Uniek zestiende-eeuws wrak boven Terschelling gevonden ‘dankzij’ MSC Zoe

FOTO ANP

De zoektocht naar containers boven de Waddenzee heeft een archeologische topvondst opgeleverd: een schip uit de eerste helft van de zestiende eeuw. Het schip werd in een vaargeul pal boven Terschelling gevonden.

In de wereld van de maritieme archeologie is opgetogen gereageerd. Details over de vondst zijn woensdagochtend bekendgemaakt tijdens een presentatie bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Alleen al de ouderdom is bijzonder. Er worden zo nu en dan wel zestiende-eeuwse – of oudere – schepen gevonden, maar op de bodem van de Noordzee is zoiets zeldzaam.

FOTO: LC

MSC Zoe

In de Noordzee wordt al maanden gezocht naar vracht van van het schip MSC Zoe. Dit verloor in januari honderden containers in de Noordzee, deels in het gebied boven de Nederlandse Waddeneilanden. Deze zoektocht levert zo nu en dan ‘bijvangsten’ op, waaronder het nu aangetroffen scheepswrak.

Een grijper van de bergers, die aanvankelijk dachten dat het op de onduidelijke beelden weer om een container ging, bracht wat hout en koperen platen aan wal. Die vondsten zijn naar het depot van de Rijksdienst gebracht.

30 meter lang

Maritiem archeoloog Martijn Manders van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) schat dat het een schip van zo’n 30 meter lang was, met een ruim van minimaal 7 meter breed. Minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur): ,,Ik ben heel nieuwsgierig naar welke informatie nog meer boven water gaat komen. Dat is ook het mooie van archeologie: het prikkelt je nieuwsgierigheid en voorstellingsvermogen.”

Het is één van de eerste voorbeelden van een nieuwe Nederlandse bouwmethode voor grotere schepen. Deze maakten onze positie op zee en in de handel veel gewichtiger. De planken werden niet meer dakpansgewijs aan elkaar gemaakt, maar met de zijkanten op elkaar gezet, oftewel ‘gladboordig’.

Familie Fugger

De platen vertonen merktekens van de familie Fugger. Die familie van ‘koperbaronnen’, uit het zuidwesten van het huidige Duitsland, bezat een aantal kopermijnen in de zestiende eeuw, bemachtigde een monopolie en werd schatrijk. Mogelijk werden van de koper Nederlandse munten gemaakt. De familie was niet erg getapt in de Hanzesteden en daarom weken de Fuggers uit naar Nederlanders die schepen ter beschikking konden stellen.

Hout uit het wrak is onderzocht. Gebleken is dat het rond 1536 in België en Duitsland is gekapt en dat het schip enkele jaren later vermoedelijk in Nederland is gebouwd. De koperplaten, vierkante en ronde, stammen uit ongeveer dezelfde periode. Mogelijk voer het schip tussen 1538 en 1548 vanaf de Oostzee met een lading koper naar Antwerpen, toen het zonk.