de Rijksdienst heeft dit wrak in 2004 onderzocht.
Onderzoeker en toenmalig lid van het duikteam Alice Overmeer toont met het schrijven van dit rapport aan dat dit scheepswrak daadwerkelijk het Zweedse schip de Sophia Albertina is. Dat maakt dit scheepswrak tot één van de weinige scheepswrakken in Nederlandse wateren die nu officieel geïdentificeerd zijn. Dit is van groot belang en kan dienen als uitgangspunt voor nader archief- en historisch onderzoek in Nederland en Zweden.
U vindt een pdf op www.cultureelerfgoed.nl
Bron : Nieuwsbrief augustus RCE
Duikers vinden wrak legendarisch piraten schip
11-08-2012
Duikers in Tonga hebben het wrak van een schip ontdekt waarvan gedacht wordt dat het een historische piratenschip is met een legendarische schat aan boord. Het wrak zou de Port-au-Prince kunnen zijn, tot zinken gebracht door de lokale eilandbewoners nadat de piratenbemanning het scheepsruim had gevuld met goud en schatten geplunderd van Britse schepen.
Het Britse schip voer in de Pacific op zoek naar walvissen na het afdwalen van zijn belangrijkste missie, het overvallen en plunderen van schepen met waardevole lading. Maar bij het vinden van de Port-au-Prince in de Tongaanse wateren, namen de plaatselijke koning Finau Ulukalala II en zijn volk het schip in beslag en werd het grootste deel van de bemanning afgeslacht.
Tongaanse legende zegt dat chief Ulukalala, na het verwijderen van al het ijzer, dat van grote waarde in Tonga was op dat moment, het schip vervolgens tot zinken bracht met nog steeds bijna al zijn schatten aan boord. Er wordt aangenomen dat een aanzienlijke hoeveelheid koper, zilver en goud nog steeds aanwezig is in wrak, samen met een aantal zilveren kandelaars, wierook pannen, crucifixen en kelken. "
Het wrak werd ontdekt door de lokale duiker Tevita Moala. Greenwich Maritime Museum en de Archeologische Vereniging Marine hebben de leeftijd van het wrak bevestigd na een analyse van een koperen omhulling gevonden op de site.
"Dit is een belangrijke vondst voor de inwoners van Tonga. Dit schip wrak geeft een grote hoeveelheid informatie over de geschiedenis van Tonga en met name de Ha'apai eilanden.
Het is bekend dat de Port-au-Prince, een Franse gebouwd schip, in de Ha'apai eilandengroep aankwam op 9 november 1806, beladen met buit waaronder zilver en goud uit het erts. Na te zijn aangevallen door de eilandbewoners, werd op vier man na de hele bemanning vermoord, waaronder de kapitein van het schip, het schip werd verbrand tot aan de waterlijn.
Chief Ulukalala nam William Mariner, een jonge dek-hand, op om bij hem en zijn volk te blijven.
Mariner nam de naam Toki Ukamea aan, dat Iron Axe betekent en bij de terugkeer naar Engeland, schreef hij een gedetailleerd verslag van zijn ervaringen, een van de belangrijkste bronnen voor historici bij het bestuderen van pre-christelijke Tonga.
In de loop der jaren hebben tientallen mensen geclaimed het wrak te hebben gevonden. In 2009, ontdekte Brian Heagney, de eigenaar van een lokale duikbedrijf FinsnFlukes, een anker waarvan werd gedacht dat het van Port-au-Prince was. Maar chief Ulukalala had het schip los gesneden en naar land gesleept voor het ijzer voordat het tot zinken werd gebracht, zodat het vinden van het anker geen aanwijzingen gaf over de laatste rustplaats van de Port-au-Prince.
Bron : http://www.telegraph.co.uk
U-boot gevonden voor kust VS
28-07-2012
Voor de kust van de Amerikaanse staat Massachusetts is een Duitse onderzeeër uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. Duikers ontdekten het wrak van de U-boot zo'n honderd kilometer ten zuiden van het eilandje Nantucket.
De bijna 80 meter lange onderzeeboot werd maandag gevonden. Het team dat de ontdekking deed, zocht al bijna twintig jaar naar de onderzeeër.
De U-550 zonk op 16 april 1944. Kort daarvoor bestookte het schip een Amerikaanse tanker met torpedo's. Een ander Amerikaans schip viel daarop de Duitse onderzeeboot aan. Bij de zeeslag kwamen alle 44 Duitse bemanningsleden om het leven; ook 25 Amerikanen vonden de dood.
Canada
In Canada zou deze week ook een Duitse onderzeeër zijn gevonden. Duikers zeggen dat ze op de Churchill River in de regio Labrador een duikboot van zo'n 30 meter hebben ontdekt. Onderzoek moet nu uitwijzen of het om een Duitse onderzeeër gaat.
De Duitse ambassade in Canada zegt dat de Duitse marine actief was in Labrador. Als het de onderzeeboot is gelukt om meer dan 100 kilometer de rivier op te varen, zou dat spectaculair zijn, aldus de ambassade. Zie ook volgende Engelse artikel
Bron : NOS.nl
Oude scheepswrakken gevonden bij Athene
26-07-2012
ATHENE - Voor de kust van de Griekse hoofdstad Athene zijn zes oude scheepswrakken gevonden.
Foto: Cultureel Erfgoed,
De oudste is van de tweede eeuw voor Christus, de jongste van de vierde eeuw na het begin van de jaartelling. De gezonken schepen zijn goed bewaard gebleven, hebben archeologen woensdag gezegd.
Vier schepen lagen bij het eiland Makronisos, op een diepte van 37 tot 47 meter onder de zeespiegel. In de wrakken zaten amfora's uit Noord-Afrika, Sicilië en Rhodos. Iets ten westen ervan lagen nog twee gezonken schepen. Een ervan vervoerde bouwmateriaal, de ander amfora's.
In de wateren rond Athene zijn meer scheepswrakken uit de oudheid gevonden. De ontdekkingen tonen aan dat het duizenden jaren geleden een belangrijke scheepvaartroute was, zeggen de archeologen.
Door: ANP
Laatste gezonken onderzeeboot WO II in vizier
24-07-2012
Niets is er nog van de Hr. Ms. O-13 vernomen sinds de Nederlandse onderzeeboot in de avond van 12 juni 1940 de haven van het Schotse Dundee verliet richting Noorse wateren. De 31 Nederlanders en drie Britten aan boord moesten voorkomen dat de Duitse oorlogsschepen Engeland zouden bereiken.
Sinds in oktober bij Indonesië de in 1941 gezonken K-16 is gelokaliseerd, is de O-13 de laatste onderzeeboot die nog niet terecht is.
Maar het net rondom de O-13 lijkt zich langzaam te sluiten. Sinds de vondst van de K-16 door Australische duikers maakt Defensie serieus werk van de zoektocht naar de laatste van zes verdwenen duikboten. Eenvoudig is dat niet: in tegenstelling tot de andere gezonken boten zijn er geen getuigen.
Zeemijnen
De marine heeft daarom vorig jaar vissers, maritieme onderzoekers en offshore-bedrijven gevraagd om in een zorgvuldig uitgekozen gebied opvallende objecten op de zeebodem door te geven. Hiervoor is een zone uitgezet van 25 bij 25 kilometer die op de route van de O-13 lag en bezaaid was met zeemijnen.
Mogelijk is de boot op zo'n mijn gevaren. Een andere theorie wil dat de O-13 is overvaren door de Poolse onderzeeër Wilk. Maar aan dit verhaal wordt al vele jaren getwijfeld. Mogelijk voer de Wilk op een boei en maakte de bemanning er uit schaamte een spannender verhaal van.
Expeditie
De vraag van Defensie leverde vijftig hits op, vooral van vissers wier netten op de bodem bleven haken, vertelt Jouke Spoelstra, officier bij de Onderzeedienst van de Koninklijke Marine. In samenwerking met het Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945 is hij bezig om een twaalfkoppige expeditie voor te bereiden. Als het weer gunstig is, vertrekt hij in september, uiterlijk oktober naar de zuidelijke Noorse wateren. Nederlandse maritieme bedrijven als Fugro, WNL en Tranship hebben (sonar)apparatuur en het schip de Tridens toegezegd.
Volgens Spoelstra is de kans '80 procent' dat één van de vijftig objecten de O-13 is, vermoedelijk op een diepte van vijftig tot zestig meter. De kans op succes kan nog toenemen als hij de beschikking krijgt over speciale sonarapparatuur waarmee ook diep onder het zand gezocht kan worden. "Andere wrakken zijn bijna altijd gevonden nadat vissers hun netten verloren. Zo is de K-16 gevonden op directe aanwijzing van een visser."
Polen
Omdat in het tot 'prio1' omgedoopte zoekgebied mogelijk ook de Poolse onderzeeër Orzel en de Britse duikboten N-71 en N-65 liggen, is er volop internationale aandacht voor de Nederlandse expeditie. "Vooral de Polen zijn heel patriottistisch. Als wij hun boot vinden, gaat daar echt de vlag uit", zegt Spoelstra.
Nabestaanden
Naamgenoot Jan Spoelstra, voormalig onderzeeboot-commandant en vicevoorzitter van het Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945, is blij met alle inspanningen. Hij zou graag zien dat nabestaanden van de 34 slachtoffers duidelijkheid krijgen.
"Zij willen heel graag weten waar hun man, vader of broer liggen. Dat wordt wel eens onderschat. Het is een ereplicht om hen terug te vinden. Als we kunnen zeggen: uw rouwplaats is hier, daalt er een grote rust neer. We hebben uiteraard geluk nodig. Alle machines lijken in werking te zijn."
Traditiekamer
Mocht de O-13 worden gevonden, dan zal de boot niet uit het water gehaald worden. Wel volgt dan op volle zee een ceremonie en neemt Defensie een object mee naar huis, bedoeld voor de Traditiekamer van de Onderzeedienst in Den Helder. Het stuurwiel van de vorig jaar gevonden K-16 ligt hier ook.
Zes verdwenen boten
Tegenover vier onderzeeboten nu, bezat de Onderzeedienst rond de Tweede Wereldoorlog 28 exemplaren. Drie werden in beslag genomen en afgebouwd door de Duitsers, zes verdwenen op zee, één boot werd vernietigd in het dok tijdens een bombardement op Soerabaja. Van de zes boten die op zee verdwenen, vergingen de K-16, de K-17, de O-16 en de O-20 in de wateren van toenmalig Nederlands-Indië. De O-13 en de O-22 vergingen op de Noordzee. In totaal vonden 213 bemanningsleden de dood.
Documentaire 'Still on Patrol' in de maak
"Elke keer als ik die foto's zie, waardoor, ik weet het niet, dan schiet ik vol", zegt Coen Laan (84) in de nog onvoltooide documentaire 'Still on Patrol'. In zijn hand houdt hij een foto van zijn broer Lodewijk, één van 31 Nederlandse opvarenden van de in 1940 gezonken onderzeeboot O-13. De matroos 2e klasse was achttien jaar toen de zestig meter lange duikboot zonk. Van de documentaire in de maak, is op internet al een voorproefje te zien. Het is een project van mediabedrijf In2Content waaraan omroep Max deze week zijn naam verbond. De naam Still on Patrol refereert aan de officiële status van de (vermiste) boot. Als eerbetoon aan de slachtoffers heeft Defensie de status zo gelaten. Documentairemaker Wilco Pleging traceerde vele nabestaanden en sprak er elf. De meesten komen uit Den Helder, uitvalsbasis van de Onderzeedienst van de marine. Pleging zoekt nog nabestaanden, onder wie familie van commandant E.H. Vorster. Meer informatie is te vinden op stillonpatrol.nl.
Zilverschat ontdekt in Zweeds oorlogsschip Mars
16-07-2012
Tijdens een duik naar het legendarische Zweedse oorlogsschip Mars, dat vorig jaar nabij het eiland Öland in de Oostzee werd gevonden, is er een groot aantal zilveren munten uit de 16e eeuw gevonden. De munten verkeren in uitstekende conditie.
“De munten zijn in uitstekende conditie en zijn van enorme historische waarde, vooral gezien het feit ze onderwater zijn gevonden,” aldus een vertegenwoordiger van Ocean Discovery/Deep Sea Productions, de duikorganisatie die het scheepswrak heeft gevonden.
Volgens de duikers stammen de munten uit de tijd van koning Erik XIV van Zweden, die van 1560 tot 1568 over Zweden heerste. De Mars was het grootste oorlogsschip onder het bevel van Erik XIV. Het schip had een lengte van 48 meter, was bewapend met 107 kanonnen en er konden ruim 800 man aan boord. De Mars ging in 1564 voor het eerst van wal en zonk nog in hetzelfde jaar tijdens een gevecht met de Denen.
Het schip zonk ergens tussen de Zweedse eilanden Öland en Gotland. Er is jaren naar gezocht, tot een team duikers het wrak in augustus 2011 vonden. Volgens Andreas Olsson, hoofdarcheoloog van de Royal Swedish Maritime museum, is de Mars de ‘missende link’ in de tijdsloop van historische schepenbouw.
Bron: The Local
Uniek Duits watervliegtuig uit WOII geborgen
16-07-2012
In Noorwegen is een groep wetenschappers erin geslaagd een Duitse Heinkel He-115 torpedobommenwerper te bergen uit een fjord bij het eiland Prestøya. Daar verdween het toestel ruim 70 jaar geleden onder water na een mislukte landing. Ondanks het lange verblijf op de zeebodem verkeert het toestel nog in opmerkelijk goede staat. Experts vermoeden zelfs dat de Heinkel nog in staat zal zijn te vliegen.
De locatie van de Duitse Heinkel He-115 bommenwerper werd voor het eerst ontdekt in 2005 door een team van Noorse kaartmakers. Zij waren bezig met het testen van nieuwe sonar-apparatuur toen zij voor de kust van het eiland Prestøya een vliegtuigwrak aantroffen. Duikers stelden al snel vast dat het ging om Duits watervliegtuig van het type Heinkel, waarvan er slechts 300 gemaakt zijn en er nog nooit een werd teruggevonden. Vanwege de minimale stroming in de fjord en de lage hoeveelheid zuurstof in het water bleek het toestel nog in zeer goede staat te verkeren.
Mislukte landing
De Noorse luchtmacht nam de Heinkel-bommenwerper in 1939 over van Nazi-Duitsland. De aankoop van het toestel kon echter niet voorkomen dat Noorwegen nog geen jaar later door datzelfde Duitsland werd veroverd. De Duitse Luftwaffe confisqueerde de Heinkel vervolgens en zette het watervliegtuig in om Geallieerde schepen te bombarderen. Het ging echter mis op 29 december 1942, toen het toestel probeerde te landen voor de kust van Prestøya. Een van de drijfveren van het toestel brak af, waardoor de Heinkel omsloeg. De drie Duitse bemanningsleden wisten zichzelf tijdig in veiligheid te brengen, maar het toestel zelf verdween naar de zeebodem.
Bergingsactie
Nadat een groep Noorse wetenschappers maandenlang geld inzamelde en de bergingsactie zorgvuldig plande, lukte het vorige maand om het unieke watervliegtuig van de bodem te halen. Vervolgens werd de Heinkel met een sleepboot naar Hafrsfjord gebracht, waar het toestel met een hijskraan uit het water werd getild. “Het vliegtuig zag eruit alsof het pas gisteren was gezonken”, aldus Oliver Scott, een ooggetuige van de operatie. “Je kon de swastika nog op het staartstuk zien staan en het machinegeweer was zelfs nog voorzien van ammunitie”.
Restauratie
De Heinkel ligt inmiddels opgeslagen in het luchtvaartmuseum in Stavanger, waar het eerst twee jaar bewaard zal blijven in een zoetwatertank. Vervolgens zal het toestel gerestaureerd worden en een prominente plaats krijgen in het museum. Vanwege de goede conditie van het toestel hebben sommige experts zelfs nog de hoop dat de meer dan 70 jaar oude Heinkel ooit nog zal vliegen. Zie het onderstaande bronartikel voor foto's en videobeelden van de berging.
Bron: The Daily Mail
Marine duikt resten Walcheren op
10-07-2012
AMSTERDAM - Marineduikers hebben mogelijke restanten van het historische schip Walcheren opgedoken.
Foto: Novum
Ze hebben scheepsbalken van twee en acht meter met metalen pennen aangetroffen en een bakstenen muurtje dat mogelijk deel was van de broodbakoven van het vlaggenschip. Dat laat het ministerie van Defensie dinsdag weten.
De Walcheren, die bij diverse grote zeeslagen was betrokken, verging in 1689 voor de haven van Vlissingen. Hierbij kwamen 24 opvarenden om.
De provincie Zeeland had de marine gevraagd onderzoek te verrichten in de Scheldemonding bij Vlissingen.
Botsing
Onderzoek had uitgewezen dat de Walcheren vermoedelijk in botsing was gekomen met het Westerhoofd van de Koopmanshaven en tot zinken kwam bij de voormalige ingang van de Nieuwe Haven.
Sonar- en magnetisch onderzoek toonden hier veel verstoringen in de bodem. De marine ging maandag en dinsdag op onderzoek uit met een onderwaterrobot, sonar en duikers.
De sterke stroming en het zeer slechte zicht onder water maakten de zoektocht complex. De gevonden voorwerpen worden in overleg met de provincie, de gemeente Vlissingen en culturele instellingen aan nader onderzoek onderworpen.
Door: Novum
Marine speurt naar gezonken admiraalschip Walchere
09-07-2012
VLISSINGEN - Voor de kust bij de Vlissingse Koopmanshaven is de marine maandag en dinsdag op zoek naar restanten van het in 1689 gezonken admiraalschip 'Walcheren'. Sonarapparatuur en duikers moeten uitwijzen of het wrak dat op deze plek ligt ook echt van het schip van admiraal Cornelis Evertsen is.
Zoektocht
Onbekend is wat zich nog op de bodem bevindt; de restanten zijn al eeuwen onderhevig aan de sterke stroming in de Westerschelde en erosie. De stroming en het slechte zicht onderwater maken het onderzoek overigens extra complex. Voor de marine biedt de duikopdracht daarom een ideale gelegenheid in het kader van opleiding en training van duikers en ander personeel. Daarnaast wordt vanuit marinehistorisch oogpunt grote waarde gehecht aan de zoektocht.
Tijdens verschillende oorlogen tegen Engeland was de Walcheren erg belangrijk voor de provincie Zeeland. Volgens de Vlissingse maritiem historicus Doeke Roos zouden er nog zo'n 30 kanonnen aan boord liggen.
Ereronde
Bij terugkeer van een zeeslag voer het schip voor de Vlissingse kust een ereronde. Tijdens deze ereronde botste het schip tegen het havenhoofd en zonk. Hierbij kwamen 24 opvarenden om. Honderden mensen waren hiervan getuige. Verschillende pogingen om het schip destijds te bergen, mislukten.
Resultaat
Mochten de verkenningen resultaat opleveren, dan zal de Koninklijke Marine in overleg met de provincie Zeeland, de gemeente Vlissingen en culturele instellingen besluiten of- en zo ja: welke objecten geborgen kunnen worden.
Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van de provincie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
De marine zoekt ondermeer met de REMUS-onderwaterrobot een groot gebied af. De REMUS (Remote Environmental Monitoring UnitS) is al sinds 2005 in gebruik bij de Duik- en Demonteergroep (DDG). De robot is vooral ontwikkeld om invasiestranden snel te kunnen afzoeken op verborgen mijnen of andere obstakels. De REMUS, die is uitgerust met een elektromotor, kan dit met zijn ingebouwde sonarapparatuur efficiënter dan marineduikers dit kunnen.
Na het uitlezen van data en informatie die de REMUS verzameld word door marineduikers met een akoestische camera (Navigator) verder gezocht. Daarbij zijn maandag een aantal objecten geborgen door de duikers die nader onderzoek vergen. Het onderzoek van de DDG heeft maandag geen grote nieuwe aanwijzingen opgeleverd.
De DDG ondersteunt steeds vaker de civiele autoriteiten, zowel bij het opsporen van drugs of stoffelijke overschotten als bij calamiteiten. Maar ook voor de havenbescherming wordt de eenheid ingezet. Zo voert de eenheid standaard een preventief bommenonderzoek uit bij staatsbezoeken, evenementen en havenbezoeken van buitenlandse oorlogsschepen.
Bron : OmroepZeeland
Film: Duik met John Chatterton op de Lusitania
08-07-2012
n mei 1915 werd de RMS Lusitania met één torpedo door een Duitse onderzeeër tot zinken gebracht. John Chatterton dook in 1994 op het wrak. Nu geeft hij het commentaar bij de videobeelden.
1198 mensen lieten het leven toen de Lustitania, een oceaanstomer met ruim 1959 passagiers, door een Duitse U-Boot in de Ierse Zee werd getorpedeerd. Het schip was van New York onderweg naar Engeland. Voor de Amerikanen heeft dit incident ertoe bijgedragen dat ook zij later de Duitsers de oorlog verklaarden.
In 1994 nam John Chatterton deel aan de Starfish Enterprise, de eerste technische duikexpeditie naar het wrak dat op ca. 100 meter diepte ligt. Er werden 10 duiken gemaakt zonder incidenten.
John Chatterton geeft nu commentaar bij de videobeelden die hij zelf maakte. Zoals hij aangeeft, «in die tijd was een duik naar een wrak op 100 meter in de oceaan erg diep».
Klik hier voor een recent artikel over het zinken van de Lusitania.
Bron : Duikeninbeeld
Op jacht naar geschiedenis
29-06-2012
Het meest noordelijke puntje van Nederland op zee? Op de zeekaart heet het Doggers Tail End. En op diezelfde kaart is te zien dat er best wat wrakken liggen. Maar ze hebben in de regel geen naam, slechts een nummer. Het is compleet onduidelijk wat er precies op de bodem ligt.
Dat maakt het natuurlijk hartstikke geinig om op zo’n onbekend object een duikje te wagen. Wat komen we tegen? Oorlogsschip of vissersboot? Hout of staal? Aan boord hebben Ivar en Pim de taak om zulke onbekende wrakken in te meten, een schets te maken en zo veel mogelijk kenmerken te noteren. Ze krijgen daarbij hulp van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed.
De mooiste duik voor hen is tot nu toe die op wrak 6172. Zo’n veertig meter lang, vrij smal, een karakteristieke veegkont en nog steeds recht op in het zand. Twee mastvoeten en een hulpketel. Pim en Ivar, die er gewapend met een snijplank (om op te schetsen) twee duiken op maakten, dachten eerst aan een zeilschip, een tweemaster.
Tot Ivar in alle documentatie die hij bij zich heeft, stuitte op een incident dat te boek staat als de Russian Outrage (1904/1905). Rusland had op dat moment ruzie met Japan en de Baltische vloot onder leiding van admiraal Roshdestvensky was op oorlogspad. Op de Doggersbank voer op dat moment een vloot van tachtig Engelse vistrawlers en die had de pech om de Russen tegen te komen. Wat de Russen heeft bezield, is een compleet raadsel, maar die dachten dat ze de Japanners voor zich hadden. Ze hadden last van stress, zegt Ivar. En daarom openden ze het vuur. Lees verder bij Duikeninbeeld
Duiker vindt verloren wrak van Piraten Koning
03-06-2012
Maritieme archeologen gaan op de Scilly-eilanden de site van een wrak te onderzoeken om te ontdekken of het de resten zijn van een schip dat behoort tot een legendarische piraat.Het Engelse instituut voor cultureel Erfgoed zal de site onderzoeken na het uitgebreide detective werk van de plaatselijke duiker Todd Stevens, die suggereeerd dat het de laatste rustplaats is van de John, een 44-gun fregat.
Het schip, onder het commando van kapitein John Mucknell, was het vlaggenschip van een piraten vloot, die een schrikbewind voerde rond de eilanden tijdens de onrust van de Engels Burgeroorlog in het midden van de jaren 1600. Ze ging verloren na een felle strijd met drie schepen die door het Parlement waren gestuurd om op haar te jagen. Alison James, maritiem archeoloog van English Heritage, zei dat als onderzoek bevestigt dat het de John is, het zou kunnen dat dit nieuwste beschermde scheepswrak van Groot-Brittannië wordt. "Het is van belang omdat het een schip is uit een vroege periode, "zei ze."We weten dat de John een royalistisch schip was en we weten dat het verloren is gegaan in 1645."Dit is een voorlopig onderzoek, maar het kan blijken dat het van grote historische betekenis is. "
Bron : http://www.thisiscornwall.co.uk
Australië : wrak onderzeeër WO II open voor duiker
29-05-2012
Australië gaat het wrak van een Japanse miniduikboot die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de haven van Sydney een aanval uitvoerde, openstellen voor duikers. De autoriteiten deelden vandaag mee dat er nog persoonlijke bezittingen van de bemanning in het wrak liggen.
De beslissing markeert de 70ste verjaardag van de aanval van de duikboot, die paniek zaaide in Sydney. 'Het gaat om een proef. De beslissing heeft de steun van de regeringen van de Commonwealth en van Japan', verklaarde de Australische minister voor Milieu en Erfgoed, Robyn Parker.
Miniatuurduikboten
Tijdens een verkenningsvlucht identificeerden Japanse vliegtuigen eind mei 1942 schepen van de geallieerden in de haven van Sydney. De bevelhebber van een vloot van vijf Japanse duikboten besloot daarop om drie miniatuurduikboten ten aanval te sturen. De mini-onderzeeërs hadden elk twee mannen aan boord.
De drie duikboten slaagden erin ongemerkt de haven binnen te komen en probeerden de geallieerde schepen tot zinken te brengen. Uiteindelijk werden ze opgespoord, waarna twee van de drie schepen zichzelf tot zinken brachten, met de dood van de bemanning tot gevolg. De derde onderzeeër vuurde een torpedo af op de Amerikaanse kruiser USS Chicago en bracht de Australische HMAS Kuttabul tot zinken, waarbij 21 mariniers omkwamen.
Explosieven
De wrakken van de eerste twee onderzeeërs waren teruggevonden door de geallieerden. Het lot van de derde bleef een mysterie totdat duikers het wrak in 2006 terugvonden aan de noordelijke stranden van Sydney.
Het wrak bevat vermoedelijk de resten van de twee bemanningsleden en hun persoonlijke bezittingen. Er bevinden zich ook explosieven, maar die liggen diep onder het zand begraven. Rondom het wrak is een veiligheidszone ingesteld, die bewaakt wordt door camera's. De duikers worden op gecontroleerde wijze toegelaten, maar wie van de duik profiteert om zaken uit het wrak te roven, riskeert een boete tot 1,1 miljoen Australische dollar (861.000 euro).
Bron : AD.nl
Lichten en conserveren van een hoekman
05-05-2012
Onderzoek aan een 17e eeuws houten scheepsbeeld
Op 11 mei 2010 is een los op de zeebodem liggend beeld afkomstig van de achtersteven van het zogenaamde Ghost ship geborgen. Dit scheepswrak staat op een diepte van 130 meter rechtop op de bodem van de Baltische zee en is zo compleet, dat zelfs twee van de drie masten nog recht overeind staan. Voorlopig onderzoek toont aan, dat het vermoedelijk om een 17e eeuws fluitschip gaat, een type vrachtschip dat in die tijd in Nederland veelvuldig werd gebouwd en in gebruik was voor de handel met de landen rond de Oostzee. Onderzoek van het beeld levert mogelijk meer informatie op over herkomst en datering van het scheepswrak. De hoekman wordt bij RCE-Scheepsarcheologie geconserveerd.
Het beeld, een zogenaamde Hoekman, lag een eind van het schip vandaan op de zeebodem. Oorspronkelijk stond op beide hoeken van de spiegel een Hoekman, een beeld van een koopman gekleed in de stijl van de 17e eeuw. Het is 1,71 meter hoog, heeft een doorsnede van ongeveer 50 cm en weegt naar schatting tussen de 150 en 200 kilo. Het betreft de Hoekman van bakboordzijde. De lichting van het beeld is uitgevoerd door een team van Marin Mätteknik AB (MMT) onder leiding van medewerkers van de Zweedse maritieme musea (SMM) en de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad. De voorbereidingen voor de berging en de berging zelf zijn vanaf het onderzoeksschip “Ice Beam” uitgevoerd met behulp van een Remote Operating Vehicle (ROV), een op afstand bestuurbare robot. Met de kraan van de Ice Beam werd het beeld bij kalme zee langzaam (gemiddeld 10 meter per minuut) naar de oppervlakte gehesen. Het beeld werd van de zeebodem opgepakt door een met schuim beklede grijper, begeleid door ROV’s met onderwatercamera’s zodat de operatie nauwlettend vanuit de controlekamer van het onderzoeksschip kon worden gevolgd. Duikers hebben met behulp van touw de grijper gezekerd, zodat deze tijdens de overgang van water naar oppervlakte niet zou openklappen. Op het achterdek van de Ice Beam werd de Hoekman kort geïnspecteerd en verpakt.
Vervolgens is het beeld naar Stockholm overgebracht en in een bak met kraanwater geplaatst tot de overdracht aan Nederland was geregeld. In oktober 2011 is de Hoekman voor onderzoek en conservering overgebracht naar de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad. Ook hier wordt de Hoekman voorlopig onder water bewaard in afwachting van de resultaten van dendrochronologisch ofwel jaarringonderzoek, pigment- en iconografisch onderzoek. Zodra deze onderzoeken zijn afgerond kan met de definitieve conservering worden gestart. Lees verder
Bron : Nieuwsbrief RCE
Mogelijk scheepswrak gevonden met lading cognac
16-02-2012
Duikers zeggen een scheepswrak te hebben gevonden met aan boord een waardevolle lading cognac en drank. Het schip is tijdens de Eerste Wereldoorlog gezonken in de wateren tussen Zweden en Finland.
Een duikteam uit de West-Finse kuststad Rauma liet donderdag weten dat zij het schip hadden gevonden in de Botnische Golf, ten noorden van de Åland Eilanden en ten westen van Rauma. De groep, het Raumanmeren Hylky-Team, weigert over de locatie nadere informatie bekend te maken. Wel is bekend dat de lading op circa 80 meter diepte ligt.
De Zweedse stoomboot Kyros had honderden flessen cognac en drank aan boord toen het werd getorpedeerd door een Duitse U-boot, op 19 mei 1917. Die dag zonken nog 8 andere Zweedse schepen.
De Kyros
Volgens sommige berichten had het schip een gemengde lading aan boord met onder meer staalproducten en wel 1.000 flessen cognac en 300 flessen sterke drank.
Duikteams zoeken al jaren naar het mythische schip. In de laten jaren 90 van de vorige eeuw geloofde een Zweedse groep schatduikers dat zij het vaartuig hadden gevonden, maar het object bleek een partij rotsen te zijn. Volgens de Finse duikers is het schip behoorlijk in tact gebleven. Zij moeten nog besluiten of zij de lading willen bergen voor nader onderzoek. Er zijn plannen om dit de komende zomer eventueel te proberen.
Volgens duiker Pasi Rytkönen tegenover de Finse publieke omroep YLE is het erg moeilijk om op de grote diepte te werken. "Het schip is in tact, maar het begint al een beetje uit elkaar te vallen. Er is ook veel sediment. Je kan niet zomaar naar beneden gaan en naar boven brengen wat daar ligt."
Het team van Rytkönen wil doorgaan met duiken, waarbij een grotere robot wordt gebruikt. Onduidelijk is wat er vervolgens gaat gebeuren. Er is geen eigenaar van het schip of lading bekend. Volgens Rytkönen is de situatie duidelijk: "Wie vindt mag houden!"
In 2010 haalden andere Finse duikers het wereldnieuws toen een lading waardevolle champagne uit een scheepswrak bij de Åland Eilanden werd gevonden.
Zie ook:
- Sonarfoto van het scheepswrak
Bron : Finlandsite
Fauna op Noordzeewrakken is uniek
02-02-2012
Wrakken in de Noordzee zijn van groot belang voor de biodiversiteit in zee. Dat blijkt uit recent onderzoek van Bureau Waardenburg. Op een wrak zitten gemiddeld zo’n 250 verschillende diersoorten. Zeker 90% van deze soorten komen niet voor op omliggende zandbodems. Wrakken herbergen daarmee ongeveer de helft van de biodiversiteit van het Nederlands Continentaal Plat. Hierdoor zijn wrakken unieke gebieden in zee en is goede bescherming van groot belang, vinden de samenwerkende organisaties van Bescherm een wrak.
De wrakken op de bodem van de Noordzee zijn nog de weinige plekken waar tegenwoordig specifieke diersoorten die leven op harde ondergronden, ofwel hard substraat, te vinden zijn. Naar schatting bestond zo’n 100 jaar geleden één vijfde tot één derde van de bodem uit hard substraat. Dit waren uitgestrekte oestergronden, veenbanken, zwerfkeien en restanten van bomen. Door menselijke activiteiten, voornamelijk bodemberoerende visserij, is veel hiervan verdwenen. Ook natuurlijke processen zoals erosie kunnen hierin een rol gespeeld hebben.
Er is tot nog toe nog maar weinig onderzoek gedaan naar het ecologisch belang van wrakken in de Noordzee. Bureau Waardenburg concludeert uit diverse monitoringen, die de afgelopen 30 jaar op de Noordzee zijn gedaan, dat op wrakken in de Noordzee ongeveer evenveel diersoorten zitten als op de omringende zandbodem. Maar, de diersoorten die op wrakken zitten, zijn niet dezelfde als die op zandbodems leven. Zeker 90% van de fauna is uniek voor harde ondergronden. Wrakken bieden ook beschutting aan bijzondere soorten, zoals de zwaar overbeviste kabeljauw, of het door exoten bijna verdreven spookkreeftje. Daarnaast vervullen wrakken mogelijk ook een belangrijke kraamkamerfunctie.
Het grote belang van wrakken voor de biodiversiteit in de Noordzee betekent dat deze wrakken beter beschermd moeten worden, vinden de partijen die samenwerken binnen het project Bescherm een wrak. Wrakken staan onder druk door hobbymatige- en beroepsvisserij, waarbij regelmatig vistuig, zoals lood en vislijnen of netten, achterblijft op de wrakken, en door het slopen van wrakken voor waardevolle metalen, zoals koper en brons. De overheid heeft vanuit diverse wet- en regelgeving de verplichting om de biodiversiteit in zee te beschermen. Wettelijke bescherming van wrakken kan een concrete bijdrage leveren aan het nakomen van deze afspraken.
Bescherm een wrak is een initiatief van Stichting De Noordzee, Duik de Noordzee schoon, Vereniging Kust & Zee en Sportvisserij Nederland. Samen met alle gebruikers en liefhebbers van scheepswrakken in de Noordzee proberen wij scheepswrakken te beschermen en duurzaam te gebruiken. Meer informatie: www.beschermeenwrak.nl
Bron : Duiken
Mammoet Salvage en de U-864
08-11-2011
Er was sprake van dat Mammoet Salvage nog dit jaar de U-864 zou gaan bergen.
De opdracht werd reeds op 30 januari 2008 gegeven en betreft het bergen van het wrak van een Duitse onderzeeër uit de 2e Wereldoorlog. De U-864 ligt op 150 meter diepte bij het eiland Fedje voor de kust van Noorwegen met een lading bestaande uit onder andere 67 ton kwik in 1857 stalen flessen. Begin 2003 ontdekte de Noorse Marine het wrak en uit onderzoek bleek dat verschillende flessen al waren doorgeroest en lekten. Er zijn in Noorwegen echter twee kampen die een tegengestelde mening over een eventuele berging hebben. Het is dus nog niet zeker of de U-864 gelicht gaat worden en er zijn veel voorstanders die de wraklokatie willen afdekken op de Tsernobyl manier.
Het verhaal over de ondergang van de U-864 laat zich lezen als een spannend jongensboek. Kapitein Ralf-Reimar Wolfram met een 50-koppige bemanning en 18 Duitse en 2 Japanse ingenieurs en wetenschappers, vertrok op 5 december 1944 uit Kiel. De missie van de U-864 was om militair equipement naar Japan te vervoeren, waaronder Messerschmitt straalmotoren, V2 onderdelen en het nu weglekkende kwik. De onderzeeboot was voor vertrek uitgerust met een snorkelmast die niet helemaal naar behoren werkte. Op 9 december arriveerde het schip in Horten, Noorwegen waar de nodige reparaties werden verricht.
De volgende stop was in Bergen, maar de U-864 liep aan de grond en ging naar Farsund voor inspectie en reparatie. Pas op 5 januari 1945 kwam de U-648 in Bergen aan. De onderzeeboot liep lichte schade op toen de haven van Bergen op 12 januari werd gebombardeerd door 33 RAF bommenwerpers. Na reparatie van de schade en justering van de snorkelmast maakte de onderzeeboot verschillende proefvaarten. In de tussentijd was er een Britse onderzeeboot onder commando van luitenant James ‘Jimmy’ S. Launders vertroken uit Lerwick op de Shetland eilanden naar Fedje ten noorden van Bergen.
|
|
|
|
Op 6 februari 1945 passeerde de U-864 Fedje zonder opgemerkt te worden. Ze kreeg echter problemen met de motor en kreeg het bevel naar Bergen terug te keren. Een nieuw escorte vaartuig zou op 10 februari in Hellisoy worden toegevoegd, maar op 9 februari hoorde men op de HMS Venturer de lawaaiige defecte dieselmotor van de Duitse sub en werd een periscoop gesignaleerd. In een ongebruikelijk lange ontmoeting tussen de onderzeeboten, wachtte Launders 45 minuten tevergeefs op het boven water komen van de U-864 en besloot toen in actie te komen. Toen Ralf-Reimar Wolfram zich realiseerde dat ze gevolgd werden door een Britse onderzeeboot, terwijl hun escorte nog niet in zicht was, volgde hij een zigzag koers om aan de torpedo’s te kunnen ontsnappen.
De Venturer had slechts acht torpedo’s (vier in de lanceerbuizen en vier om te herladen) tegenover 22 aan boord van de U-864. Na drie uur kat en muis spel besloot Launders een calculatie te maken van zijn tegenstanders zig-zag koers en lanceerde een viertal torpedo’s die na 4 minuten hun doel moesten bereiken. De eerste torpedo werd gelanceerd om 12.12 uur en vervolgens nummer twee, drie en vier om de 17 seconden. Daarna liet Launders zijn onderzeeboot snel duiken om eventuele torpedo’s van zijn tegenstander te ontwijken. De mensen op de U-864 moeten de torpedo’s hebben horen aankomen en ook kapitein Wolfram liet zijn schip een snelle duikbeweging maken in combinatie met een scherpe bocht. Hij wist de eerste drie torpedo’s te ontwijken, maar stuurde zijn schip onwetend in het pad van de vierde. Het was de eerste en enige keer dat een onderzeeboot opzettelijk een andere onderzeeboot heeft vernietigd terwijl ze beide onder water waren. De U-864 implodeerde, brak in tweeën en vond met de complete bemanning een zeemansgraf op 150 meter diepte op twee zeemijlen ten westen van het eiland Fedje.
In 2003 werd het wrak op aanwijzing van lokale vissers door de Noorse Marine gevonden. Al gauw werd het duidelijk dat het 2400 ton wegende wrak met de flessen kwik en op scherp staande torpedo’s een potentieel gevaar voor de omgeving vormt. De huid van de onderzeeboot, oorspronkelijk 5 mm dik, was op sommige plaatsen door roestvorming nog maar 1 m dik en kwik sijpelde al uit de metalen flessen. In een drie jaar durende studie van de Norwegian Coast Administration werd geadviseerd om het wrak af te dekken met 12 meter zand met grind en beton als versterking. Lokale instanties hadden echter veel kritiek op deze oplossing en hadden de voorkeur voor een berging.
Op 11 november 2008 gaf de Norwegian Coastal Administration aan Mammoet Salvage BV opdracht in de vorm van een 'letter of intent' om de onderzeeboot met lading te bergen. Dit op grond van een goed uitgewerkt bergingsplan waarbij geen duikers ingezet hoeven worden en alles op afstand wordt gecontroleerd. Mammoet’s reputatie van de berging van de Russische atoomonderzeeër Koersk speelde hierbij ook een rol. Volkomen onverwacht werd de naar schatting 1 biljoen Noorse kronen (172 miljoen US dollar) kostende operatie, gepland voor 2010, uitgesteld met de argumentatie dat er nog diepgaand onderzoek moest worden verricht voordat er tot berging kan worden overgegaan. Zie ook de U-864 en Wikipedia
Bron : www.proteusproducties.nl
Schepen Francis Drake ontdekt
08-11-2011
Meer dan vier eeuwen na de dood van de legendarische Engelse avonturier Francis Drake (1540-1596), denken archeologen dat ze twee van zijn schepen hebben ontdekt voor de kust van Panama. Dat hebben ze maandag bekendgemaakt. De onderzoekers vonden de schepen in de smaragdgroene Caribische wateren waar de zeeheld annex kaper begraven zou zijn in een loden doodskist. Ze maakten gebruik van technologieën die gebruikt worden door de olieindustrie om de schepen op te sporen.
Volgens het team dat naar de schepen zocht, is ''het bewijs overweldigend'' dat de schepen inderdaad deel uitmaakten van de expeditie van Drake.
Overvallen
Drake maakte in zijn tijd furore door talloze schepen te overvallen, waaronder een aantal Spaanse zilvertransporten. Ook in militair opzicht kende hij grote successen. In 1588 versloeg hij als viceadmiraal van de marine de Spaanse Armada. Door zijn preventieve aanval op de vloot moesten de Spanjaarden hun geplande invasie van Engeland een jaar uitstellen.
Slaven
Drake was de eerste Engelsman en de derde Europeaan die met zijn schepen rond de wereld zeilde. Hij vervoerde niet alleen buitgemaakt Spaans zilver, maar ook slaven.
In 1596 kwam hij aan zijn einde door dysenterie, enkele weken nadat hij de slag om San Juan (Puerto Rico) had verloren van de Spanjaarden.
Bron : NU.nl
Gedumpte munitie is tijdbom
28-10-11
De zeeën rondom Europa wacht een nieuwe bron van vervuiling. Duizenden tonnen chemische wapens zullen doorroesten en gaan lekken. In de Oostzee wordt onderzocht wat de mogelijke consequenties zijn.
Niemand weet precies hoeveel afgedankte chemische wapens de golven rondom Europa verbergen. De Oostzee bijvoorbeeld, waar de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog munitie afkomstig uit Duitse arsenalen overboord zetten: minstens 40.000 ton, waarvan zeker 13.000 ton giftige substanties. Eenzesde van die hoeveelheid is genoeg om al het leven in de Oostzee voor honderd jaar uit te roeien.
Hele Oostzee morsdood
Geen geruststellend idee, voor wie bedenkt dat het mosterdgas, chloorpicrine, fosgeen, difosgeen en de arseenverbindingen zijn verpakt in hulzen en vaten die vroeg of laat doorroesten. Het is niet bekend wanneer dat gaat gebeuren, maar dat het gaat gebeuren staat vast. Tien jaar geleden voorspelde de Russische wetenschapper Aleksander Korotenko dat ergens tussen 2020 en 2060 de corrosie zo ver is gevorderd dat het gif weglekt. 16 procent is genoeg om de hele Oostzee morsdood te maken.
"Dat klopt, maar het is zeer onwaarschijnlijk dat al die munitie gelijktijdig doorroest", relativeert Jacek Beldowski. Hij werkt in het Oceanologisch Instituut in Sopot, het Scheveningen van Polen. De badgasten die buiten over de boulevard en de lange houten pier flaneren, hoeven zich volgens hem geen grote zorgen te maken. "De kans dat al dat gif in een keer vrijkomt, is zo goed als nul", legt hij uit. "Ook in het zwartste scenario blijft het gebied dat biologisch afsterft, beperkt. Je hebt het dan over zo'n duizend vierkante kilometer. Dat is, gemeten op de hele Oostzee, niet veel."Lees verder op pagina
Verspreid over enorm gebied
Beldowski is coördinator van Chemsea (chemical munitions search & asses project) een internationaal onderzoeksproject dat vorige maand van start ging met Europees geld. "Er vinden twee processen plaats die met elkaar concurreren: enerzijds lekt het gif weg, anderzijds wordt het minder schadelijk als het in contact komt met het water", aldus Beldowski.
"De chemische wapens zijn verspreid over een enorm gebied en liggen in heel uiteenlopende omstandigheden. Op sommige plekken zijn ze weggezakt in zand en slib, op andere plekken liggen ze op de zeebodem. Bovendien zijn er plaatsen waar het ze niet in aanraking komen met zuurstof en dus nauwelijks roesten."
Onzekerheid
Het probleem is vooral de onzekerheid. "We weten nog steeds niet wat de effecten kunnen zijn. Het enige dat zeker is, is dat er de komende jaren een nieuwe vorm van verontreiniging in de Oostzee ontstaat." Dat geldt ook voor de Noordzee en de aangrenzende delen van de Atlantische Oceaan. Een grote chemische stortplek, de zogeheten 'Paardenmarkt', ligt vlak voor de Belgische kust, dicht bij de grens met Nederland. Het doorroesten van de munitie is hier waarschijnlijk nog maar net begonnen.
Hoeveel lekkende munitie de wereldzeeën te verwerken krijgen weet niemand. Na de Tweede Wereldoorlog hadden alleen al Duitsland en het Verenigd Koninkrijk ruim 300.000 ton chemische wapens, waarvan het grootste gedeelte in zee belandde. Volgens de officiële gegevens heeft het Amerikaanse leger in de twintigste eeuw 74 keer chemische wapens afgezonken in zee.
Russen
De westelijke geallieerden hielden doorgaans statistieken bij. Zo niet de Russen. Deze zetten niet zelden hun afval al overboord voordat ze bij de dumpplek kwamen. Bovendien verpakten ze granaten vaak in houten kisten die kilometers afdreven alvorens te zinken. Moskou heeft toegegeven dat op zeker zestien locaties voor de Poolse kust chemische wapens liggen. Dat is een kleinigheid op het gehele plaatje: "Minstens 160.000 ton chemische wapens is begraven in de Russische zeeën en vormt een groot gevaar voor het milieu en de menselijke gezondheid", gaf Moskou in 1995 toe.
Informatie voor Noordzee
De resultaten van het onderzoek in de Oostzee zullen ook waardevolle informatie bevatten voor de Noordzee, meent Katja Broeg van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven, een van de partners in het Chemsea-project. "Vooral als het gaat om toxicologisch onderzoek. We vangen ter plekke vissen en laten er mosselen in kooien zinken, om te kijken of zich kanker ontwikkelt."
Als het gaat om de verspreiding van het gif zijn de Noord- en Oostzee echter heel verschillend, legt Broeg uit: "De Noordzee is veel zouter en kent veel sterkere stromingen dan de Oostzee."
Handleiding voor vissers
Het onderzoek moet onder meer een handleiding opleveren voor vissers. Wat te doen als je een 150 mm granaat aantreft tussen de kabeljauw? En hoe te handelen als er een klodder mosterdgas tussen de haring zit? Mosterdgas ontsnapt namelijk niet in gasvorm, maar als een kleverige massa die jarenlang kan ronddrijven in het zeewater. Al kort na de stort, in de jaren vijftig, meldden zich de eerste badgasten in de DDR en Polen met brandwonden, veroorzaakt door mosterdgas. In Polen kwam het 24 keer tot ernstige ongelukken, de laatste keer in 1997, toen vissers een grote klomp mosterdgas in hun netten omhooghaalden.
Mechanische beschadiging
Het grootste risico is echter mechanische beschadiging. Vandaar dat vrijwel overal is besloten de munitie niet te bergen. Bouwwerkzaamheden kunnen voor een ramp zorgen, als in een klap een grote hoeveelheid granaten wordt beschadigd. Dit gevaar kwam uitgebreid in het nieuws, dankzij de Northstream, de gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland dwars door de Oostzee.
Zeebodem omgewoeld voor bouwprojecten
In Centraal-Europa wordt dit project met wantrouwen gadegeslagen. Het zou Rusland in staat stellen de gaskraan naar landen als Oekraïne, Wit-Rusland en Polen dicht te draaien, zonder ruzie te krijgen met West-Europa. Het gevaar van een ecologische ramp werd in stelling gebracht in een geo-politieke strijd.
Volgens Beldowski is de gasleiding slechts een voorbeeld: "Steeds vaker wordt de zeebodem omgewoeld voor bouwprojecten: kabels, windmolenparken en pijpleidingen. Plekken die als onbereikbaar golden toen de munitie werd gedumpt, worden dankzij nieuwe technologie toegankelijk. Daarom moeten er snel procedures komen voor het graven, bouwen en boren in risico-zones."
Volgens OSPAR - een samenwerkingsverband van Noordzee-landen - liggen op 31 plekken in de Noordzee en de aangrenzende Atlantische Oceaan chemische wapens weg te roesten. Daarnaast zijn er 120 stortplaatsen van conventionele wapens bekend die zware metalen en andere gevaarlijke stoffen bevatten, waarvan 64 voor de Franse kust.
In de Duitse Bocht, niet ver van de Waddeneilanden werd na de Tweede Wereldoorlg ruim 1,5 miljoen ton munitie gedumpt, waaronder 90 ton chemische wapens. In het Skagerrak tussen Denemarken en Noorwegen brachten de geallieerden minstens 45 schepen vol chemisch wapentuig tot zinken. Tussen Ierland en Schotland, in de Beaufort's Dyke, werd een miljoen ton munitie gedumpt, waaronder chemische wapens.
In de Oostzee zijn twee grote gifbelten bekend: bij het eiland Bornholm en het Gotland-bassin, tussen het Zweedse eiland Gotland en de Baltische staten. In de Middellandse Zee ligt de grootste concentratie bij de Italiaanse stad Bari. Hier werden sinds de Tweede Wereldoorlog 232 ongelukken veroorzaakt door chemisch afval, met name mosterdgas.
België: De Paardenmarkt
Een van de grootste depots van chemische wapens in de Noordzee ligt voor de Belgische kust, niet ver van de grens met Nederland. Na de Eerste Wereldoorlog werden de slagvelden in Belgie geruimd. Bij opslag en transport kwamen regelmatig mensen om het leven, vandaar dat de regering in Brussel eind 1919 besloot tot dumpen in zee. Zes maanden lang verdween elke dag een scheepslading munitie buiten de kust van Knokke Heist. "We weten niet waarom men niet verder de zee opvoer. Waarschijnlijk wilde men zo snel mogelijk van het spul af, omdat ook het transport heel gevaarlijk was", aldus Tine Missiaen van het Renard Centre of Marine Geology in Gent.
Het resultaat is dat de Paardenmarkt, een zandplaat vlak voor de kust, ieder jaar wordt gemonitord. Het is de laatste rustplaats van minstens 35.000 ton munitie, waarvan ongeveer eenderde gifgasgranaten. De meeste zijn onder een dikke laag slib verdwenen. In 1972 kwamen er enkele boven water. Ze bleken in bijzonder goede staat, dankzij de zuurstofarme omgeving. Het doorroesten moest dus nog beginnen.
Bron : Duiken
Vermiste onderzeeër terecht na 70 jaar
23-10-2011
De Hr.Ms. K XVI, sinds 1941 met een 36-koppige bemanning vermist, is gevonden. Na een tip van een lokale visser begin deze maand dat hij een wrak had gesignaleerd, heeft een Australisch-Singaporees team van sportduikers de Nederlandse onderzeeboot in de wateren boven het eiland Borneo ontdekt.
Marine-experts bestudeerden fotobeelden van het duikteam en zagen duidelijke kenmerken die uitsluitend op Nederlandse onderzeeboten zijn te vinden. Aan de hand van onder meer deze informatie viel vast te stellen dat het om de K XVI ging. Een lange periode van onzekerheid bij de nabestaanden is hiermee te einde. Commandant Zeestrijdkrachten vice-admiraal Matthieu Borsboom bracht hen op de hoogte.
Hr.Ms. K XVI wordt aangemerkt als zeemansgraf. Reden de exacte positie niet bekend te maken. Duikers is gevraagd het wrak ongemoeid te laten, uit respect voor de gesneuvelde bemanning en hun nabestaanden. In overleg met hen wordt bekeken hoe de laatste eer wordt bewezen.
Blij
Hr.Ms. K XVI maakte deel uit van de geallieerde strijdmacht die de Japanse invasie van het toenmalig Nederlands-Indië moest verhinderen. Nadat de onderzeeboot van 1000 ton de Japanse onderzeebootjager Sagiri in de nacht van 24 op 25 december 1941 tot zinken wist te brengen, ging het marinevaartuig de volgende ochtend zelf ten onder na een torpedoaanval van de Japanse onderzeeboot I-66 in de Zuid-Chinese Zee. Katja Boonstra-Blom, dochter van één van de opvarenden van Hr.Ms. K XVI en bestuurslid van de stichting Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945: “We zijn ontzettend blij en dankbaar voor alle steun van iedereen die heeft bijgedragen aan het vinden van de K XVI. We zijn de bemanningsleden in al die jaren van vermissing nooit vergeten.”
Alleen Hr.Ms. O 13 nog zoek
In de Tweede Wereldoorlog gingen 7 onderzeeboten van de Koninklijke Marine door vijandelijkheden verloren, 6 tijdens oorlogspatrouilles en één na te zijn gebombardeerd in de haven van Soerabaja. Het zestal was lange tijd vermist, tot 1982. Sinds die tijd zijn 4 boten gelokaliseerd en geïdentificeerd. Dat gebeurde vooral dankzij inspanningen van naaste familieleden van gesneuvelde opvarenden en door de inzet van de stichting Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945. Met het terugvinden van Hr.Ms. K XVI, waarvan 6 Indonesische schepelingen deel uitmaakten van de 36-koppige bemanning, is alleen de Hr.Ms. O 13 nog niet gelokaliseerd. Deze onderzeeboot ging ten onder in de Noordzee. Foto's: met dank aan Ministerie van Defensie. Stuurwiel door Ross Coleman
Bron : Duikeninbeeld-/-NU.nl
Berging van de Gairsoppa
18-10-2011
“We search the oceans of the world for treasures and artifacts once thought lost forever.” Odyssey Marine Exploration
In januari 2010 tekende de Britse overheid een contact met het Amerikaanse bergingsbedrijf Odyssey Marine Exploration voor de berging van de Gairsoppa. In de overeenkomst werd vastgelegd dat het bedrijf 80 procent van de geborgen lading mocht houden en dat de overige 20 procent naar de Britse schatkist zou gaan. Na een zoektocht van een jaar werd gisteren, op 26 september, bekend dat Odyssey het wrak van de Gairsoppa gelokaliseerd had. Na de eerste verkenningen vermoedt het bedrijf dat er nog ruim 200 ton zilver aan boord is. De lading van het schip zou daarmee in totaal meer dan 150 miljoen pond (172 miljoen euro) waard zijn. Odyssey verwacht in 2012 te kunnen beginnen met de berging van de Gairsoppa.
De SS Gairsoppa heette aanvankelijk de SS War Roebuck en werd gebouwd in opdracht van Palmers Shipbuilding. Tijdens de constructie verkocht zij het schip echter aan de British India Steam Navigation Company en kreeg het de naam SS Gairsoppa. In november 1919 werd het stoomschip voltooid en te water gelaten. De Gairsoppa was 122 meter lang, 16 meter breed en had een topsnelheid van ongeveer 20 kilometer per uur. Het vaartuig deed dienst als vrachtschip en voer regelmatig op en neer tussen Glasgow en Brits-Indië.
Tweede Wereldoorlog
Na de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog werd de Gairsoppa onderdeel van de Britse oorlogsvloot. In opdracht van het Ministerie van Oorlogstransport voer het schip meerdere malen mee met militaire konvooien. In 1941 verliet de Gairsoppa Brits-India met een grote lading thee, ijzer en zilver. Vanuit Sierra-Leone voegde het schip zich bij konvooi SL-64 met als bestemming Engeland. De groep schepen had tijdens de reis echter last van hevige stormen en de koolvoorraad van de Gairsoppa dreigde op te raken. De kapitein besloot daarom om zich af te scheiden van de rest van het konvooi en koers te zetten naar Noord-Ierland.
Schipbreuk
Op de ochtend van 16 februari 1941 werd het schip ontdekt door een Duits verkenningsvliegtuig. Nog diezelfde avond kreeg ook de Duitse onderzeeboot U-101 de Gairsoppa in haar vizier. Het schip werd getorpedeerd en zonk in minder dan 20 minuten. Slechts 7 van de 81 bemanningsleden overleefden de ondergang en wisten met een reddingsboot te ontkomen. Twee weken lang dobberden de mannen rond op zee voordat ze de Ierse kust bereikten. Inmiddels waren twee van de zeven overlevenden alsnog omgekomen.
Bron : http://www.isgeschiedenis.nl
Scheepswrak met 200 ton zilver ontdekt
26-09-2011
AMSTERDAM - Op de bodem van de Atlantische Oceaan is een scheepswrak met 200 ton zilver gevonden. De buit vertegenwoordigt een waarde van ongeveer 170 miljoen euro.
Het betreft de grootste vondst met edele metalen ooit ontdekt op zee. De SS Gairsoppa, een Brits vrachtschip dat in 1941 tot zinken werd gebracht door een Duitse onderzeeër, werd gevonden door de Amerikaanse firma
Odyssey Marine Exploration.
Het bedrijf behoudt tachtig procent van de waarde van de vondst, onder voorwaarden van een contract met het ministerie van Transport. Dat meldt de BBC.
4700 meter diepte
Het wrak van het 126 meter lange schip werd 483 kilometer voor de Ierse kust deze zomer gevonden op een diepte van 4700 meter onder de Noord-Atlantische Oceaan. De vondst is vorige week echter pas bevestigd.
Het schip was in 1941 op weg terug naar Groot-Brittannië vanuit India, toen het bijna zonder brandstof kwam te zitten tijdens zwaar weer. Daarom probeerde de kapitein uit te wijken naar de haven van Galway, maar het schip werd ontdekt en tot zinken gebracht door een Duitse onderzeeër.
Het schip ligt rechtop op de zeebodem met de laadruimen geopend, wat betekent dat op afstand bestuurbare onderzeeërs het zilver naar boven kunnen halen. Meer info op de site van Odyssey Marine--Gairsoppa Project
Video op YouTube
Bron : De Telegraaf
'Black Swan' Treasure
25-09-2011
'Black Swan' Treasure 'Unquestionably The Property Of Spain'
TAMPA, Florida -- Odyssey Marine Exploration, Inc., today announced that it will request an en banc hearing (a hearing before all the Eleventh Circuit Court of Appeals judges) in the "Black Swan" case and will point out that today's decision by a panel of only three judges from the Eleventh Circuit affirming the district court's dismissal of the case is contrary to other Eleventh Circuit opinions and rulings by the United States Supreme Court.
In today's opinion, the appellate court agreed with the lower court's finding that the U.S. federal court lacked jurisdiction over property recovered by Odyssey from the Atlantic Ocean in 2007. The opinion concluded that the recovery was that of the sovereign immune shipwreck Nuestra Senora de las Mercedes, a Spanish vessel that perished in 1804, even though Spain's attorney admitted to the Eleventh Circuit panel that the majority of the coins aboard were not owned by Spain at the time of the sinking. Because no vessel was found or recovered at the site and identification was not certain, Odyssey code named the site "Black Swan." Odyssey argued that even if the recovered cargo had originated from the Mercedes, that vessel was primarily on a commercial voyage when it sank, and therefore should not be considered as a "warship" having immunity from the jurisdiction of the court. Judge Black, writing for the Eleventh Circuit, concluded that the Foreign Sovereign Immunities Act (FSIA) applied in the case because, "The shipwreck of the Mercedes is thus unquestionably the property of Spain." In an apparent contradiction however, the opinion also states, "We do not hold the recovered res is ultimately Spanish property."
Odyssey had also argued that sovereign immunity should not apply because Spain did not have possession of the recovered property, citing several cases requiring possession in similar admiralty cases, but the Court ruled that the FSIA does not require possession in order for a foreign country to claim immunity over its sunken warships. The appellate court also affirmed the trial court's order which directed Odyssey to return the property to Spain, but according to the district court's ruling, this order is stayed until the appeals process is complete.
"We are certainly disappointed by the Eleventh Circuit's ruling," said Melinda MacConnel, Odyssey's Vice President and General Counsel. "We believe the U.S. Constitution and all other applicable laws give jurisdiction to the U.S. courts to determine the rights of Odyssey, Spain and all other claimants in this case. Furthermore, we believe this ruling contradicts other Eleventh Circuit and Supreme Court opinions."
"While we were surprised by the ruling and are obviously not pleased with the opinion, there is no near-term economic impact on the company and our day-to-day business operations," stated Mark Gordon, Odyssey President and COO. "Since the original adverse ruling in the 'Black Swan' case, we have developed numerous shipwreck projects and opportunities to move the company forward. We have been successful in working with other governments on shipwreck projects that determine a salvage award in advance and we've had some very promising results on several recent projects which we expect to confirm very soon." Black Swan Project
Bron : UnderwaterTimes.com
Berging Vinca Gorthon gestaakt
17-08-2011
ALKMAAR (ANP) – Bergingsbedrijf Titan Salvage heeft de bergingsoperatie van het scheepswrak van de Vinca Gorthon op de Noordzee gestaakt. Dit meldde een woordvoerster van Rijkswaterstaat woensdag.
Na hier eind mei met volle moed opnieuw aan te zijn begonnen, hebben de bergers van het Amerikaanse Titan Salvage nu definitief de berging van het Zweedse RoRo-vrachtschip Vinca Gorthon op de Noordzee voor Egmond opgeheven.
Het beloofde een van de spectaculairste bergingsoperaties van de laatste jaren te worden. National Geographic maakte er vorig jaar een exclusieve reportage over die een maandje geleden voor het eerst werd uitgezonden. Het wrak had vorig jaar ook al boven water moeten zijn maar door allerlei tegenslagen, als een onverwachte olievervuiling van een lekke pijpleiding waarop het wrak is gezonken, en het erg vast in het zand gezogen zitten van het wrak, noopten de bergers vorig jaar al om met de komst van het onstuimige herfstweer de eerste bergingspoging op te schorten. Dit voorjaar wilde Titan Salvage een tweede poging wagen maar al na enkele weken, toen opnieuw met het hijsen zou worden begonnen, knapte een van de kettingen waarmee het wrak werd doorgezaagd. Een Amerikaanse duiker kwam daarbij om. Rijkswaterstaat wil niet zeggen waarom Titan Salvage de bergingsoperatie stopzet, omdat hij nog met het bedrijf in gesprek is over de afwikkeling. De financiële consequenties zijn nog onduidelijk. De berging is aanbesteed voor 22 miljoen euro.
Het Zweedse vrachtschip, dat in 1988 verging, ligt zo’n 25 kilometer uit de kust van Camperduin. Omdat het op een kruispunt ligt van steeds drukkere vaarroutes, gaf Rijkswaterstaat in 2009 opdracht het wrak te ruimen. Rijkswaterstaat beraadt zich nu zich op het vervolg. Berging van het wrak blijft uitgangspunt. „Wij willen het daar weg hebben, omdat de situatie gevaar kan opleveren”, aldus de woordvoerster. De plaats waar het wrak ligt is nu afgezet met boeien om te voorkomen dat schepen er overheen varen.
Bron : Maritiem Nederland
|
|
|
|
Hol. Shipyards levert pontons berging Vinca Gortho
08-08-2011
Holland Shipyards heeft twee voor de aanvoer van binnenvaartcasco's gebruikte pontons omgebouwd tot bergingspontons voor het Britse Titan Salvage. Een derde ponton werd aangepast.
De pontons worden gebruikt bij de berging van het wrak van het RoRoschip Vinca Gorthon (166 x 23 meter), dat sinds 1988 op 16 mijl ten westen van Camperduin ligt. Het 25 meter diep liggende schip wordt geborgen omdat er steeds meer schepen op deze plek varen. Het ligt bovendien bovenop een pijplijn van Chevron. De berging wordt uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat.
Holland Shipyards bouwde de pontons l' Avenir (136 x 36 x 8 meter) van Concordia Shipyards en Discovery 2 (122 x 36 x 8 meter) van Rensen Shipbuilding om (nu CC Atlantique). De pontons worden op zee gekoppeld met een 8-punts mooring spread, die ze uit elkaar houdt. Tussen de pontons in is dan plaats voor het afzinkbare ponton Eidebarge (100 x 30 x 6 meter). Met op het dek geplaatste pullers (20 per ponton, met 300 ton trekkracht per stuk) kunnen wrakstukken van de bodem worden getild en op de afgezonken Eidebarge gelegd. Die kan vervolgens met hulp van de beide pontons gecontroleerd opstijgen.
Voor Holland Shipyards was het een interessant project. ‘We konden in de keuken van de wreck removal kijken. Een heel dynamische markt, waar in oplossingen wordt gedacht en niet in procedures, wat ons erg aanspreekt', zegt Marco Hoogendoorn van Holland Shipyards. ‘Titan benaderde Concordia Shipyards voor de huur van de L'Avenir en werd vervolgens met ons in contact gebracht voor de levering en plaatsing van de bemanningsaccommodatie voor 40 personen, inclusief technische uitrusting, zoals generatoren, watermakers, tanks enzovoorts.'
Holland Shipyards verzorgde ook de puller buttons, waaraan de pullers zijn bevestigd. ‘Op de Eidebarge hebben we onderdekse pijpleidingen aangebracht om haar afzinkbaar te maken en versterkte hijsogen in de zij gezet, zodat ze gecontroleerd omhoog kan worden gebracht met een last op het dek. Op het dek is 20 centimeter versterkt beton gestort om de bak bij de bergingswerkzaamheden zo min mogelijk te beschadigen.'
Holland Shipyards verwacht in september aan de ‘decomissioning' te kunnen beginnen. Dan worden de meeste zaken weer van de pontons verwijderd. (HH)
Bron : Schuttevaer
Zeventiende eeuws schip ontdekt
03-08-2011
PANAMA - Een groep Amerikaanse archeologen heeft een schip uit de zeventiende eeuw ontdekt voor de kust van Panama. Het vlaggeschip behoorde waarschijnlijk tot een vloot van kapitein Henry Morgan en liep op een klip. Zie video
Bron : www.zie.nl
Adoptie 'Adder' aftrap wrakkenbescherming Noordzee
18-06-2011
Als afsluiting van de expeditie Doggersbank (10-20 juni) zullen de expeditie-duikers het scheepswrak de Adder voor de kust van Scheveningen ontdoen van netten. Het planten van een vlag door de duikers is een symbolische eerste stap op weg naar een betere bescherming van wrakken. De Adder is hiermee officieel het eerste geadopteerde wrak in de Noordzee. Dit is de start van het project ‘Adopteer een wrak’ waarin Duik de Noordzee schoon (DDNZS), Sportvisserij Nederland, Stichting De Noordzee en Vereniging Kust & Zee samenwerken aan een gezonde zee.
De Adder was een gepantserd schip van de Koninklijke Marine dat zonk in 1882. Het ligt nu op 12 mijl uit de kust bij Scheveningen op een diepte van 21 meter. De duikers van DDNZS snijden hier op maandagochtend 20 juni de verspeelde visnetten en –lijnen van het wrak. Vissen, krabben en andere zeedieren worden gevangen door dit verloren vistuig. Dit zogenaamde ‘spookvissen’ is een steeds groter probleem op de Noordzeewrakken. Na de laatste schoonmaakactie op de Adder zullen duikers onder water een vlag planten op het wrak om de adoptie te bekrachtigen.
De Adder: het eerste geadopteerde wrak
Met de adoptie van de Adder starten de betrokken duik-, hengelsport- en natuurorganisaties een gezamenlijke actie om scheepswrakken op de Noordzee beter te beschermen. Wrakken vervullen een belangrijke ecologische rol als hot spots voor biodiversiteit en kraamkamers voor vis. Hier is echter nog weinig aandacht voor. Dit komt deels door de onzichtbaarheid van de scheepswrakken onder water, maar ook doordat er weinig bekend is over de aanwezige fauna. Daarom zullen de komende maanden diverse wrakken op de Noordzee door duikers gemonitord worden, zoals de afgelopen week reeds door de expeditie Doggersbank is gedaan. Met de zo vergaarde kennis willen de organisaties komen tot een concreet wrakkenbeschermingsplan.
Expeditie Doggersbank
Duik de Noordzee schoon vaart van 10 tot 20 juni met een groep gerenommeerde marien biologen, fotografen en onderwaterfilmers met het speciale expeditieschip Cdt. Fourcault voor een bijzondere expeditie naar de Doggersbank. Dat is het uiterste puntje van het Nederlandse deel van de Noordzee. Tijdens de tocht zijn ook de Klaverbank en de Bruine Bank bezocht. Het is voor het eerst sinds begin jaren negentig, dat er uitgebreid onderzoek wordt gedaan naar de soortenrijkdom op de wrakken van de Klaverbank en de Doggersbank.
Bijzondere ontdekkingen
De eerste monitoringsresultaten van deze expeditie zullen op maandag 20 juni bekend worden gemaakt. De expeditieleden hebben een aantal soorten aangetroffen, die voorheen nog nooit op Nederlandse bodem zijn gesignaleerd.
Bron : Duiken
Filmpje mysterieus wrak in Golf van Finland
06-06-2011
In de Finse Golf, in de buurt van Helsinki, is in april een goed bewaard wrak van een oorlogsschip uit de jaren rond 1700 ontdekt. Het wrak ligt op circa 60 meter diep en is opmerkelijk goed bewaard gebleven. Duikers zijn recentelijk aan het werk geweest om het wrak goed te documenteren.
Zie ook Mysterieus Scheepswrak gevonden.
Filmpje op Vimeo.com
Bron : Duiken
Extreme exploratie USS Atlanta
06-06-2011
Eind mei heeft een international groep GUE-duikers uit de VS, Australië, Zweden, Rusland en Nederland, een exploratieproject naar de USS Atlanta succesvol afgesloten.
Het wrak van de USS Atlanta ligt in de buurt van Honiara, een van de Solomon Eilanden in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan.
De USS Atlanta is een oorlogsschip dat tijdens de slag bij Guadalcanal zonk, nadat het door zowel vijandelijke als eigen troepen onder vuur was genomen en zware schade opliep. Het schip ligt op de aanzienlijke diepte van 130 meter.
Een van de belangrijkste doelen van het GUE-team was het exploreren en documenteren van het wrak om een goed beeld te krijgen van de huidige conditie en de schade die het heeft opgelopen. Door de grote diepte en de zware omstandigheden - stroming en regelmatig slecht zicht - was er tot voor kort geen beeldmateriaal van de USS Atlanta beschikbaar. Naast de stroming en de diepte maken ook de grote hoeveelheid materiaal die tijdens een duik meegaat, de lange decompressie in open zee, het dagelijk vullen en analyseren van een enorme hoeveelheid tanks en het garanderen van goede support en veiligheidsmaatregels op deze afgelegen locatie dit project tot een van de meest uitdagende projecten die ooit binnen de GUE-geschiedenis heeft plaatsgevonden.
Het GUE-team bestond uit zes RB80-duikers: Jarrod Jablonski, Casey McKinlay, Liam Allan, Richard Lundgren, Kiryll Egorov en JP Bresser doken 6 dagen lang op de USS Atlanta met bodemtijden tot 35 minuten. Tijdens alle duiken werden HD-videobeelden geschoten –manueel- en waren HD-videocamera’s op scooters gemonteerd. Het team maakte gebruik van Halcyon scooters om overmatige inspanning op diepte te voorkomen en de soms sterke getijdenstromingen te kunnen handelen. Het beeldmateriaal van de duiken bevat o.a. opnames van de torpedobuizen, verschillend afweergeschut en de brug van het schip. Ook werd het wrak deels gepenetreerd.
Tijdens het project werd het team vergezeld door een internationaal filmteam dat de beelden zal samenvoegen tot een televisiedocumentaire. Foto's: JP Bresser
Bron : Duikeninbeeld
|
|
|
Expeditie naar wrak piratenschip Zwartbaard
22-05-2011
BEAUFORT - Maandag zal een expeditie van start gaan, waarbij onderzoekers gedurende twee weken het wrak van het piratenschip Queen Anne's Revenge binnenstebuiten zullen keren. Het schip ligt voor de kust van het Amerikaanse stadje Beaufort op de bodem van de zee.
Het is bevaren door de beruchte piraat Zwartbaard en werd in 1996 ontdekt.
Onderzoekers van het North Carolina Onderwater Archeologie Agentschap hopen veel 18e-eeuwse goederen te kunnen bergen, zoals enkele ankers en kanonnen. Die zijn uiteraard veelvuldig gebruikt door de Engelse piraat, die als echte naam Edward Teach had.Met de expeditie willen de onderzoekers aandacht vragen voor het behoud van onderwaterschatten, meldde de Amerikaanse tv-zender CNN zondag.
Zwartbaard speelt een belangrijke rol in de nieuwe Pirates of the Caribbean-film, die onlangs in première ging.
Bron : Nu.nl
Half Romeins schip geconserveerd
10-05-2011 12:14
Op 12 mei 2011 vindt bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad een wisseling plaats van de twee helften van het Romeinse scheepswrak "De Meern 1". Eén deel is geconserveerd. De andere helft van het 25 meter lange schip zal nu de plek in de conserveringstank innemen. Een bijzonder moment in één van de grootste conserveringsprojecten ooit. Beide scheepshelften zijn dan sinds lange tijd, heel even beide te zien. Die dag zal de conserveringstank, waar de tweede scheepshelft dan in is geschoven, weer voor een jaar worden afgesloten.
Aan het eerste deel zal verder worden gewerkt in een grote werktent die speciaal voor dit doel naast het gebouw is geplaatst en waar publiek geen toegang heeft. Laatste kans dus om een indruk te krijgen hoe De Meern 1 er uit zal zien wanneer over een jaar beide helften weer worden samengevoegd.
Het Romeinse schip "De Meern 1" werd in 2003 bij Vleuten/de Meern geborgen en naar afdeling Scheepsarcheologie in Lelystad getransporteerd. Eén deel van het scheepswrak is daar in een enorme conserveringsbak geplaatst. Het andere deel heeft jarenlang op de sproeivloer gelegen waar het voortdurend nat werd gehouden.
De conservering van De Meern 1 is uniek. Voor het eerst wordt in Nederland scheepshout geconserveerd door een compleet schip onder te dompelen in een conserveringsoplossing.
Lees verder: © Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Onderzoek naar munitie wrak Veerse Meer
29-04-2011
De duikgroep (DDG) van de marine heeft ook na een derde onderzoek geen explosieven kunnen vinden bij het Duitse oorlogswrak in het Veerse Meer.
Daarmee is echter nog altijd niet gegarandeerd dat er geen oude munitie meer aanwezig is. De DDG is wederom niet in staat gebleken een veilige toegang tot het tot mijnenlegger omgebouwde landingsvaartuig (MFP 920) te vinden. Daartoe waren de beschikbare middelen en de onderzoekstijd te beperkt, vermeldt de rapportage van de marine.
Rijkswaterstaat Zeeland reageert teleurgesteld op het uitblijven van duidelijkheid en zal een nieuw onderzoeksverzoek indienen, aldus wrakkenspecialist Gerius van Woudenberg. Hij wil '100 procent zekerheid dat het wrak munitievrij is', omdat het in de vaarroute ligt en vlak bij het strand van de Veersegatdam.
Bron : PZC.nl
wrak van Vrouw Maria wordt niet geborgen
18-04-2011
Stefan Wallin, de Finse minister van Cultuur, heeft laten weten geen plannen te hebben om de Vrouw Maria of haar lading te gaan lichten. Het Nederlandse schip verging ruim 200 jaar geleden in de archipel ten zuidwesten van Finland. Het Maritiem Museum van Finland zal in plaats daarvan een tentoonstelling verzorgen die ook in Stockholm en Amsterdam te zien zal zijn.
De Finse National Board of Antiquities heeft onderzoek verricht naar het lichten van het wrak van het schip, dat in 1771 verging. Het afgelopen jaar hebben duikers meer inzicht gekregen in het schip en haar lading. Het schip inspireerde tot de organisatie van een tentoonstelling in samenwerking internationale partners, die komend jaar zal worden geopend in het Maritiem Museum van Finland en daarna zal naar Stockholm en Amsterdam zal gaan.
De Vrouw Maria zonk in de Archipel Zee (Saaristomeri) bij het eiland Jurmo, toen het op weg was van Amsterdam naar St-Petersburg. Aan boord waren kostbare kunstwerken van de Russische tsarina Catherina de Grote. Wallin liet zijn Russische collega Aleksander Avdeyev per brief weten dat de plannen van Finland niet inhouden dat het wrak van de Vrouw Maria noch haar lading zal worden gelicht. Er was sprake van het bergen van het schip om een museum op te zetten, waarbij verschillende Russische investeerders zouden zorgen voor de financiering van het project. Zie ook
Bron : Finlandsite
Mysterieus scheepswrak gevonden in Finse Golf
In de Finse Golf, in de buurt van Helsinki, is een goed bewaard wrak van een oorlogsschip uit de jaren rond 1700 ontdekt. Het wrak ligt op circa 60 meter diep en is opmerkelijk goed bewaard gebleven. Duikers zijn recentelijk aan het werk geweest om het wrak goed te documenteren.
Het wrak was al eerder ontdekt, in 2003. Toen werd weinig waarde aan het scheepswrak toegekend, aangezien men dacht dat het een onbelangrijk koopvaardijschip was geweest. Pas recentelijk kwam men tot de conclusie dat het een wrak van een oorlogsschip betreft. De masten van het wrak staan nog overeind; ze zijn wel gebroken, maar men vermoedt dat dit is gekomen toen het schip zonk. Aan boord zijn 12 kanonnen, wat weinig is. Men vermoed dat de rest van de kanonnen overboord is gegooid in een poging om te voorkomen dat het schip zonk. De boegspriet is nog steeds in tact. Aan boord van het wrak zijn verschillende voorwerpen gevonden, variërend van tandwielen, touw tot aan een geweerkolf. Ook is een boegbeeld van een mannelijk figuur aangetroffen, deze ligt voor de boeg van het wrak op de zeebodem. Ook is er nog een scheepsbel, die zo gaaf is dat deze nog wel zou kunnen luiden.
De scheepsbel
Onderzoeker Jussi Kaasinen hoopt dat er interesse is uit landen met marines, zoals Zweden, Rusland en Engeland, om mee te doen aan het onderzoek naar het wrak. Van het scheepswrak zijn beelden gemaakt door onderzoeker Juha Flinkman van het Finse Milieu Instituut. Het is niet voor het eerst dat een scheepswrak wordt gevonden in de Oostzee, dat in uitstekende staat verkeert. Vorig jaar werd bij de semi-autonome Åland Eilanden een wrak gevonden waarin de oudste drinkbare champagne ooit werd aangetroffen. Een ander schip, de Nederlandse Vrouw Maria, wordt nog steeds onderzocht. Over dit schip gaan geruchten, waarvan de wildste zijn dat er aan boord nog schilderijen van de oude Hollandse meesters zouden zijn, die werden vervoerd naar het Rusland van tsarina Catharina de Grote.
Bron : Finlandsite
Schoener Doris hervindt koers
24-03-2011
Het kompas van de Schoener Doris die in 2009 door duikers van WDSR was gevonden, zal volgende week worden overgedragen aan het Maritiem MuZEEum in Vlissingen. In 1907 zonk de schoener in de Westerschelde toen ze strandde op de Noorderrassen doordat volgens zegge beide kompassen overboord waren geslagen. Van de 5 opvarenden worden 4 gered, waaraan de familie Schroevers bijdroeg. Het kompas zal een plaats gaan krijgen in de vitrine die speciaal vervaardigd is om de spectaculaire redding door de Schroevers uit te beelden. Lees hier de volledige publicatie over het onderzoek rond de Doris.
Gedeelte van de publicatie over het onderzoek rond de Doris:
Bezoek aan de schoener de Doris
Maandag 8 juni 2009 14:00, het anker wordt naast het wrak van de Doris gelegd en aan de ankerlijn is een boei geplaatst, als de kentering valt vertrekken de duikers onderwater om de resten van de eens zo trotse schoener de Doris te bezoeken.
Barend duikt samen met Fred, het zicht is matig, rond de 1m, voor de Westerschelde geen uitzondering, op 12m diepte eindigt de lijn, er wordt vlot een lijn uitgezet en richting het wrak gezwommen. Op het wrak aangekomen is het lastig oriënteren, het wrak ligt verzand en is door de tand des tijd zwaar beschadigd. 102 jaar Westerschelde stroming heeft haar sporen nagelaten.
Na een eerste scan van het wrak wordt het achterschip geïnspecteerd. Nu slechts een plaats , waar vissen, kreeften en diverse Noordzee krabben huishouden. Na enkele minuten goed kijken valt Fred zijn oog op iets ongewoons; onder resten van de mast ligt iets vreemds. Erg voorzichtig pakt Fred het voorwerp op en zijn ogen geven een teken van herkenning. Het kompas van de Doris! Voorzicht speurt hij de bodem af of er nog onderdelen van het kompas omheen liggen, ook de naald steekt uit het zand en het kompas wordt vakkundig geborgen en veilig gesteld.
Er wordt nog kort getwijfeld of de vondst niet beter op het wrak achter kan blijven. Gezien het belang van dit essentiële onderdeel van de Doris en wat de tand des tijd met de rest van het wrak heeft gedaan wordt negatief besloten en wordt tot veiligstelling overgegaan. We vinden het niet verantwoord om dit stuk maritieme geschiedenis uiteen te laten vallen in de Westerschelde.
Na deze vondst is het de hoogste tijd om dit bijzondere artefact in veiligheid te brengen en naar de oppervlakte te transporteren. Aan het oppervlakte wordt teruggekeken op een prachtige duik en wordt het kompas direct in water gelegd ter bescherming verder verval door zuurstof. Het kompas vertegenwoordigd zelf geen enkele geldige waarde, de historie achter het verhaal is echter van onschatbare waarde. Eindelijk is er iets "tastbaars" van de Doris, een schoener die verging doordat men strandde op de Rassen doordat volgens zegge beide kompassen overboord waren geslagen. Wat moet de drijfveer geweest zijn van de kapitein om z'n verhaal staande te houden. We kunnen slechts gissen.....
Marine stuit op onderzeeër uit Eerste Wereldoorlog
16-03-2011
De Koninklijke Marine heeft vandaag de vondst bekend gemaakt van de Duitse onderzeeboot U-106. Het vaartuig uit de Eerste Wereldoorlog werd al in oktober 2009 gelokaliseerd door een Nederlands marineschip. Het nieuws wordt nu pas bekend gemaakt omdat de informatie eerst door de Duitse autoriteiten moest worden bevestigd en waar mogelijk nabestaanden op de hoogte zijn gebracht.
Hr. Ms. Hellevoetsluis
In oktober 2009 stuitte het hydrografische opnemingsvaartuig Hr. Ms. Snellius op 40 mijl ten noorden van Terschelling op een onbekend object. Het Nederlandse marineschip was op dat moment bezig om vaarroutes in kaart te brengen. Met de vondst van het vermoedelijke scheepswrak was ook de hoop terug eindelijk de sinds 18 juni 1940 vermiste Nederlandse onderzeeër O-13 te hebben gevonden. Dit zette een reeks onderzoeksmissies in gang die nu is afgesloten.
Contouren
Als eerste onderzocht de mijnjager Hr. Ms. Maassluis in december 2009 de locatie op 40 meter diepte met zijn draadgeleide onderwatercamera, de Seafox. Het leverde de contouren op van een onderzeeboot en 2 maanden later, februari 2010, deed Hr. Ms. Hellevoetsluis een uitgebreidere poging met behulp van een duikteam en de draadloze onderwaterrobot Remus. Marineduikers van de Duik- en Demonteergroep wisten een cilindervormige luchttank van 300 bij 44 centimeter, gebruikt voor het duiken en stijgen, naar boven te halen.
Luchtfles
In het voorjaar van 2010 hebben duikers van de Duik- en Demonteergroep een grote luchttank boven water gehaald.
De luchtfles was voorzien van een koperen plaat met het serie- en onderzeebootnummer. Het bleek te gaan om de Duitse U-106, vergaan tijdens de Eerste Wereldoorlog. Kapitein-luitenant ter zee Jouke Spoelstra, expeditieleider van het identificatieproject: Dit soort vondsten gebeuren vrijwel altijd toevallig. Een tiental jaar geleden is een schip van de hydrografische dienst dezelfde plek gepasseerd maar toen lag de boot nog onder een laag zand.
|
|
Oorlogsgraf
Nadat Duitse experts de juistheid van de vondst bevestigden, begon de zoektocht naar nabestaanden. Deze werd onlangs afgerond waarna de Duitse autoriteiten toestemming gaven om de vondst bekend te maken. Spoelstra: Het schip blijft liggen en wordt een officieel oorlogsgraf. Het zou inderdaad kunnen dat er een herdenkingsceremonie op zee gaat plaatsvinden, maar dat gebeurt alleen op initiatief van de nabestaanden. Video [4.023 KB]
Bron: Ministerie van Defensie
Wrak Koude Oorlog-onderzeeër gevonden in Oostzee
08-03-2011
(Novum/AP) - Zweedse duikers hebben in de Oostzee het wrak gevonden van een onderzeeër uit de Koude Oorlog. Deskundigen denken dat het om een Sovjet-onderzeeër gaat, maar weten niet zeker hoe en wanneer deze gezonken is. Een Zweeds bergingsbedrijf vond het wrak al in 2009, zo'n zeventig kilometer ten zuiden van het Zweedse eiland Gotland. Toch wachtte het bedrijf met het bekendmaken van de vondst tot deze week.
Hoewel er volgens de Zweedse marine geen aanwijzingen zijn dat er op de onderzeeër geschoten is, bestaat het vermoeden dat de duikboot in de jaren tachtig door de Zweedse marine tot zinken is gebracht.
Marinewoordvoerder Bo Rask zei donderdag dat vierkante gaten in de romp en het ontbreken van de mast en lantaarns er eerder op wijzen dat de onderzeeër zonk toen het werd weggesleept.
Bron : Nieuws.nl
Scheepswrak Cornelia Maersk geborgen
23-02-2011
Anker, schroef en stoomketels boven gekomen
Onlangs begon aannemer PUMA in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam met het bergen van het scheepswrak van de Cornelia Maersk. Dit is een Deens stoomschip dat in 1942 op weg van Rotterdam naar Kopenhagen gebombardeerd werd en zonk.
Het scheepswrak lag op 10 tot 17 meter diepte in één van de toekomstige havens van Maasvlakte 2, de uitbreiding van de Rotterdamse haven. Om verder te kunnen met de aanleg van de nieuwe havens die tot 20 meter diep worden, haalde PUMA de wrakstukken met een ‘backhoe’ in kleine brokstukken naar boven. Onlangs werden hierbij stoomketels ontdekt.
Reeds in 2009 is begonnen met de voorbereidingen voor het verwijderen van de restanten van de Cornelia Maersk. Er is toen gekozen om met de werkzaamheden te beginnen na de aanleg van het land voor de containerterminals en de zachte zeewering. Dit zorgt voor meer beschutting tegen golfslag en deining. Op gedetailleerde surveybeelden bleken drie stukken van het schip zichtbaar: een stuk van het voor-, midden- en achterschip.
Slechte staat
Het wrak is in de zomer van 2010 vrij gebaggerd met een winzuiger. Vervolgens is het vrij geblazen van zand. Hierna is door een duikinspectie de staat van het wrak vastgesteld. Deze bleek in zeer slechte doen te zijn. Van het middenschip was weinig meer in tact. Daarom heeft PUMA het scheepswrak met een Backhoe in kleine stukken geborgen. Inmiddels is het vrijwel geheel verwijderd. De mooiste overblijfselen van de Cornelia Maersk worden in overleg ter beschikking gesteld aan Maersk, de voormalige eigenaar van het schip, en informatiecentrum FutureLand. Kunstenaar Marcel van Eeden kreeg twee patrijspoorten in bruikleen ten behoeve van de tentoonstelling van zijn werk in het Kunstmuseum in Sankt Gallen, Zwitserland van 19 februari t/m 8 mei. De rest van het schip wordt afgevoerd naar een erkende verwerker.
|
|
Over de Cornelia Maersk
Het Deense SS Cornelia Maersk kwam op 17 april 1925 van de F. Schichau scheepswerf in Elbing in Duitsland, het huidige Elblag in Polen. Op 5 januari 1942 werd het stoomschip Cornelia Maersk, op weg van Rotterdam naar Kopenhagen, gebombardeerd. Het werd getroffen door twee bommen. Een reddingsoperatie mislukte en het schip zonk. Onbevestigde bronnen uit die tijd meldden dat het schip nog zo'n vijf zeemijlen naar het zuidwesten dreef voor het zonk in het gebied waar nu Maasvlakte 2 wordt aangelegd. Er vielen geen slachtoffers. De Cornelia Maersk had een laadvermogen van 3.150 ton, was 85,43 m lang, 12,19 m breed en had een voorsteven van 6,51 m. Het schip voer de Deense vlag.
Marcel van Eeden
Ieder jaar verstrekt het Havenbedrijf Rotterdam samen met het Nederlands Fotomuseum en SKOR een opdracht aan een fotograaf, filmmaker of beeldend kunstenaar om de aanleg van Maasvlakte 2 vast te leggen. Vorig jaar was dit kunstenaar Marcel van Eeden. Hij nam het tot zinken brengen van de Cornelia Maersk als uitgangspunt voor een serie tekeningen. Deze vormen samen een vertelling die een persoonlijke interpretatie is van de gebeurtenissen die leidden tot de ondergang van het schip. Van begin september 2009 tot 19 januari 2010 was dagelijks een nieuwe tekening van Van Eeden te zien. Van 22 mei tot 4 juli 2010 exposeerde het Nederlands Fotomuseum de volledige serie tekeningen. Ze zijn nu op zijn website allemaal terug te vinden. Van 19 februari t/m 8 mei is zijn tentoonstelling, inclusief de twee patrijspoorten van de Cornelia Maersk, te zien in het Kunstmuseum in Sankt Gallen, Zwitserland.
Bron : www.portofrotterdam.com
Veel belangstelling voor bier uit Ålands wrak
13-02-2011
Er is veel belangstelling voor de flesjes bier die het afgelopen jaar in het scheepswrak bij de Åland Eilanden, ten zuidwesten van Finland, werden aangetroffen.
Eerder werden al flessen champagne uit het wrak geborgen. Het scheepswrak werd in juli vorig jaar ontdekt door 4 duikers onder leiding van de Zweed Christian Ekström. Ekström had van een lokale visser een tip gekregen dat in de buurt van de Åland Eilanden een wrak zou liggen en ging hier op af. Dit was de aanleiding tot de vondst van vele flessen met de oudste champagne die bekend is en een enorme waarde vertegenwoordigt. Even was er onenigheid over het eigendom van de gevonden waar, maar uiteindelijk trok de regering van de Åland Eilanden aan het langste eind: het wrak ligt in de Ålandse wateren, dus het is eigendom van de Ålandse regering.
De vondst van de flesjes bier in het wrak, slechts 5 waren in tact, was minder prominent in het nieuws. Toch is met name voor dit bier veel belangstelling.
Zo zijn er enkele (onder meer Finse en Amerikaanse) brouwerijen geïnteresseerd om het bier chemisch te analyseren om het opnieuw te kunnen brouwen. Ook is het Finse VTT Technical Research Centre druk bezig met het analyseren van het bier. Tijdens een sessie op dinsdag werd één van de 5 flesjes bier geopend. Arvi Vilpola, wetenschapper bij het VTT, mocht even proeven van het bier. Dit smaakte "enigszins zuur met een lichte zoute nasmaak."
Behalve uit de hoek van de brouwerijen is er ook uit de wetenschappelijke hoek verregaande interesse voor het bier. Zo heeft een Amerikaanse universiteit contact opgenomen met de provinciale regering van de Åland Eilanden, een autonome regio binnen Finland. Deze universiteit wil de gistcultuur in het bier analyseren voor medische doeleinden. Volgens Raimo Tuominen , hoogleraar farmacologie aan de Universiteit van Helsinki, biedt het bier, als er nog levende cellen in het bier zitten, de kans om een unieke blik te werpen op het DNA, de eiwitten en enzymen van ongeveer 200 jaar geleden. Dit zou weer kunnen leiden tot informatie aan de hand waarvan nieuwe geneesmiddelen zouden kunnen ontwikkeld. Ook de diagnostiek zou profiteren.
Tuominen geeft de regering van Åland alvast wel een (gratis) advies: zorg er voor dat er wordt geïnvesteerd in een goede octrooideskundige, die er voor kan zorgen dat er patent wordt verkregen op het biologische materiaal uit het bier. Anders bestaat volgens hem het risico dat een ander de economische vruchten kan plukken van de inhoud van het bier.
Scheepswrak van ‘Moby Dick-kapitein’ gevonden
13-02-2011
Onderzoekers hebben op de bodem van de zee het wrak gevonden van het schip De twee broers, een walvisvaarder uit Nantucket die in 1823 ten onder ging nadat het twee keer getroffen was door de bliksem. De kapitein van het schip was George Pollard, die eerder al het schip Essex verloor na een aanvaring met een walvis. De belevenissen van Pollard vormden de basis voor het wereldbekende boek Moby Dick van Herman Melville.
De vondst is extra bijzonder omdat van de hele Amerikaanse walvisvloot uit de 19e eeuw slechts een schip bewaard is gebleven. Het is voor het eerst dat een gezonken walvisvaarder is aangetroffen, meldden Amerikaanse media vandaag. De twee broers geeft de wetenschappers de mogelijkheid om meer te weten te komen over de tijd waarin de walvisvaarders leefden.
Andere links:
http://www.wrecksite.eu
National Geografic
Bron: National Geographic
Marine duikt naar erfgoed
December 2010
VLISSINGEN - Het onderzoek van de Duik- en Demonteergroep naar restanten van het admiraalschip De Walcheren (1689) heeft geen nieuwe aanwijzingen opgeleverd. Volgens marinewoordvoerder Valerie Meelker-Casparie is met een onderwaterrobot net buiten de Vlissingse Koopmanshaven over een gebied van 1000 bij 250 meter de bodem afgezocht.
Net als eerdere verkenningen dit jaar, vanaf een vaartuig van Rijkswaterstaat, zijn 'onregelmatigheden' waargenomen. Marineduikers hebben in die waarnemingen echter geen overblijfselen van een wrak kunnen herkennen, aldus Meelker.
De marine heeft de zoektocht in December uitgevoerd in het kader van een stroomtraining van de duikers en een test van de robot, zegt Meelker. De kans op een vervolg is volgens haar heel klein, gezien de bezuinigingen waar defensie mee te maken heeft.
Maritiem historicus Doeke Roos uit Vlissingen hoopt dat de marine toch nog een klein gaatje kan vinden. "Dit is van enorm belang voor ons cultureel erfgoed." Andere instanties hebben de deur voor verder onderzoek al in het slot gegooid.
Bron: PZC
Decembertip: Schatkamers van de Noordzee
03-12-2010
Het boek 'Wrakken, schatkamers van de Noordzee' is begin december verschenen. Wij hebben het boek alvast gelezen.
Het boek Wrakken, schatkamers van de Noordzee neemt je mee naar de scheepswrakken die voor de Nederlandse kust in de Noordzee liggen. Het boek vertelt het verhaal van een enthousiaste groep sportduikers, die zich tot doel heeft gesteld om de wrakken in de Noordzee te ontdoen van vistuig, netten en verloren vislood. Op informatieve wijze wordt veel achtergrondinformatie gegeven over de wrakken, de historische waarde, het vissen op deze wrakken, maar ook lees je dat deze wrakken steeds verder onder druk komen te staan en langzamerhand dreigen te verdwijnen. De makers willen duikers, vissers en geïnteresseerden meenemen naar de wrakken, informatie te geven om het rijke onderwaterleven en de wrakken te behouden. Ze willen laten zien dat de Noordzeewrakken de moeite waard zijn om te beschermen. Lees Verder
Bron : Duikeninbeeld



































































